In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Geschieden?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geschieden?

11 minuten leestijd

Deze vraag stelde Maria, toen zij de wonderbare boodschap ontving dat zij een zoon ter wereld zou brengen, van wie de engel zei: „Deze zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden". En het antwoord luidde: „De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden" (Lk. 1 : 26 - 38).

Hoe zal dat geschieden? Hoe kunnen wij omgevormd worden tot kinderen Gods? Hoe kan dit nieuwe leven in ons gaan groeien?

Die vraag hebben we reeds enkele keren in dit boekje gesteld en gedeeltelijk beantwoord We willen daar nog wat meer op ingaan.

Voorop stellen we dan nog eens dat deze innerlijke verandering niet door onszelf bewerkt kan worden. Die verandering is zo groot en zo grondig dat Jezus ze vergelijkt met een wedergeboorte (Joh. 3 : 3, 5). De Bijbel noemt het zelfs een geboorte uit God „…die niet uit bloed noch uit de wil van het vlees noch uit de wil van de man, maar uit God geboren zijn" (Joh. 1:13).

Wedergeboren uit Woord en Geest

Deze wedergeboorte gebeurt door het Woord Gods. „Gij die wederom geboren zijt, niet uit vergankelijk, doch uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God" (1 Petr. 1 : 23).

Maar het Woord Gods is niet voldoende. Zo was het woord van de engel niet voldoende om het Kind te doen groeien in de schoot van Maria. De kracht van de Heilige Geest moest met dat woord gepaard gaan.

Zo kunnen ook wij slechts kinderen van God worden, wanneer mét het Woord Gods ook de kracht van de Heilige Geest over ons komt en ons overschaduwt Nu moet u echter dat Woord nooit losmaken van de Geest en evenmin de Geest van het Woord De Geest is met Zijn kracht in het Woord aanwezig. Want dat Woord is door Hem geïnspireerd Dat Woord is doorademd van Zijn heiligheid en Zijn kracht.

Hoe zal dat geschieden? Ik wil proberen dat duidelijk te maken met een voorbeeld.

Gelijkend op God?

U hebt wellicht wel eens meegemaakt, hoe ouders een kind leren lopen. Misschien hebt u het zelf gedaan als vader en moeder. Dat is altijd een ontroerende gebeurtenis. Het kind treedt dan immers een heel andere fase van zijn leven binnen. Het verlaat de kruipende manier van zich voortbewegen. Daarin was het tot dan toe gelijk aan de dieren. Maar nu zal het geen viervoeter meer zijn. Het zal de „status" aannemen van de mens, de tweevoeter. De eerste typisch menselijke uiting van het kind was de lach. Een dier kan niet lachen. Daarom is de lach van de baby zo belangrijk voor de ouders. Maar de tweede duidelijke trek van gelijkheid met het mens-zijn van de ouders vertoont het kind, wanneer het gaat lopen.

Ook de mens zelf is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van Iemand anders nL van zijn Schepper. Zo is het ook voor God een grote vreugde, wanneer de mens de trekken van gelijkheid met Hem gaat vertonen. Helaas heeft de mens reeds in het paradijs dat beeld van God in zich geschonden. Maar God wil dat beeld weer herstellen door Zijn Zoon, Jezus Christus.

Het hele gezin juicht

Hoe leren we nu zo'n peuter lopen? Dan zet vader (of moeder) dat kind tegen de muur of tegen een kast Hij houdt zijn armen dicht bij het kind; echter ook weer niet zó dicht, dat het kind die armen van vader kan grijpen. Dat wil het wel, want dat is het gewend. Het liep tot nog toe steeds aan de hand van een ander. Maar het moet nu zélf leren lopen.

Vader zegt „Kom maar!". En het hele gezin staat er om heen en zegt ook: „Kom maar!". Is dat echter niet een beetje vreemd om tegen een kind dat niet lopen kan, te zeggen: „Kom maar!"? Nee, want in die uitnodigende woorden vol liefde en vriendelijkheid zit een geheimzinnige kracht, die onzichtbaar overgolft naar en in het kind.

En dat voelt het kind zelf ook. De liefde straalt als een bemoediging uit de gezichten van vader, moeder en de andere kinderen. Dat woord „Kom" gaat als een kracht door hem heen.

En dan… ja, dan gebeurt het Heel aarzelend nog, een paar stapjes, misschien valt het meteen weer neer, maar heel het gezin juicht en klapt in de handen. En de peuter glimlacht van plezier, want ook hij kan nu lopen, net als de grote mensen.

