LIEFHEBBEN MET HART ZIEL EN VERSTAND
„Mijn ouders zijn al tijden geabonneerd op IRS en vooral mijn moeder had het vaak over artikelen van uw hand. Die moest ik ook eens lezen, zei ze. Ik heb dat nooit gedaan. Totdat ik het nummer van maart toevallig eens zag liggen en doorbladerde. De vetgedrukte koppen hadden mijn aandacht direkt gewekt: „Het hart - het verbroken hart - een schreiend hart - gemeenschap met elkaar in Christus-vervuld met de Heilige Geest".
„Gij zult liefhebben de Heere, uw Gud,
met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand"
(Matth. 22 : 37)
Zo begon een brief van een jongeman, die ergens een universitaire opleiding volgt. De brief gaat dan verder: „Eenmaal mijn belangstelling gewekt, las ik ook het aprilnummer. En meteen werd ik al getroffen door het artikel op p. 3: En ik had de liefde niet. Dát waren de woorden die ook ik diep in mijn hart had, maar die nog nooit zo heel duidelijk naar boven waren geborreld. Of misschien toch wel, maar nooit met zo'n overtuiging".
„Ik ben me bewust, wat voor grote basisvraag eigenlijk achter deze moeilijkheid zit: In hoever moet mijn gevoel betrokken zijn in m'n geloven".
„Nu wordt door sommigen iets dergelijks afgewezen. Men waarschuwt voortdurend voor het gevoel. Men zegt: Je gelóóft of je gelóóft niet; je gelooft als je van mening bent dat je zondig bent en je ook weet dat Christus voor je aan het kruis gestorven is. Geloofsverrukking, een stuk geloofsenthousiasme, is geen voorwaarde voor een echt geloof.
Nee, iets dergelijks wordt zelfs wat éng; daar zijn we bang voor".
Kilheid komt voort uit emotie
Allereerst een psychologische opmerking als antwoord. De verstandelijke kilheid, met name ook in de geloofsuitingen, komt voort uit een diepe emotie, nl. uit de angst gewoon jezelf te zijn in het bijzijn van anderen. Zulke mensen zijn ontzettend bang om iets van hun gevoelsberoeringen te laten zien. Daarom vluchten ze in intellektuele kilheid. Die kilheid is een masker dat ze opzetten om hun ware aard te verbergen. En zoals u weet, angst en vlucht zijn diepe, soms
verterende emoties. De waarlijk bevrijde mens schaamt zich niet voor zijn gevoelens. Hij aanvaardt zichzelf zoals hij is. Hij hoort dat te doen om twee redenen. Allereerst omdat God hem zó heeft gemaakt nl. met verstand, maar evenzeer met emoties, gevoelsberoeringen. Hij geneert zich niet over het werk van God, dus ook niet over zijn volle mens-zijn, een wezen te zijn met verstand én gevoel.
En een ' ~veede reden waarom de waarlijk bevrijde mens zichzelf helemaal aanvaardt, is omdat hij weet dat verdringing van de natuurlijke gevoelens oorzaak is van frustraties. Je bent daardoor op allerlei wijze geremd en hoopt nodeloze spanningen in jezelf op, die gemakkelijk tot over-spanning kunnen leiden. En vooral: daardoor kun je veel minder betekenen voor je medemens. Een gefrustreerd mens die zijn eigen gevoelens heeft weggedrukt naar het onderbewustzijn, is op zichzelf gericht en kan niet echte belangstelling voor een ander opbrengen.
Een vulkaan
Laat ik voor alle zekerheid er nog aan toevoegen: natuurlijke gevoelens kan men nooit te niet doen. Men kan ze niet uit de ziel wegrukken. Men kan ze wel wegduwen naar de diepte van het onderbewustzijn. Maar… daar blijven ze dan werkzaam. Verdrongen gevoelens zijn juist veel sterker dan aanvaarde gevoelens. Die verdrongen gevoelens proberen langs allerlei sluipwegen toch weer naar boven te komen. De gefrustreerde mens moet dan telkens proberen ze eronder te houden. Zo leeft hij in voortdurende spanning, die, zoals gezegd, gemakkelijk tot overspanning wordt. De kille verstandsmens is meestal slechts in schijn zonder gevoelens. In werkelijkheid is hij een vulkaan, die slechts door zijn zelfhandhavingsdrift met inspanning van alle krachten zich behoeden wil voor een gewelddadige uitbarsting.
