OP BEZOEK! BIJ BR. RODRIGUEZ
Br. Rodriguez woont in een uitgestrekt gebied, waar er maar heel weinig reformatorische christenen te vinden zijn. In de stad Ponferrada, die 52.000 inwoners telt, is er naast zijn kleine gemeente nog slechts een pinkstergroepje. Vanwege die eenzame positie vond het bestuur IRS het raadzaam dat ik hem zou bezoeken om de gemeenschap der heiligen met hem te beoefenen en om allerlei problemen en mogelijkheden van zijn werk te bespreken. Van dat bezoek volgt hieronder een verslag.
Br. Rodriguez wachtte mij op bij het vliegveld van Madrid. We reisden meteen verder naar Avila, waar wij de nacht doorbrachten.
Avila is de stad van Theresia, de grote Spaanse mystica. Zij werd er in 1515 geboren.
Theresia van Avila
Theresia heeft heel diep haar zondigheid en nietswaardigheid voor God beseft. Met smart schrijft zij dan ook over „christenen", die menen in het gebed familiair met God om te mogen gaan. Volgens haar beseffen dergelijke mensen niet dat God wel barmhartig is in Jezus Christus, maar tegelijk „een verterend vuur".
„Een gebed waarbij de mens niet, verschrikt van zijn eigen stoutmoedigheid, als door de bliksem wordt neergeveld, wenste Theresia geen gebed te noemen, hoe ijverig men daarbij ook de lippen bewoog. Zij is zich in iedere vezel bewust van het waagstuk om als klein nietswaardig mens te willen spreken tot de Eeuwige" (Walter Nigg, „Grote heiligen" p. 147-148).
Ik ben het daarin helemaal met Theresia eens. Als ik sommige bidders beluister, dan vraag ik mij af: Weten ze wel tot Wie zij spreken? God is niet een heel groot Mens. Zijn wezen ligt niet in het verlengde van onze menselijke natuur. Hij is de gans Andere. Hij is heilig, heilig, heilig.
De wereld in het klooster
Theresia is in het klooster getreden na een vreselijke strijd, die drie maanden duurde. Zelf zegt zij dat haar motief zo goed als uitsluitend de angst voor de hel was.
Br. Rodriguez staande bij de ingang van de spelonk, waar Genadio leefde. Vóór hem het Dal van de Stilte
Maar na aanvankelijke vreugde en groei in het geestelijke leven kwam ook bij haar de teleurstellende ontdekking dat je wel uiterlijk de wereld kunt ontvluchten om dan echter in het klooster „tien werelden terug te vinden" (haar eigen woorden).
„Als het haar aanstond, gingen de nonnen het klooster in en uit als bijen in een korf. In de spreekkamer ontvingen zij gedurende de ganse dag haar bezoekers, waarmee zij uren lang drukke gesprekken voerden. Zonder het zich te realiseren verloor ook Theresia zich in charmante causerieën, waarvan alle religieuze ernst vreemd was. Tenslotte vatte zij haar bestaan samen in deze woorden: „Ik kan alleen onzin praten". Ze schrijft ook nog: „Ik wierp mij van het ene tijdverdrijf in het andere, van de ene ijdelheid in de andere en van de ene doelloosheid in de andere".
Ondanks de schijnbare onschadelijkheid van dit onderhoudende bestaan raakte zij mettertijd gevangen in honderderlei nietigheden, die haar met fijne draden omsponnen en waaruit zij zich niet meer kon losmaken" (Nigg, p. 151-152). Ze schrijft: „Ik leidde dus een zeer droevig leven… Enerzijds werd ik door God geroepen en anderzijds volgde ik de wereld; terwijl ik grote vreugde vond in alle goddelijke dingen, boeiden de wereldse mij evenzeer. In die tijd scheen ik twee zulke tegenstrijdige en elkaar vijandige zaken als het geestelijke leven en de zinnelijke genoegens, genietingen en amusementen met elkaar te willen verenigen".
