Inleidende opmerkingen
Geloven is een geschenk
Ik moet dat met nadruk voorop stellen. Anders zoudt u het geloof ergens gaan zoeken waar het niet te vinden is.
Misschien is intussen biju de gedachte opgekomen: „Als geloven een onvoorstelbare vreugde betekent, dan zul je je daarvoor wel enorm moeten inspannen om het te bereiken".
Dat is inderdaad zo onder ons, mensen., Je krijgt niets voor niets", zeggen we. En naarmate iets kostbaarder en meer begerenswaard is, zul je er ook harder voor moeten werken.
Toch is dat met geloven niet het geval En wel om verschillende redenen. De eerste reden is wel dat geloven is: zich richten op God. En God is nu eenmaal heel anders dan wij, mensen, zijn. God is niet na te rekenen. Hij stelt ons altijd voor verrassingen. Hij verrast ons telkens weer met Zijn goedheid en liefde.
En een tweede reden is dat geloven iets heel persoonlijks is. Het is een intieme verhouding tot God en tot Jezus Christus, Zijn Zoon, die Hij naar deze wereld zond om ons met Hem te verzoenen.
En God wil Zichzelf niet verkopen aan ons. Hij wil met ons één worden in de liefde. Maar voor liefde kun je niet betalen. Gelukkig maar, want daardoor kunnen heel arme mensen toch intens gelukkig met elkaar zijn, terwijl gehuwden die zwemmen in het geld, soms met elkaar leven als kat en hond. De haat, de jaloersheid en het wantrouwen kunnen hokken in de paleizen van de rijken, terwijl in een eenvoudige hut het geluk kan zingen door de kieren en gaten heen.
Liefhebben op kommando gaat niet
Gelovigen is dus een geschenk. En dat maakt het juist zo mooi Gelovigen is niet te vergelijken met zuur verdiende centen, waaraan de zweetlucht nog hangt. Geloven is een geschenk dat van Boven neerdaalt Het is een zegen die zich als een warmte in je hele wezen verspreidt Geloven is vrede. Geloven is een genade. Geloven is iets dat je overkomt; net als de liefde. Je kunt niet liefhebben op kommando en evenmin kun je geloven op kommando. Een vader kan wel bars aan zijn zoon bevelen: „En nu ga je op staande voet dat meisje liefhebben, want haar familie is heel rijk en ze brengt dus heel wat geld in het laadje". (Ik spreek nu over landen zoals India, waar de ouders de bruid voor hun zoon kiezen). Hij kan er hoogstens mee bereiken dat de zoon zwicht voor de overmacht (van de gebruiken) en met dat meisje trouwt Maar met iemand trouwen is iets anders dan haar liefhebben, ook al kan later de liefde toch nog als een geschenk over hen komen.
Een koninklijke onderscheiding?
Maar kun je dan op geen enkele wijze de gave van het geloof verdienen? Ook niet op de manier waarop iemand een lintje van de koningin krijgt? Daar kan hij geen recht op laten gelden, maar hij ontvangt die onderscheiding toch wél als een waardering voor zijn prestaties, voor zijn bijzondere verdiensten voor de samenleving, voor zijn jarenlange trouwe arbeid in eenzelfde bedrijf enz.
En kan God niet op eenzelfde manier aan iemand die jarenlang zijn best heeft gedaan om de gave van het geloof te verwerven, dat geloof als een soort goddelijke onderscheiding schenken. Is er, populair gezegd ook niet een goddelijke lintjesregen?
Nee, ook op die manier kunnen we geen aanspraak maken op de gave van het geloof. Als we het geloof van God ontvangen, dan is dat nooit omdat we daar enig recht op zouden kunnen laten gelden, of daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen vanwege een verdienstelijk leven.
Dus lijdelijk afwachten?
Ik kan me voorstellen dat iemand die konklusie trekt: Als ik er toch zelf niets aan kan doen, dan moet ik zeker maar afwachten totdat het geloof op een goeie dag plotseling over me komt.
