In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

HET VLEES TEGEN DE GEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VLEES TEGEN DE GEEST

9 minuten leestijd

Dat is ook de strijd van Christus geweest. Ook Hij riep de geestelijke leiders van destijds op tot verootmoediging, tot bekering, tot vertrouwen niet meer in hun eigen gerechtigheid, maar uitsluitend in de barmhartigheid van God. En ook toen kwam er hevig verzet tegen Hem en hen die Hem volgden. We lezen dat heel uitdrukkelijk in Joh. 7. We lezen daar dat de Farizeeën en de overpriesters dienaren (soldaten, tempelpolitie) op Jezus afzonden om Hem te arresteren (vs. 32).

„De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeeën; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht? De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken gelijk deze Mens. De Farizeeën dan antwoordden hun: Zijt ook gij verleid? Heeft iemand van de oversten in Hem geloofd of uit de Farizeeën? Maar deze schare die de wet niet kent, is vervloekt" (vs. 45-49).

Dat is dus een bevel om zonder meer te geloven in de leiders. Die hebben niet in Jezus geloofd, dus moeten de „leken", de gewone mensen uit het volk, Jezus verwerpen.

Leugens en bedrog tegen Theresia

De strijd tegen Theresia vinden we beschreven in het boek van Nigg:

Binnen de orde ontstond een heftige strijd en Theresia moest een stroom van laster over haar heen laten gaan. De pauselijke nuntius noemde haar „een rusteloos rondzwervend vrouwspersoon, dat onder het mom van godzalige ondernemingen genoegen vindt in dwaasheden". Ze werd aangeklaagd bij de Inquisitie, die dan ook meermalen in haar geschriften naar aanvechtbare uitlatingen heeft gezocht en ze eerst na geruime tijd heeft vrijgegeven. Theresia's verzekering, dat zij haar boeken altijd aan het oordeel der Kerk had onderworpen, mocht niet baten. Het conflict spitste zich nog toe, toen de nuntius openlijk de zijde koos van de tegenstanders der kloosterhervorming. Theresia kreeg het ganse gewicht van zijn ongenade te voelen. Men trad streng tegen haar op, veroordeelde haar om zich binnen een klooster op te sluiten en ontzegde haar het recht om nieuwe ordehuizen te stichten. Uit brieven aan vertrouwde vrienden met wie ze slechts onder schuilnamen kon corresponderen, kan men zich een levendige voorstelling vormen van het leed, dat haar door haar mede-christenen werd aangedaan. Met recht klaagde zij het Katholieke Spanje aan in de woorden: „Het is ontzettend hoezeer hier te lande de ongerechtigheid schering en inslag is; weinig waarheid en veel leugens".

„Een zwakker en overgevoeliger natuur zou onder deze slagen zijn bezweken, maar Theresia week niet terug voor dreigementen en streed met ware heldenmoed voor haar grote zaak. Midden in het tijdperk der spaanse Inquisitie verklaarde deze vrouw tegenover alle pogingen tot intimidatie: „Gewetensrust en geestesvrijheid zijn zeer belangrijke dingen". Jarenlang heeft Theresia onder deze zware vervolging geleden. Haar geestelijke tegenstanders streden met de afkeurenswaardigste middelen en schrokken niet terug voor leugens en bedrog. Maar Theresia bleef standvastig, ook toen de zaken een ongunstige wending voor haar namen. Toen zij geen uitweg meer zag en haar hervorming geheel scheen te mislukken, raapte zij haar laatste moed bijeen en ondernam het waagstuk een schrijven te richten tot koning Philips II, waarin zij hem om zijn tussenkomst verzocht. Deze stoutmoedige poging had een onverwacht succes. De koning koos haar zijde en de vervolgingen werden afgelast. Niet alleen mocht Theresia beleven, dat haar werk van de ondergang werd gered, maar ook, dat het zich nog uitbreidde, al kon het de tijdsontwikkeling niet tegenhouden. Doch het blijft haar roem dat zij in de periode der Contrareformatie het grootste aandeel heeft gehad aan de geestelijke vernieuwing van het Katholicisme.