Zo kunnen we ook verklaren dat hooggeleerde heren met allerlei doctorstitels voor hun namen soms zo vinnig tegen elkaar kunnen uitvallen. Vanachter hun schrijfburo's gaan deze „denkers krachtens beroep" elkaar te lijf, soms met de vlijmscherpe messen van hun sarcasme. Men spreekt niet voor niets over de „rabies theologorum=de razernij (hondsdolheid) van de theologen". Ze kunnen inderdaad soms door het dolle heen naar elkaar bijten.
De ziel
In het bovenstaande trof u enkele opmerkingen aan, die ik meende te moeten maken vanuit de psychologie. Maar belangrijker is: wat zegt de Bijbel over de mens?
We lazen dat God de mens oproept om Hem lief te hebben met zijn gehele hart, ziel en verstand. Allereerst dan de vraag: wat bedoelt de Bijbel met de ziel van de mens?
De ziel is het beginsel van het leven zowel van het dier (Gen. 1 : 30) als van de mens (Gen. 2 : 7). In mindere mate kan dat ook gezegd worden van de planten. Daarom zien we ook dat in de Bijbel vaak gelijkenissen worden genomen uit allerlei gewassen, planten, struiken en bomen om het geestelijke leven van de mens duidelijk te maken. Israël wordt vaak vergeleken met een olijfboom. De heidenen kunnen als wilde loten op de saprijke wortel Israël worden ingelijfd. Jezus zegt: „Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken". Enzovoort.
De ziel is datgene wat het levende wezen instandhoudt. Verdwijnt de ziel, dan vergaat het als levend wezen. „Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen gelijk de rank en is verdord; en men vergadert ze en men werpt ze in het vuur en zij worden verbrand" (Joh. 15 : 6).
De ziel zorgt voor compensatie
De ziel is het dus, die het levende wezen als een eenheid bij elkaar houdt. Gaat de ziel weg, dan komt de ontbinding, de dood. Het lijk is een lichaam zonder ziel. Die ziel tracht op allerlei wijzen het leven te beschermen. Een van die manieren waarop de ziel dat probeert, is de compensatie. Wanneer b.v. één nier is weggenomen bij mens of dier, dan zorgt de ziel ervoor dat die éne nier die overblijft, extra versterkt wordt.
Dat gebeurt ook in het psychische leven van de mens. Wanneer iemand door allerlei omstandigheden een sterk minderwaardigheidsgevoel heeft gekregen, dan zorgt de ziel ervoor dat die mens daarnaast een sterke neiging krijgt om zich méér ce voelen dan de anderen. De ziel doet hem met grote hartstocht ernaar streven om zich op allerlei wijzen te doen gelden, om te streven, te jagen naar eer en aanzien en macht.
De Bijbel legt een nauw verband tussen de ziel en het bloed. „Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zuU gij niet eten" (Gen. 9 : 4). „Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven om over uw zielen verzoening te doen" (Lev. 17 : 11).
Het bloed wordt gezien als de zetel van de zelfhandhaving van het levende wezen. Daarom is de bloedstorting het teken van de volkomen overgave aan God, wanneer dat in de offerande gebeurt. Daarom staat er dan ook: „Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving" (Hebr. 9 : 22). Zo lezen we ook over de lijdende Godsknecht: „Hij heeft Zijn ziel uitgestort inde dood" (Jes. 53 : 12). Het is duidelijk dat hier met de uitstorting van de ziel de bloedstorting is bedoeld.
Het verstand
De ziel is dus tegelijk het vermogen dat de orde en de eenheid in het levende wezen regelt. De ziel maakt daarbij gebruik van allerlei mogelijkheden, die God in het levende wezen heeft gelegd. Eén van die mogelijkheden noemden we reeds: de compensatie.
Maar bij de mens beschikt de ziel over een hoger vermogen. Dat is het verstand. Door het verstand kan de ziel van de mens gebruik maken van meerdere regulerende vermogens, voornamelijk twee: de geestelijke zelfhandhavingsdrift en het geweten.
Het verstand is het vermogen om inzicht te krijgen, althans voor een gedeelte, in het wezen van de dingen en daarom ook in hun onderlinge verhoudingen, met name in de verhouding oorzaak-gevolg.
Een dier heeft dat vermogen niet. Ze kunnen wel over een hoog ontwikkeld instinkt beschikken b.v. een aap. Ze kunnen de verhouding tussen oorzaak en gevolg wel enigszins met dat instinkt aftasten, maar ze doorzien die verhouding niet. Dat voorrecht is alleen aan de mens gegeven. Daarin is de mens beeld van God. „En Goézag wat Hij gemaakt had en zie, het was zeer goed" (Gen. 1 : 31). Zieook Gen. 2 : 19, 20.
Machteloosheid van het verstand
Dat verstand kan aan de mens dus voorlichting geven over wat mooi en goed is. Het geweten houdt de mens voor wat hij doen moet, wat de wet van God van hem eist.