Dat lijkt erg logisch. Maar geloven heeft net als liefhebben een eigen logica. Die is anders dan de logica van het verstand Het verstand schudt soms zijn „wijze" hoofd wanneer het ziet wat de liefde doet
Nee, nergens trekt de Bijbel de konklusie: „Geloven is een gave; DUS moet je maar zitten af te wachten totdat je dat geschenk kant en klaar op je bord gepresenteerd krijgt."
Ik hoop dat u nu wat nieuwsgieriger wordt en verlangt méér te weten over dat dan blijkbaar toch zo vreemde gebeuren van het geloven. Ik wil ook graag proberen het verder te beschrijven. Maar het is wél moeilijk. Zo is het immers ook moeilijk om te beschrijven wat de liefde is tussen een jongen en een meisje, of tussen een moeder en haar kind Je kunt er gedichten over schrijven. Je kunt het thema van de liefde met al haar spanningen uitwerken in een roman. Maar rechtstreeks onder woorden brengen wat liefde is, is heel moeilijk. En dat is ook het geval met geloven.
Dus tóch iets DOEN?
Ja! Toen de cipier van Philippi aan Paulus en Silas vroeg wat hij moest doen om behouden te worden, antwoordden zij niet: „Je moet niéts doen en alleen maar stilletjes afwachten". Ze antwoordden: „Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden" (Hand 16 : 31).
Geloven is wel een gave van God, maar ook een doen van de mens. Niet God gelooft in ons, maar wij moeten zélf geloven; al wordt dat geloven ook bewerkt door God.
Daarom vinden we in de Bijbel ook voortdurend de oproep tot de mensen: „Bekeert u en gelooft in Jezus Christus, de Zoon van God".
Iemand die niet heeft willen geloven in Jezus Christus, moet niet denken dat hij dat na zijn dood als een verontschuldiging bij God kan aanvoeren. Hij zal heus niet in het eeuwige gericht worden vrijgesproken, wanneer hij tot zijn verdediging wil aanvoeren: „Het geloof is toch immers een gave. DUS kunt U, goddelijke Rechter, mij niet veroordelen, omdat ik niet tot geloof ben gekomen. Want U hebt mij dat geloof niet willen geven".
Het eerste: „Het geloof is toch immers een gave" is inderdaad volkomen bijbels. Maar de konklusie die hij daaruit trekt: „DUS…", is niet bijbels.
Tegenspraak
Misschien wordt u nu ongeduldig en zegt: „ Ik snap er niets meer van. U zegt dat het geloof een gave is die ik van God moet krijgen. En van de andere kant beweert u dat ik er zelf voor verantwoordelijk ben, wanneer ik niet tot geloof kom. Dat is toch een innerlijke tegenspraak".
Voordat ik daar op antwoord, moet ik u er eerst nog aan herinneren dat het geloof, net als de liefde, zijn eigen logica heeft, waar het redenerend verstand niets of weinig van begrijpt. Beluister eens de taal van een moeder, die ze tegenover haar kind gebruikt Misschien hoort u ze wel eens zeggen: „Ik vind je verrukkelijk. Ik zou je wel willen opeten". En lees eens liefdesbrieven. Als je de achtergrond van de liefde er niet in ziet, dan erger je je dood of lach je je krom om dat naïeve taaltje. Zeg niet te gauw dat iets belachelijk en onlogisch is. Gelukkis is het echte leven méér dan een vlechtwerk van ijzeren logica. Onze ziel kan van begrippen en stellingen alleen niet leven. Ons hart heeft behoefte aan geheimenissen, die de kille schema's overstijgen.
Wat is dan het antwoord? Dat antwoord is het geloof zelf. „Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet" (Hebr. 11 : 1). Al gelovende zult u met uw hart inzicht krijgen in zaken, waar je eerst geen vermoeden van had Het geloof zelf wordt dan het antwoord dat u zoekt, het bewijs van de dingen die je niet ziet. Voorlopig is dat nog geheimtaal voor u. Maar mag ik u vragen toch nog verder te lezen? Geloven is nu eenmaal een grote verborgenheid, die pas langzaam voor u opengaat… of plotseling.