Merkwaardig is dit beroep op koning Philips II, die bij ons nu niet bepaald gunstig staat aangeschreven. Maar vinden we in de Bijbel ook niet iets dergelijks, wanneer Paulus zich beroept op de, toch ook heidense, keizer van Rome (Hand. 25:11)?

In een vunzige kerker

Eenzelfde vervolging is ook ingezet tegen Joannes van het Kruis (1542-1591), die de mannelijke kloosterorde van de Karmelieten wilde hervormen en terugvoeren naar de oorspronkelijke tucht. We lezen ook daarover in het boek van Nigg:

Alle monniken, die aan de gangbare slappe handhaving van de orderegel vasthielden, moesten zich wel bedreigd voelen door het streven van Joannes van het Kruis. Voor hen betekende zijn radicalisme een voortdurend verwijt. Daarom verzetten zij zich resoluut tegen zijn pogingen tot hervorming, die zij als onmogelijke overdrijvingen trachtten voor te stellen en te verijdelen. Tussen de geschoeide en ongeschoeide Carmelieten kwam het tot heftige twisten, zoals die slechts uitbreken wanneer de uiterste waarheden op het spel staan. Men behoeft zich over deze strijd niet te verwonderen; hij was onvermijdelijk. De oude richting kon zich op een zeker gewoonterecht beroepen en voelde zich door de nieuwe woestijnvroomheid in haar bestaan bedreigd. Er ontwaakte een elementaire haat tegen de grondlegger der nieuwe beweging. De geschoeide Carmelieten stelden zichzelf pas in het ongelijk toen zij met afkeuringswaardige middelen tegen de nieuwe richting gingen optreden. Daar zij, wat hun religieuze kracht aangaat, verreweg de minderen waren, trachtten zij hun achterstand door intriges in te halen. Tenslotte gedroegen zij zich op een wijze, die met iedere christelijke naastenliefde spotte.

Zij vervolgden de jonge observantie (= onderhouding van de kloostertucht) met een woede, waarin de verwerpelijkste eigenschappen van de kloosterling zich baan braken. Geen laster was hun te min, als die er toe kon dienen om het werk van Joannes van het Kruis te ondermijnen. Al wat men aan laagheden kon bedenken, werd tot dit doel aangewend.

De grootste woede richtte zich tegen Joannes van het Kruis zelf, de leider dei hervormingsbeweging voor de mannen. Hij werd voorgesteld als de eigenlijke opstandeling tegen de bestaande verhoudingen in de orde. Daar zijn tegenstanders hem niets konden ten laste leggen, vermeed men verdere omslag en liet hem in een decembernacht van het jaar 1577 door gewapende dienaren overvallen. Deze forceerden zonder moeite de wrakke deur van zijn cel, bonden hem en ontvoerden hem met geweld. Zij sleurden Joannes van het Kruis met zich mede naar Toledo, waar hij in een kerker werd geworpen.

Geslagen en getrapt

De zware lijdensweg van zijn gevangenschap begon hiermee, dat men hem dwong schoeisel en kleding der oude orderichting aan te trekken. Men sloot hem op in een nauw vunzig hol, vrijwel zonder licht en waarin hij niet rechtop kon staan. Om zijn weerspannigheid te breken werd hij met de grootste ruwheid behandeld. Psychisch kwelde men hem op alle mogelijke manieren. Vlak voor zijn kerkerdeur werden de ontmoedigendste geruchten besproken, b.v. dat de paus de hervormingspogingen van Theresia uitdrukkelijk had verboden. Gedurende zijn gehele gevangenschap onthield men hem de communie (deelname aan het Avondmaal) en mocht hij geen bezoek ontvangen. „De prior noemde hem een oproerling, een huichelaar, een hoogmoedige, die uit eerzucht hervormer der orde wenste te worden".