Maar desondanks is dat verstand machteloos, omdat het gebonden is aan een andere macht. Paulus noemt die macht „de wet van de zonde en van de dood". Op aangrijpende wijze beschrijft Paulus in Rom. 7 die strijd tussen het verstand en die donkere macht in hem. Hij laat zien, hoe de mens tegen die macht niet is opgewassen en het daartegen altijd verliest. Volgens Paulus „weet" het verstand het allemaal wel goed: „Want wij weten dat de wet geestelijk is". „Alzo is dan de wet heilig en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed". Daar staat echter een verschrikkelijk „maar…" tegenover. „Maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde". „Hetgeen ik wil doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik".
Het boze hart
Jezus noemt dat boze beginsel in ons: het boze hart. „Want uit het hart komen boze bedenkingen, doodslagen, overspel, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen" (Matth. 15 : 19). Paulus noemt het vaak „het vlees".
Het hart is het vermogen om de richting van de mens te bepalen. De ziel van de mens is daaraan onderworpen.
Voor een gedeelte treffen we dat ook aan bij de dieren. Een hond kan als soort vals van aard zijn, maar een hond kan ook vals gemaakt worden door een verkeerde opvoeding, behandeling.
De mens is sinds de zondeval vals van aard en die valsheid wordt gedeeltelijk versterkt door de opvoeding van ouders, die immers ook een valse aard, een bedorven natuur, bij hun geboorte hebben meegekregen en daarom bijna gedwongen zijn om nog meer bij hun kinderen te bederven.
Het goede hart
De mens kan zijn valsheid kwijt raken. Maar dat kan alleen door een ingrijpen van boven. De Bijbel noemt dat de wedergeboorte, die bewerkt wordt door de Heilige Geest of ook wel de geboorte uit God (Joh. 1:13).
Datzelfde proces, maar dan van de mens uit bezien, wordt in de Bijbel bekering genoemd. Het is een totale verandering van levensinstelling. De mens gaat dan heel anders denken, willen en voelen. Eerst was hij een slechte boom, die alleen maar slechte vruchten kon voortbrengen, maar nu is hij een goede boom geworden, die goede vruchten voortbrengt (Matth. 7 : 16-23).
Hij is echter zulk een goede boom geworden NIET doordat hij nu een deugdzaam mens is geworden, maar doordat hij nu als een levende rank verbonden is met de Wijnstok Christus en doordat de Heilige Geest in hem woont. Daarom kan hij nooit op de lauweren rusten van zijn wedergeboorte. Altijd zal hij moeten leven in de geloofsafhankelijkheid van Christus. Steeds opnieuw zal Christus de Heilige Geest over hem moeten uitademen en de gelovige zal die Geest altijd weer door zijn geloof moeten inademen. „De rechtvaardige leeft uit geloof alleen".
Daarom raakt de mens zijn bederf nooit helemaal kwijt. Dat komt omdat alles afhangt van zijn levende geloofsverbondenheid met Christus. Naarmate die geloofsverbondenheid zwakker is, zal de oude valsheid, het vroegere bederf, weer de overhand nemen. Naar de mate dat die geloofsverbondenheid met Christus inniger is, zal hij ook uit de Geest vrucht dragen (Gal. 5 : 22). En die geloofsverbondenheid met Christus verzwakt zo gemakkelijk bij ons.
Gevoel
Nu komen we weer terug tot de oorspronkelijke vraag: de plaats van het gevoel in de gelovige mens.
De gevoelens, de gemoedsaandoeningen, zoals blijdschap, droefheid, toorn, verontwaardiging enz. zijn door God zelf als mogelijkheden in de mens gelegd. Door het boze hart waren deze gevoelens ont-aard, verkeerd gericht, zondig. Maar bij de gelovige mens kunnen ze in volle harmonie met de gehele psyche zich uiten tot lof van de Schepper.
Psalm 150 roept ons op om de Heere op allerlei wijze te loven, met de bazuin, de harp, de trommel, het orgel en de cymbaal. Wie durft dan te zeggen: Loof de Heere met alles, maar niet met je gevoel. Schaam je ervoor, wanneer die lofzang zou opstijgen uit de diepste lagen van je gevoel. Beperk je tot de lofprijzing van het verstand. Wat daar boven uit gaat, is uit de boze.
„Gij zult de Heere liefhebben met uw gehele hart en met uw gehele ziel en met uw gehele verstand". God mag beslag leggen op alles wat Hij ons gegeven heeft, ook op ons gevoel; ook dat is van Hem. Loof de Heere, ook met uw gevoel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
