In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Hem toelaten als de GEZALFDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hem toelaten als de GEZALFDE

11 minuten leestijd

We moeten Hem toelaten als Jezus (d.i. als Zaligmaker), als Heere, maar ook als de Christus d.i. als de Gezalfde met de Heilige Geest. Daarover zijn nog heel veel mooie dingen te zeggen, maar ik kan dit boekje dat tenslotte bedoeld is als slechts een inleiding in de overstelpende rijkdom van Christus, niet te lang maken.

Jezus, vol van de Geest

Als Zoon van God wasjezus altijd vol van de Geest Maar van Hem als mens lezen we dat de Heilige Geest na de Doop in de Jordaan op Hem neerdaalde in de gedaante van een duif. Op dat moment kwam er ook een stem uit de hemelen, de stem van de Vader „Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb" (Mat. 3:17).

Vanaf dat moment wordt Hij geheel en al door die Heilige Geest geleid- „Toen werd Jezus door de Geest weggeleid om…" (Mat 4 : 1).

In de synagoge van Nazareth pastjezus dan ook terecht de woorden vanjesaja op Zichzelf toe: „De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart; om de gevangenen te prediken loslating en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid, om te prediken het aangename jaar des Heeren" (Lk. 4 : 1 8 - 19).

Jezus is dus de Christus (= de Gezalfde; Hebreeuws: Messias) met de Heilige Geest De olie is beeld van de Geest Olie betekent glans en overvloed.

De gezalfden met de Adem Gods

Maar de waarachtige gelovigen, di. zij die zich innerlijk aan Hem hebben overgegeven in geloofsvertrouwen, hebben deel aan Zijn zalving, deel aan de Heilige Geest, de Adem Gods, die op Hem rust Dus niet de naam-christenen, zij die alleen maar gedoopt zijn en misschien ook wel regelmatig naar de kerk gaan, maar die nooit tot persoonlijk geloof in Christus, de Gezalfde met de Heilige Geest, gekomen zijn.

Johannes schrijft dan ook aan de gelovigen: „Doch gij hebt de zalving van de Heilige en gij weet alle dingen". „En de zalving die gij van Hem ontvangen hebt, blijft in u en gij hebt niet van node dat iemand u leert; maar gelijk Zijn zalving u leert van alle dingen…" (1 Joh 2 : 20, 27).

De gemeente is dus een vergadering van mensen, die door de zalving van de Heilige Geest alle dingen weten. Waarom zijn er dan tóch nog leraars in de gemeente nodig? Want Paulus schrijft dat heel uitdrukkelijk: „En God heeft er sommigen in de gemeente gesteld… ten derde leraars".

Het antwoord op die vraag vinden we in 2 Petr. 1 : 1 2 - 15. Daar zegt Petrus dat hij zijn lezers „het" in gedachtenis wil brengen, „hoewel gij het weet". Iemand die in de gemeente is aangesteld om onderricht in het Woord Gods te geven, moet dus niet iets nieuws proberen te brengen, maar slechts de gemeente er aan herinneren watjezus heeft gezegd Op dezelfde manier brengt ook de Heilige Geest niet iets nieuws, maar verkondigt slechts watjezus reeds heeft gezegd De Heilige Geest voegt niets nieuws aan het Woord Gods toe, maar ademt dat Woord over ons uit, zodat we het herkennen als een Woord van Jezus. En naarmate een leraar méér gezalfd is met deze Heilige Adem Gods, des te meer zal hij zijn luisteraars die vreugdevolle ontdekking kunnen bereiden: „Ja, dat heeft Jezus inderdaad gezegd Zó heeft Hij het bedoeld!".

De Adem Gods woont in de gelovigen

Dat is het grote verschil met de gelovigen vóór de pinksterdag. Die werden ook bewerkt door de Heilige Geest. Niemand komt immers tot waarachtig geloof en tot bekering tenzij door de Heilige Geest En we lezen ook dat de Heilige Geest op zulke gelovigen „ viel". Maar die werking van de Heilige Geest was steeds voorbijgaande.

