IN HET DAL VAN DE STILTE
Volgens kardinaal de Jong (in zijn „Handboek der kerkgeschiedenis", II p. 92) was de tiende eeuw „misschien de treurigste uit geheel de geschiedenis der Kerk en wordt niet ten onrechte de ijzeren, de duistere eeuw genoemd". De Duitse geschiedschrijvers spreken over „de vervloekte tiende eeuw". „Innerlijk verkeerde West-Europa in een chaos; vooral in Italië en Frankrijk heersten een verwildering, ruwheid en ongebondenheid zonder weerga" (p. 9 3). „Tegelijk trad een volkomen verval van de wetenschap op; de tiende eeuw heeft geen enkele schrijver van betekenis voortgebracht" (p. 97). „Sedert de vermoording van paus Johannes VIII (882) tot de afzetting van Johannes XII (963) volgden in een periode van 81 jaar 24 pausen elkaar op, onder wie het pausschap in een diep verval raakte". „Barbaarse ruwheid en Byzantijnse wreedheid deden in Rome haar invloed gelden (uitsteken van ogen, afsnijden van de tong)" (p. 98).
Woestijnvroomheid
En juist in die tiende eeuw ontstond in Spanje een beweging tot terugkeer naar het vroomheidsideaal van de kluizenaars van de woestijn bij Thebe in Egypte. Overigens was ook die beweging in de derde eeuw ontstaan als reaktie op de langzaam verwereldlijkende kerk, die vanwege het grote aantal een machtsinstituut was gaan worden en die sinds het edikt van keizer Constantijn als een geduchte politieke factor zou gaan functioneren.
Deze kluizenaars waren de echte monniken (monnik komt van „monos=alleen"). Later werd de naam „monnik" een aanduiding van precies het tegenovergestelde namelijk van mensen die juist niet alleen als kluizenaars, maar tezamen in een klooster woonden.
Fructuoso en Genadio
De herleving van de gestrengheid van de christenen die naar de woestijn (erèmos=woestijn, vandaar: eremiet=woestijnbewoner) vluchtten om daar in de eenzaamheid de gemeenschap met God te zoeken, keerde in Spanje terug vooral door Fructuoso, een Gothisch vorst. Samen met Genadio is hij de patriarch geweest van het Spaanse monnikenwezen. De bakermat is geweest El Bierzo, een bergketen in de buurt van Ponferrada. Het aantal monniken groeide uit tot tweeduizend. Onbegrijpelijk is voor ons deze beweging, „die de dorpen zonder inwoners en de legers zonder soldaten liet". Fructuoso stelde twee regels voor het monnikenleven op, beide van de uiterste gestrengheid.
De sprake van een riviertje
Met br. Francisco trok ik naar Penalba, ongeveer 15 km. van Ponferrada om te zien en te proeven de plaats en de sfeer, waar Genadio geleefd heeft. Genadio groef zich in in de stilte van het landschap. Het dal heet dan ook Valle del Silencio= Dal van de Stilte. Zijn kluis was een hol boven in de bergen.
Samen klommen we omhoog onder een heerlijke augustUs-zon. De omringende natuur was van adembenemende schoonheid. Uitbundig was het groen van planten en bomen. In schrille tegenstelling daarmee stonden de kale rotsen, waartegen de felle zomerzon nu al eeuwen haar stralen ketst. Zie de foto op pag. 18. Een riviertje kronkelt door het dal. Soms bruist het onstuimig in een stroomversnelling. Dan is het het beeld van de mens met de driftige dadendrang. Soms gaat het over in een ingehouden ruisen, alsof het er zich over schaamt dat het de absolute stilte van het dal verstoort. Soms klinkt uit het riviertje het geluid tot je als van een liefelijk murmelen, alsof het met zichzelf in tweegesprek is - de mens die mediteert over de grootheid Gods. Soms wordt het tot een vrolijk klateren, wanneer de stroom tot waterval wordt. Dan is het alsof die waterstralen met elkaar staan te snateren als vrouwen bij een put, waar zehaar emmers vullen met het heldere water, dat zo maar, zuiver, sprankelend, uit de natuur zich aanbiedt om de dorstigen te laven.
Het was een hele klim. Maar boeiend, uitermate boeiend. En ondertussen zag ik telkens omhoog naar die spelonk, daarboven in de rots. Ik stelde mij Genadio voor, terwijl hij daar worstelde met zijn vlees, terwijl hij daar het woeden en woelen van zijn begeerte tot zwijgen trachtte te brengen in de gemeenschap met zijn God, in uiterste soberheid. En ik dacht: heeft de schrijver van de brief aan de Hebreeën ook aan dit soort mensen gedacht toen hij schreef over hen, die hebben rondgedoold door woestijnen en gebergten, in spelonken en de holen der aardede wereld was hunner niet waardig (Hebr. 11 : 38)?
Een vleermuis
Toen we vlakbij waren, zagen we een vleermuis op een steen liggen, zo maar in de brandende zon. We begrepen: dit beestje moet ziek zijn, want vleermuizen houden niet van het licht, maar zoeken de duisternis. Ze zijn dan ook onreine dieren volgens de wet van Mozes (Lev. 11 : 19).