Niet alleen moest hij de spot en de hoon van zijn hartvochtige bewakers verduren, maar ook lichamelijk werd hij door hen mishandeld. Zijn kleren werden nooit verwisseld en wemelden van ongedierte. Men gaf hem slechts bedorven voedsel, dat bovendien sterk gezouten was en waarbij hem iedere dronk werd onthouden. Gebrek aan eetlust en slapeloosheid waren het gevolg en zijn krachten namen zienderogen af. Nu en dan was hij zo zwak, dat hij haast niet meer kon lopen. Hij werd geslagen en getrapt en op woensdag en vrijdag ten aanschouwe van de verzamelde monniken meedogenloos met roeden gegeseld. De sporen dezer mishandeling bleven tot het einde van zijn leven op zijn lichaam zichtbaar. Al dit gruwelijke leed werd hem bij zijn leven door zijn eigen ordebroeders aangedaan. Theresia wond zich zo op over deze ruwe tuchtigingen, dat zij in haar brief aan Philips II schreef „liever had ik gewild dat hij in de handen der Moren was gevallen, misschien hadden die meer medelijden met hem gehad".

Deze demonische wreedheid binnen de Kerk is een der schokkendste feiten, die men in de levens der vromen kan waarnemen en die ons voor een onoplosbaar raadsel plaatsen. „Ik begrijp niet dat God zoiets toestaat", kermde ook Theresia, wier gedachten voortdurend bij Joannes in zijn kerker waren. Toch moeten deze schanddaden, hoe onbegrijpelijk ze ook zijn, naar waarheid worden voorgesteld. Slechts dan ontstaat een objectief beeld, dat deze vrome in al zijn aangrijpende grootheid weergeeft.

Onweer in zijn ziel

De Engelse aartsbisschop Alban Goordier gelooft, dat deze schandelijke behandeling oorzaak is, dat er geen doorwrochte moderne biografie van Joannes van het Kruis bestaat. Een eventueel auteur had een zware beschuldiging moeten richten tot katholieke personen die hij liever met eerbied zou behandelen, en zoiets doet men niet gemakkelijk. Daarentegen meent de waarheidlievende Joannes Mumbauer, ondanks zijn priesterschap dat: „deze ergerlijke gebeurtenissen die meer een roman dan werkelijkheid schijnen, wel wat uitvoeriger mochten worden beschreven, daar zij een afschrikwekkend voorbeeld vormen voor de farizese fanatici aller tijden, zowel binnen als buiten de Kerk".

Ondanks de somberheid van de zware maanden, die Joannes van het Kruis in zijn kerker te Toledo moest doormaken, is zijn verblijf aldaar toch, naast de ontmoeting met Theresia, als het tweede beslissende voorval in zijn leven te beschouwen, en kan het niet hoog genoeg worden aangeslagen. Ook Joannes wist te spreken over „Toledo bij onweer" zoals El Greco het deed in zijn grandioze schilderij. Alleen ging het bij Joannes om een innerlijk onweer, dat in het licht en duister van zijn ziel woedde en waarbij uren van de diepste godverlatenheid werden gevolgd door uren van de lichtendste genade.

De dichter wordt geboren

Hij was neergeworpen in een diepte, waar de mens of wordt gebroken of zijn opstanding beleeft. Men kan niet meer dan vermoeden wat zich in deze maanden in de ziel van Joannes van het Kruis heeft afgespeeld. In de martelende uren toen hij in zijn nauwe kerker smachtte, werd in hem de mystieke dichter geboren. Toen hij iedere menselijke troost moest ontberen en niemand een goed woord voor hem had, toen zijn ziel zich in de eenzaamheid hopeloos verlaten en vergeten voelde en de zwarte schaduwen der melancholie zich op zijn geest legden, toen de wanhoop hem dreigde te overmeesteren - toen ontstegen de eerste zoete tonen van de dichter aan zijn beklemde borst. In zijn uiterste ellende was er een God, die hem toestond te zeggen, wat hij leed. Zelden klonk een zo juichende vreugde onder zo drukkende omstandigheden. Als „een blinde nachtegaal in een nauwe kooi" zong hij een lied van onvergankelijke schoonheid. Tot zover W. Nigg).

OokJoannes van het Kruis wist dat hij alleen van genade kon leven. Toen hij op zijn sterfbed lag, wilden zijn mede-kloosterlingen hem moed inspreken en zeiden: „Joannes, denk toch aan de vele goede werken, die je tijdens je leven hebt gedaan". Maar hij antwoordde: „Spreek mij niet van mijn goede werken, maar spreek mij van mijn zonden". Hij had begrepen dat je slechts als zondaar die alles van genade alleen verwacht, de eeuwige heerlijkheid kunt binnengaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HET VLEES TEGEN DE GEEST

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's