Innerlijk verscheurd
Dit leven van tegenstrijdigheden waarin zij het onverenigbare wilde verenigen, duurde niet een paar weken, maar bijna twintig jaren. Zij naderde reeds haar veertigste jaar en nog altijd was zij verward in dwalingen en onzekerheden. „Ik verblijdde mij niet in God, maar vond ook geen vreugde in de wereld. Gaf ik mij over aan wereldse genoegens, dan martelde mij de gedachte aan wat ik God verschuldigd was; hield ik mij bezig met God, dan gunden mijn wereldse neigingen mij geen rust".
Ik kan Theresia hierin volledig begrijpen. Diezelfde martelingen heb ook ik in het klooster meegemaakt. Ook ik werd heen en weer geslingerd tussen mijn verlangen naar zuivere ontmoeting met de Heere van de ene kant en de zuiging van mijn begeerte van de andere kant. Deze besluiteloosheid kon mij zo eindeloos afmatten.
Deze martelende tweestrijd nam tenslotte bij Theresia zulke afmetingen aan dat hij tot een ernstige ziekte leidde. Zij begon bloed te spuwen en leed aan zenuwstoringen, die een slechte uitwerking hadden op hart en maag. De geconsulteerde artsen wisten niet waaraan ze deze raadselachtige ziekte moesten toeschrijven. Theresia geraakte in een toestand van algehele verstijving, die vier dagen duurde. In de kloostertuin werd reeds haar graf gegraven en men ontstak kaarsen rondom haar bed. Op het laatste ogenblik ontwaakte zij echter en ontging zo ternauwernood het lot om levend begraven te worden. Drie jaar was zij als verlamd en moest tijdelijk door haar vader in zijn huis worden opgenomen (Nigg. p. 154-155).
Haar ommekeer
Maar de Heere greep Zeifin en maakte een einde aan haar machteloosheid. „Dit is een ander, nieuw boek, of beter gezegd, een nieuw leven. Wat ik tot dusver heb beschreven, was mijn eigen leven; dat wat ik sedertdien heb geleefd en waarin ik de besproken stadia van het gebed heb ervaren, is het leven van God in mij". Met deze woorden heeft Theresia zelf nauwkeurig het grote keerpunt in haar leven aangegeven. Maar intussen had zij onuitsprekelijk geleden en eerst na de doorbraak vielen haar de machtige belevingen ten deel welke bewijzen dat de verwezenlijking van levensheiliging altijd berust op uitverkiezing en dat deze, ondanks de kracht der eigen verlangens, steeds een uitverkiezing is door God.
Diep zondebesef
Theresia heeft ook een steeds meer groeiend zondebesef gekregen. Haar smartelijke berouw kent geen grenzen. Ze noemt zichzelf „een slechte vrouw". Ze jammert over zichzelf en „het meest bejammer ik de tijd, toen ik geen berouw had over mijn leven".
Daarom voelt ze zich sterk aangetrokken tot de boetvaardige zondares van het Evangeüe, die de voeten van de Heere Jezus zalfde en met haar haren de tranen afdroogde, die ze op die voeten had laten vallen.
Nog op haar sterfbed hield zij zich voor „de grootste zondares van de wereld" en herhaalt ze voortdurend ps. 51: „Miserere mei, Deus, secundum magnam misericordiam tuam = Ontferm U mijner, o God, overeenkomstig Uw grote barmhartigheid".
Tijdens spreekbeurten heb ik op de vraag of een rooms-katholiek ook zalig kan worden, gewezen op Theresia van Avila en gevraagd: Wie durft beweren dat iemand die aldus vanuit het besef van haar diepe zondigheid, pleitend niet op goede werken die zij zou hebben verricht, maar enkel op Gods barmhartigheid in Jezus Christus, de eeuwigheid is ingegaan, desondanks verloren zou zijn, omdat ze tot het laatse toe lid is gebleven van de R.-K. Kerk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