En ik dacht aan Jes. 2 : 19-21: „Dan zullen zij in de spelonken der rotsen gaan en in de holen der aarde, vanwege de schrik des Heeren en vanwege de heerlijkheid van Zijn majesteit, wanneer Hij Zich zal opmaken om de aarde te verschrikken. In die dag zal de mens zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden om zich daarvoor neer te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vleermuizen; gaande in de reten der rotsen en in de kloven der steenrotsen, vanwege de schrik des Heeren en vanwege de heerlijkheid van Zijn majesteit". Je kunt dus ook in de spelonken vluchten, omdat je de glans van Gods heerlijkheid niet verdragen kunt, omdat je Christus niet hebt aangenomen als je „hitteschild" om je te beschermen tegen de verterende vuurgloed Gods.
Het roepen van de stilte
Het pad voerde langs steile afgronden, maar eindelijk waren we er. We gingen de grot binnen. J e moest even wennen aan het donker. Maar op deze heldere zonnedag was er voldoende schemering, zodat we de wanden duidelijk konden zien.
Ik realiseerde mij: hier heeft dus een mens geleefd. Hier verbleef hij in de hitte van de zomer, maar ook in de sneeuw van de winter. Het kan dan vinnig koud zijn in El Bierzo.
Hoe heeft Genadio dit uitgehouden? Hij moet op den duur wel een perkamenten huid hebben gehad, gehard als hij werd door deze uitermate strenge ontberingen en soberheid.
Daar beneden ons roept het zwijgen van het uitgestrekte Dal van de Stilte. „De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen" (Ps. 19).
Uw lied is in de nacht bij mij
Ik zie in mijn verbeelding Genadio staan op het rotsplateau, schouwend in de diepte beneden hem, schouwend in de hoogte boven hem. Zal ook hij, wanneer hij het ruisen van het riviertje hoorde, naar de hemel geklaroend hebben: „Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God… De afgrond roept tot de afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan. Maar de Heere zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot de God mijns levens" (Ps. 42). Ja, hoe kan die dorst naar God schreeuwen in een mensenziel! Dan is het of de huif van je hart wordt omhooggetild, alsof alles in je zich uitstrekt naar deze eeuwige Bron van het water des levens.
Genadio was als gekluisterd aan zijn Dal van de Stilte. Men moest hem bijna dwingen om het ambt te aanvaarden van bisschop van Astorga (909-920). Maar hij keerde er zoveel mogelijk naar terug, terug naar de stilte, terug ook naar de andere monniken die die stilte met hem deelden. En hij was blij, toen hij eindelijk zijn bisschopsfunktie voor goed mocht neerleggen om de laatste jaren van zijn leven weer door te brengen in de afzondering van zijn geliefde spelonk.
Het kerkje van Penalba
Genadio heeft niet alleen velen gestimuleerd tot het kluizenaarsbestaan, maar heeft ook veel kloosters gesticht, waar de monniken samenleven om gezamenlijk God te zoeken en Hem te loven en te aanbidden. Eén van die kloosters heeft hij gesticht in Penalba. Van dat klooster is echter niets meer over gebleven. Wel echter van het kerkje. Dat is een juweel van mozarabische kunst (de kunst van christenen die onder mohammedaanse heerschappij leefden; kenmerk: de hoefijzervorm. Deze kunst ontstond tegen het einde van de achtste eeuw en bereikte haar hoogbloei in de twee daarop volgende eeuwen).
We hadden een lang gesprek met de bewaker van dit monument. Hij was niet erg te spreken over de bisschop. Die wilde wel dat de staat het gebouw zou restaureren en voor verder verval bewaren, maar dan zouden de inkomsten ten goede moeten komen aan het bisdom. En daar voelt de staat niet voor. Begrijpelijk. Maar wel erg jammer voor dit unieke monument.
De wolven schonden zijn graf
Francisco had mij verteld over de eerste protestant in die streek. Wij besloten de bewaker daarover te vragen.
Francisco: „Heeft hier in deze streek niet een protestant gewoond?". Bewaker: „Inderdaad. Hij was enige tijd in Argentinië geweest en was daar tot het protestantisme overgegaan. Hij was een echte „cavallero= een man die alle respekt verdient". Er was niets aan te merken op zijn gedrag. Hij was onberispelijk. Wanneer iemand vuile taal uitsloeg, dan kreeg hij te horen: Heb je daarvoor je mond van God gekregen? Op zondag werkte hij nooit, want, zo zei hij, de zondag is de dag des Heeren. Dan las hij in de Bijbel".
F.: „En desondanks mocht hij niet op het officiële kerkhof begraven worden. Hij en zijn vrouw zijn ter aarde besteld in hun eigen tuin. Hij die anderen terecht wees, wanneer ze vloekten of lelijke taal uitbraakten, werd buiten gesloten, en zij die door hem terecht werden berispt, werden eervol op het kerkhof van het dorp begraven. Dat klopt toch niet".
De bewaker (een beetje verlegen): ,Ja, daar hebt u wel gelijk in. De enige reden waarom hij niet op het kerkhof mocht begraven worden, was dat hij geen lid meer was van de Katholieke Kerk".
We hebben de naam en het adres van deze bewaker gekregen en zullen hem onze Spaanse editie sturen. Br. Rodriguez vertelde ook dat de wolven uit de bergen (die heb je daar nog en zelfs nog beren) waren gekomen en het graf van deze protestant hadden opengewoeld. Zijn kinderen hebben er toen stenen op gelegd om deze grafschennis te verhinderen. Maar de pastoor zei vanaf de preekstoel: „U ziet, beminde gelovigen, dat de ketters hun vloek meedragen tot na hun dood. Zelfs de dieren, blijkbaar in opdracht van hun Schepper, laten hen niet met rust na hun dood. Dat is het wat deze verstoorders van de rust van de kerk verdienen". Een dochter van deze eerste protestant uit deze streek is lid van de gemeente van br. Rodriguez.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