Waar is het geloof op gericht?
Dit waren tot nog toe slechts wat inleidende opmerkingen. We willen nu proberen wat meer zicht te krijgen op wat geloven is.
Van veel dingen kun je te weten komen wat ze zijn, wanneer men je vertelt waar ze op gericht zijn en waarvoor ze gebruikt worden.
Als je een instrument ziet met grote buizen en verschillende lenzen en men vertelt je erbij dat de bedoeling van dat ding is om de sterren dichter naar ons toe te halen, dan weet je dat het een verrekijker is.
Nu hebben we al in het voorbijgaan even gehoord waartoe het geloven dient Door het geloof kunnen we Christus in het vizier krijgen. Daardoor kunnen we Hem dichter naar ons toe halen. Het geloof heeft dus tot funktie om ons met Christus te verbinden. We hoorden immers Paulus en Silas tot de gevangenbewaarder van Philippi zeggen: „Geloof in de Heere Jezus Christus".
Het geloof richt zich dus op Iemand die genoemd wordt Jezus, Heer en Christus. We gaan in het verdere van dit boekje na, wat die drie woorden inhouden. En dan zullen we daardoor vanzelf ook beter gaan begrijpen wat geloven in Hem is. Maar eerst wil ik proberen om vanuit de Bijbel nog wat meer rechtstreeks te zeggen over wat geloven is.
Geloven is Hem aannemen
Dat lezen we duidelijk in Joh. 1 : 12: „Maar zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven".
Wat aannemen is, kan een kind vertellen. Je kunt alleen maar geschenken aannemen. Je kunt die niet verdienen. Je salaris, dat verdien je door je arbeid Je werkgever is verplicht je het overeengekomen loon uit te keren. Weigert hij dat, dan kunt u hem voor de rechtbank dagen.
Maar als je op je verjaardag geen cadeau krijgt, kun je wel diep teleurgesteld zijn, maar op een cadeau kun je geen rechten laten gelden. Je kunt niemand een proces aandoen, omdat hij je geen geschenk wilde geven. En als je dat toch probeert, verlies je onherroepelijk zulk een proces en word je veroordeeld tot betaling van alle proceskosten.
Geloven is: Hem bij je binnenlaten
Dat blijkt uit de brief, die Jezus liet schrijven aan de gemeente van Laodicea. Daarin zei Hij o.a.: „Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal Avondmaal met hem houden en hij met Mij" (Openb. 3 : 20).
Jezus staat dus aan de deur en Hij klopt. Hij forceert die deur niet Hij „kraakt" ons huis niet Zijn houding is: „graag of niet".
Dat is helemaal in overeenstemming met wat we al eerder gezien hebben. Geloven is een gave. Geloven kan niet gebeuren op kommando. Geloven is een gave van God aan het hart van de mens.
Geloven laat zich dus niet afdwingen. Wanneer iemand ja zou knikken op alles wat God zegt, alleen maar omdat hij bang is voor de straf op het ongeloof, dan heeft hij het echte geloof niet Dan is hij in zijn hart nooit tot de ootmoedige en blije geloofsovergave aan God gekomen.
Helaas zijn er heel wat „christenen", ook kerkmensen, die wel met hun mond, en misschien ook wel met hun verstand, ja zeggen op alles wat God in de Bijbel zegt, terwijl hun hart ver van God is. Als daar geen verandering in komt, voordat ze sterven, zullen ze eenmaal voor eeuwig verloren gaan.
Geloven is dus Hem binnenlaten in het huis van je hart Maar je moet Hem dan wel helemaal binnenlaten, dL als Jezus, als Heer en als Christus. Daar gaan we nu verder over nadenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