Maar vanaf de pinksterdag woont de Geest in de gelovigen, zelfs in hun lichamen. Als Paulus de Korinthiërs ervan wil overtuigen dat ze hun heidense gewoonte om naar de hoeren te gaan, volledig moeten laten varen, dan stelt hij deze vragen: „Of weet gij niet dat wie de hoer aanhangt, één lichaam met haar is?… Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest die in u is, die gij van God hebt ontvangen, en dat gij niet van uzelf zijt?" (1 Kor. 6 : 12 - 20).

En Jezus Zelfheeft gezegd „En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in eeuwigheid.. Hij blijft bij u en zal in u zijn" (Joh. 14: 16 - 17).

Een schreiend en verbroken hart

De Heilige Geest ademt de heiligheid Gods in ons uit Hij doet dat door ons te laten zien wie Jezus is, want „wie Mij heeft gezien, die heeft de Vader gezien" (Joh. 14:9).

Het gevolg daarvan is dat wij steeds scherper gaan zien wie wijzelf zijn: verlosten door Christus, dat wél, maar toch nog steeds behept met zondige neigingen. We ontwaren in ons telkens opnieuw, dat er duistere machten in ons huizen. Die macht van de zonde in ons probeert het terrein dat zij aan de Heilige Geest heeft moeten prijsgeven, terug te winnen. Het eigen „ik" dat in het sterven met Christus de doodsteek had gekregen, probeert telkens weer het volle vroegere leven terug te winnen om zo weer de heerschappij in handen te krijgen. Het wil weer baas zijn in eigen huis en probeert Christus als de Heer des huizes eruit te werken.

Dat is het diepe verdriet van een gelovige. Daarom schreit het in hem vanwege deze scheur, die door heel zijn wezen loopt. Hij ziet in zich die opstand van „het vlees" tegen de Heilige Geest

Hij leest wel in Rom. 7 : 17: „Ik dan doe dat nu niet meer, maar de zonde die in mij woont". En dat is hem ook tot vertroosting. Daarom kan hij ook met Paulus juichen: „Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij" (GaL 2 : 20). En tóch ervaart hij die zondemacht in hem als iets van hemzelf. Het is dan wel niet meer zijn eigenlijke „ik", want zijn eigenlijke „ik" is nu één geworden met de levende Christus. Maar die zondemacht is wel iets in hem. Hij kan er soms bijna wanhopig van worden dat hij telkens in zich tóch weer die trek ontdekt om zichzelf in het middelpunt van alles te plaatsen, terwijl hij met zijn herboren „ik" alleen maar Gods eer zoekt. En deze innerlijke strijd kan hem doen uitroepen; „Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood'" (Rom. 7 : 24).

Maar deze noodkreet brengt hem er altijd weer toe om zich nóg meer vast te klampen aan Christus. Het brengt hem tot dieper verootmoediging en tot het besefvan zijn volstrekte afhankelijkheid van Christus. Steeds weer zal hij er daarom behoefte aan hebben het reinigende bloed van Christus over zich af te roepen. Zo kunt u verstaan dat een schreiend en verbroken hart in een gelovige kan samengaan met de „onuitsprekelijke en heerlijke vreugde", waarmee hij zich verheugt in Christus. De vreugde is er door de eenheid met Christus, die door de Heilige Geest tot stand wordt gebracht; het verdriet is er, omdat je in je die oude zondemacht ziet, die je nooit kunt uitroeien. Er is groei in de levensheiligheid. Maar zelfs Paulus moest zeggen: „Niet dat ik reeds volmaakt ben". Hij voegde er echter aan toe: „Maar ik jaag er naar" (Phil. 3 : 12). Dat hoort tot de bijbelse nederigheid dat we altijd opnieuw streven naar de volmaaktheid, terwijl we toch weten dat we die volmaaktheid hier op aarde nooit bereiken.

Ondergedompeld in de Geest

De Geest wordt in de Bijbel ook vaak vergeleken met water. Ez. 39 : 29 spreekt over de toekomst, „wanneer Ik Mijn Geest zal hebben uitgegoten over het huis Israêls". En Petrus zegt dat op de pinksterdag de profetie van Joel in vervulling is gegaan: „Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees" (Hand. 2 : 17).

En Johannes zegt dat dit het verschil is tussen hem en Jezus: „Ik doop u wel met water tot bekering; maar… Die zal u dopen met (in) de Heilige Geest en met vuur" (Mat 3:11).

