In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

CHRISTUS DE NORM VOOR ALLES

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTUS DE NORM VOOR ALLES

5 minuten leestijd

Er is één zinnetje in het klassieke Avondmaalsformulier dat een onvergetelijke indruk op mij heeft gemaakt. Dat zijn de woorden: „Wij zoeken ons leven buiten onszelf in Jezus Christus". In deze éne parel flonkert het ganse Evangelie.

Het formulier wil daarmee de ongezonde aandacht van de mens voor zichzelf wegnemen. Zeker, er is ook een gezonde zelfbeproeving (1 Kor. 11:3- 29). Maar Paulus spreekt daar over duidelijk aanwijsbare uiterlijke misstanden. Hij roept daar niet op tot een wroeten in je eigen innerlijk. Hij is al te zeer overtuigd dat „in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont" (Rom. 7). Zijn kernboodschap luidt dan ook: „Zoek het leven buiten uzelf; zoek het in Christus; daar zult u het volkomen vinden, in Hem en in niemand anders".

Dat zinnetje van het Avondmaalsformulier zou ik ook willen toepassen op de vraag die ons in dit nummer bezig houdt, nl. over de verhouding verstand-gevoel. Ik zou willen aanraden: Zie niet zozeer naar binnen; houd u niet al te veel bezig met de vraag: verstand en/of gevoel. Zie naar Christus en geef u aan Hem over, geheel en al, dus mét uw verstand én uw gevoel. Wees uzelf in Hem!

Als wij ons onvoorwaardelijk aan Christus overgeven, dan zal Hij verstand en gevoel in ons tot de juiste proporties terugrengen. Hij zorgt er dan voor, dat verstand en gevoel in een goede harmonie leven en elkaar dienen en ondersteunen.

Dat kan en wil Hij echter alleen doen, wanneer wij ons hart aan Hem hebben overgegeven d.w.z. wanneer wij innerlijk besloten hebben ons geheel op Hem te richten, wanneer wij Hem onvoorwaardelijk de Heer over ons leven laten zijn. Dat moet u dus wél onderzoeken. En dat kunt u eenvoudig te weten komen. Daarvoor hoeft u heus niet diep te gaan graven in uw gevoelens. Het is voldoende wanneer u eerlijk bent tegenover uzelf. Dan zult u het wel merken of u al of niet bepaalde reserves hebt gemaakt in uw zogenaamde overgave aan Christus. U kunt het heel goed van uzelf weten of u hebt besloten: tot zóver wil ik met Christus meegaan, maar niet verder. Hij mag wel veel van mij vragen, maar niet alles. Hij mag niet een onbeperkte volmacht hebben over mijn giroboekje of over mijn bankrekening. Hij moet niet vragen dat ik een bepaalde opvatting van de kerk of geloofsgemeenschap waartoe ik al zo lang behoor, verlaat, want dat zou een breuk betekenen met mijn familie en dan zou ik mijn aanzien verliezen. Ja, daar moet Hij van afblijven: mijn populariteit. Ik kan er niet tegen, wanneer anderen mij veroordelen en de neus voor mij optrekken. Hij moet ook niet vergen dat ik altijd maar op Zijn aanwijzingen moet wachten. Ik wil zélf ook de handen uit de mouwen steken. Ik wil óók mijn eigen plannetjes uitwerken. Ik wil ze niet altijd eerst aan Hem voorleggen in het gebed, zodat ik het risico loop dat Hij afkeurt wat ik zo mooi in elkaar had gezet. Ik wil niet tevreden zijn met een bescheiden plaatsje in de kerk of de geloofsgemeenschap waarvan ik deel uit maak. Ik wil altijd op de voorgrond treden. Ik wil mijn eigen (vrome) ideetjes en Schriftverklaringen handhaven. Daarom wíl ik ook niet echt luisteren naar wat andere kinderen Gods over de Schrift zeggen, want dan zou ik wel eens tot het inzicht kunnen komen dat ík - o dat geweldige „ik"! - het tot nog toe verkeerd heb geleerd. Ik wíl, ik wíl, ik wíl…..

Als dát onze eigenlijke levenshouding is, dan moeten we ook niet veel van Christus verwachten. Dan heeft Hij alle recht om ons dan maar te laten aanmodderen met onszelf. En dat wil zeggen dat we nooit onze frustraties kwijt raken. Dan is het onze eigen schuld, wanneer we verworden tot kille verstandsmensen of tot zwoele gevoelsdwepers.

Hij wil onze Heelmeester zijn, maar dan moeten we ons ook helemaal aan Hem toevertrouwen. Dan moeten we toelaten dat Hij, wanneer Hij dat nodig vindt, als een goede chirurg er het mes in zet, het tweesnijdende zwaard van Zijn Woord dat alles in ons open maakt (Hebr. 4:12-13).

Veel Christenen klagen over gebrek aan vooruitgang in het geestelijk leven. Hun omgang met God is zo dor, zo eentonig. Hun gebed mist elke glans en gloed. De oorzaak daarvan zal zo goed als altijd zijn: zij willen wel allerlei zegeningen van de Heere, ze willen Zijn vertroostende nabijheid ervaren, maar tegelijk stellen ze hun eigen voorwaarden, waaraan de Heere moet voldoen. Dat kan en wil Hij niet. Hij wil niet voor onze karretjes gespannen worden. Hij wil soeverein over ons beschikken en anders laat Hij ons aan onszelf over, zodat we dan maar door schade en schande wijs moeten worden met de hemelse wijsheid, waardoor we Hem gaan zoeken, Hem alleen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

CHRISTUS DE NORM VOOR ALLES

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's