WAAROM IS ER EEN BAN IN DE GEMEENTE
Uit een brief:
„Je hoefde ds. Vroegindeweij maar twee minuten voor de EO te horen of hij beleed zijn Heere aL Is juist dit belijden niet vrucht van de wedergeboorte? Ik vind dat zo sterk bij Paulus: „En hij predikte terstond Christus in de synagoge dat Hij de Zoon van God is" (Hand. 9 : 20). Vooral dat „terstond" (na zijn bekering) trof mij zo.
Daarentegen is er bij veel „vrome" sprekers en scribenten een systematisch daarover zwijgen of een handig het omzeilen.
Als dat zo is, dan houd ik mijn hart vast, wanneer de gelovige gemeenteleden eens de raad van Johannes gingen toepassen: „Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten of ze uit God zijn". (1 Joh. 4:1). Zouden dan niet velen ontmaskerd worden als „hypokrieten", omdat zij het zijn die alles zo dor en saai houden? Zij zijn het die de ban in de gemeente leggen, waardoor de gemeente niet kan komen tot die echte lofprijzing van haar Heere en Zaligmaker, dat echte leven uit en in Hem.
Antwoord:
1. Ook ík vraag me vaak af of ik wel voldoende krachtig ben in mijn verkondiging. Moet ik niet veel meer vanuit het Woord ontmaskeren? Deze vraag leg ik echter voortdurend voor de Heere neer. En dat moeten wij allen doen. En dan zal de Heere aan de één meer de opdracht geven: Breek af, schrijf of spreek ontdekkend, ontmaskerend. En aan een ander: Bouw op, schrijf en spreek vertroostend, bemoedigend.
Ik word daarin vaak heen en weer geslingerd. Dat merkt u wel in ons blad. Of eigenlijk is dat niet een juiste uitdrukking: „heen en weer geslingerd". Beter: soms meen ik dat de Heere mij oproept om de dingen vlijmscherp te zeggen en ander keren is het alsof Hij tegen mij zegt: Vertroost toch vooral Mijn kinderen, want ze hebben het zo nodig.
2. We moeten ook oppassen dat we:
a. het gekrookte riet niet verder mogen braeken en de rokende vlaswiek niet helemaal uitdoven. Dat deed de Heere ook niet. ZieMatth. 12 : 20. Hoeveel voorgangers zijn er misschien niet, die nog steeds het volle heerlijke leven in Christus niet ervaren, maar er wel hevig naar hunkeren en er intens om bidden? Is het dan niet tegen de liefde, wanneer wij hen desondanks met harde woorden verwijten dat hun prediking niet of nauwelijks een uitstraling is van de volheid van de Geest? Wij moeten eikaars lasten helpen dragen, zegt Paulus. Omringen wij onze predikanten wael voldoende met ons gebed' En waar is de kracht des Geestes van de gemeenteleden zelf? Wij zijn samen schuldig aan een Geest-eloos leven van de gemeente.
b. We moeten ook oppassen dat we, terwijl we proberen het onkruid uit te trekken, niet tevens de tarwe aantasten. Er is nog zoveel tarwe tussen het onkruid En daar gaat het om: de tarwae, het heil van Gods kinderen en daardoor de bevordering van de eer van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