De kracht zit in het Woord

Zo staat ook de hemelse Vader om ons heen. Hij wil ons naar Jezus toe trekken, want uit onszelf kunnen we niet naar Hem gaan (Joh 6 : 44). Maar hoe doet Hij dat? Niet door ons naar Jezus toe te sleuren. Hij wil dat wij op menselijke wijze naar Jezus toegaan. Hij heeft ons immers geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. De Vader wil ons tot Jezus trekken door het Woord Hij wil ons tot Zijn kinderen maken, niet door een geheimzinnig, mystiek proces dat Hij bij ons op gang zou brengen, maar door het Woord, het woord van de uitnodigende liefde: „Kom maar!".

Dat woord spreekt Hij in en door Zijn Zoon: „Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (Mat 11 : 28). Dat woord spreekt Hij door Zijn dienaren en getuigen: „En wie dorst heeft, kome; en wie wil, neme het water des levens om niet" (Openb. 22 : 17).

Ook die uitnodiging „Kom!" lijkt een dwaasheid voor ons redenerend verstand. Immers wij kunnen niet naar Jezus gaan. We zijn geestelijk verlamd, dood.

Zo leek het ook een dwaasheid, toen Jezus tot een verlamde zei: „Sta op, neem je matras op en ga op stap". En nog vreemder was het toen Hij tegen Lazarus die al vier dagen in het graf lag, zei: „Lazarus, kom uit!" (Joh 11 : 43). Maar dat woord van Jezus was geladen met goddelijke kracht, kracht tot genezing, kracht om uit de dood op te staan.

Zo is het ook met het Woord Gods. „Want het woord des kruises is… voor ons die behouden worden, een kracht Gods" (1 Kor. 1:17). „Want het (Evangelie) is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft" (Rom. 1:16).

Engelen juichen

En wanneer de Vader ons zó door Zijn Woord dat geladen is met de uitnodigende kracht van Zijn Geest, de Geest der liefde (Rom. 5 : 5), tot Jezus trekt, dan staat ook het hele huis Gods, de gemeente van Christus, ja zelfs de engelen in de hemel, om ons heen; en ook zij roepen ons toe: „Kom, kom tot Jezus!". De gemeente en de engelen Gods begeleiden deze uitnodiging van de Vader met hun gebeden. Ze wachten vol spanning. En als ze dan zien, hoe een zondig mens eindelijk de eerste wankelende schreden zet op de weg naar Jezus toe, dan juichen ze van vreugde. „Alzo, zeg Ik u, is er blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert" (Lk. 15 : 10).

De satan onder Gods kinderen

Maar helaas is er de satan zelf, die zich tussen de kinderen Gods probeert in te dringen. Dat wordt prachtig uitgebeeld in het boek Job. „Er was nu een dag, toen de kinderen Gods kwamen om zich voor de Heere te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam". „Toen antwoordde de satan de Heere en zeide: Is het om niet dat Job God vreest?" (Job 1 : 6 - 9).

Zo zijn er ook allerlei mensen die met heel veel zware en vrome woorden niets anders doen dan wat de satan zo graag doet, nL de kinderen Gods beschuldigen en verdacht maken. Daarover lezen we: „Nu is de zaligheid en de kracht en het koninkrijk geworden van onze God en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders die hen aanklaagde voor onze God dag en nacht, is neergeworpen" (Openb. 12 : 10). Ook Paulus waarschuwt ons voor de listen van de Boze, „want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts" (2 Kor. 11 : 14). En het is zo tragisch dat deze mensen dit vaak oprecht menen en ook zelf onder hun eigen leer lijden. Ook de oudste broer van de verloren zoon was heel serieus. En met hun afwijzing van een oppervlakkige „Neem Jezus aan"-prediking ben ik het geheel eens.

En terwijl de hemelse Vader tegen een arme zondaar Zijn vriendelijke stem laat horen: „Kom maar en ga naar Jezus", en terwijl het huisgezin Gods, de oprechte gelovigen op aarde, en de engelen in de hemel dit herhalen en onderstrepen: „Kom maar!", proberen zij die hemelse stemmen te overschreeuwen met hun dreigende: „Maar dat gaat zó maar niet Je mag niet zo maar het water des levens drinken om niet. Er moet eerst heel wat staan te gebeuren". En ze doorspekken hun sombere betoog met Bijbelteksten en brengen aldus velen in verwarring. En ze beschuldigen hen die eenvoudig het Evangelie naspreken, als „lichte" predikers en ze roepen het hen die vol vreugde naar de bron van het water des levens gaan om er om niet uit te drinken, nog na: „Wacht maar! Je gaat met een ingebeelde hemel naar de hel!".