En ook Jezus zegt hetzelfde vlak voor Zijn hemelvaart „Want Johannes doopte wel met (in) water, maar gij zult met (in) de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen" (Hand 1 : 5). Het Griekse woord „baptizein" dat hier vertaald wordt met dopen, betekent oorspronkelijk „onderdompelen in". Jezus is dus degene die vanaf de pinksterdag hen die in Hem geloven, zal onderdompelen in Zijn Geest Zie ook Jo h 7 : 3 7 - 39.

En wat is het gevolg van die onderdompeling in de Geest? „Maar gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn" (Hand 1 : 8).

Kracht

Wat betekent die kracht, die de gelovigen vanaf de pinksterdag zullen ontvangen? Is die kracht gelegen in geweldige gevoelsberoeringen? Nee, beslist niet Wel kan die uitstorting van de Geest gepaard gaan met allerlei hevige emoties. Dat zien we ook op de pinksterdag. De discipelen waren buiten zichzelf, zozeer zelfs dat ze op de omstanders de indruk maakten dat ze dronken waren.

Maar we weten het toch immers allemaal dat ook de hevigste emoties niet blijvend zijn. Ze zijn niet een garantie voor doorzetting en volharding, ook als er moeilijkheden komen.

Nee, de kracht die de gelovigen ontvangen, wanneer ze door Jezus worden ondergedompeld in de Heilige Geest, dringt veel dieper door. Ze nestelt zich in ons herboren „ik". Ze is kracht van onze hernieuwde wil. Ze is door de Heilige Geest gewekte wils-kracht.

Die Heilige Geest richt dan onze wil geheel en al op de verheerlijking van Christus. Dat is immers ook de enige wil van de Geest Hij wil niet de aandacht vestigen op Zichzelf, maar op Christus en in Hem op de Vader. En die gerichtheid op de verheerlijking van Christus trekt Hij ook door ons heen, wanneer wij door Jezus in Hem worden ondergedompeld.

Ik wil er toch nog even op wijzen dat die kracht niet gelijk gesteld kan worden met gewone wilskracht Er zijn ook ongelovige mensen, die een zeer sterke wil hebben. De door de Geest gewekte wils-kracht komt voort uit de diepten van onszelf. Het is net alsof dan alles in ons zich verstrakt, alsof heel onze ziel gekeerd staat naar het getuigenis van Jezus. Daarom is het ook zo goed te begrijpen dat bij veel mensen deze ervaring doorbreekt tot in alle lagen van hun gevoelsleven.

Vertrouwen

Uit het voorafgaande blijkt dat geloven tevens een zaak van vertrouwen is.

Geloven is God vertrouwen op Zijn Woord. Geloven is vertrouwen in Jezus Christus als de Gezondene door God om die belofte waar te maken door Zijn kruisdood en Zijn opstanding. Daarom betekent geloof tegelijk een diepe vrede. Door het geloof in Christus ontstaat er een duurzame en vaste vertrouwensrelatie tussen God en ons. We weten dan met een vreemde, blijde, innerlijke zekerheid dat we nooit bedrogen zullen uitkomen, wanneer we God zonder meer vertrouwen op Zijn Woord.

Dat geeft een diepe rust aan ons. Je weet je dan volkomen veilig bij Jezus, veilig in de armen van Zijn Vader. Alles in je vloeit dan uit in Hem. Alle spanningen lossen zich dan op in Hem. Je weet dat Zijn armen sterk genoeg zijn om je te dragen. Je hoort de goede Herder zeggen: „Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders. Ik en de Vader zijn één" (Joh. 10 : 27-30). Je hoort het Hem zeggen tegen jou, tegen jou heel persoonlijk, in een oneindige vertroosting.

Daarom wfl je ook niet meer twijfelen aan de waarachtigheid van Zijn belofte. Wanneer Hij zegt: „Wie dorst heeft, kome; en wie wil, neme het water des levens om niet" (Openb. 22 : 17), dan geloof je dat ook onvoorwaardelijk. Hij heeft gezegd „om niet", en dan is het ook om niet. Of zoals Paulus, de getrouwde dienstknecht van Jezus, zegt: „En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anders is de genade geen genade meer" (Rom. 11:6).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Hem toelaten als de GEZALFDE

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's