Zie slechts naar Hém

Trek u van dergelijke mensen niets aan. Zie alleen naar Jezus (Hebr. 12 : 2). „Bekeert u en gelooft het Evangelie" (Mk. 1:15). Geloof dat Evangelie zoals het in de Bijbel te vinden is. Neem er niets van af en voeg er niets aan toe.

Ga naar Jezus als een zondaar. Weet dat er in u geen goed woont en dat u dus uitsluitend op grond van genade de vrijspraak van God kunt ontvangen. Ga en geloof Hem op Zijn woord, wanneer Hij zegt: „Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven" (Mat 11 : 28). „Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet" (ps. 95). HEDEN… nú, op dit ogenblik!

„Ga naar Jezus…". Maar wéér kan iemand op grond van een leer van uitverkiezing weigeren aan die oproep van Gods Woord gehoor te geven. Jezus heeft toch immers gezegd dat niemand tot Hem kan komen tenzij de Vader hem trekt (Joh. 6:44).

Ik herhaal: dat is waar. Maar diezelfde Jezus heeft ook gezegd „Jeruzalem, Jeruzalem… hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen gelijk een hen haar kuikens bijeenvergadert onder de vleugels; en gij hebt het niet gewild" (Mat 23 : 37).

„En gij hebt het niet gewild!" Verschrikkelijk wanneer Jezus dat eenmaal in het oordeel tegen u zou moeten zeggen. Dan helpt het niet, als u dan voor Hem een zware uiteenzetting probeert te houden over de uitverkiezing. Jezus zal u dan wijzen op uw onwil, die achter al dat geredeneer van u schuil ging. Hij zal u dan terecht kunnen aanklagen, omdat u méér op uw eigen verstand en op het gezag van allerlei zelfvoldane geestelijke keurmeesters en theologen hebt vertrouwd dan op het gezag van Zijn Woord.

U hebt zich vastgeklampt aan uw geliefde theologische systeem U bent blind mensen gevolgd, die in hun kringen zich groot gezag hadden weten te verwerven vanwege hun angstaanjagende schildering van de toorn Gods, mensen die van zichzelf zeiden dat ze niet bekeerd, dus in de bijbelse zin ongelovig waren, mensen die dan ook nooit de warmte van de vergevende liefde Gods hebben ervaren.

Maar Jezus heeft gezegd „Volg Mij!". En Paulus heeft gewaarschuwd dat alle mensen leugenachtig zijn (Rom. 3 : 4).

Luister naar Jezus, die heeft gezegd dat wij moeten worden als een kind en dat we anders het Koninkrijk der hemelen niet zullen binnengaan. Geloof eenvoudig wat Hij zegt, ook al begrijpt u niet alles. Geloof Hem als Hij zegt dat niemand tot Hem kan komen tenzij de Vader hem trekt Geloof Hem evenzeer, wanneer Hij u oproept om tot Hem te komen. Laat het maar aan Hem over, hoe die twee, voor ons verstand schijnbaar tegenstrijdige, uitspraken van Hem met elkaar te rijmen zijn. Word als een kind. Laat Hem binnen in het huis van uw hart, wanneer u Zijn klop aan de deur verneemt Stel dan niet langer uit Zet al uw geredeneer opzij. Verootmoedig u erover dat u Hem misschien al zo lang buiten hebt laten staan, terwijl Hij met zoveel geduld bleef kloppen. Geef Hem eindelijk de eer die Hem toekomt Verheerlijk Hem als Jezus (Zaligmaker), als Heere en als Christus (Gezalfde met de Heilige Geest). Hij is de goede Herder. Hij is altijd op zoek naar de verloren schapen. Hij wil niets liever dan die verloren schapen in Zijn armen dragen naar de schaapsstal, waar ze veilig zijn, de schaapsstal van Zijn Vader. Roep dan tot Hem en eer dan u roept, antwoordt Hij reeds (Jes. 65 : 24). Spreek uw schuld voor Hem uit en rust in Hem, rust in Zijn vergevende liefde, rust voor eeuwig in Hem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Geschieden?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's