In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

EEN BLAD, VOL VAN LOF EN DANKZEGGING?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN BLAD, VOL VAN LOF EN DANKZEGGING?

6 minuten leestijd

Hoe moeilijk is het toch om aan rooms-katholieken de blijde boodschap te brengen! Maar zoals de Heere mij uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht heeft getrokken, zo vertrouw en bid ik dat Hij nog velen zal trekken. Wel heb ik bemerkt dat, hoe meer wij laten zien wat in de R.-K. Kerk verkeerd is, hoe meer zij zich afzetten tegen ons.

Zodoende ben ik gaan menen- en ik word er al in bemoedigd- dat het pure, het zuivere Woord de ogen opent. Wij moeten vooral de Heere loven en danken. We moeten getuigen van de vreugde in Hem, die alles voor ons heeft volbracht. We moeten verkondigen dat wij door Jezus Christus hersteld kunnen worden naar geest, ziel en lichaam en dat Hij deze boodschap vergezeld zal doen gaan met tekenen en wonderen.

Het is immers Gods Geest, die overtuigt van zonden, gerechtigheid en oordeel, in de harten. Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid, tot behoud.

Als u zo uw blad vulde, zou het doordrenkt worden van blijdschap, vrede en gerechtigheid, door de Heilige Geest. Want daaruit bestaat toch immers het Koninkrijk Gods? En wij zijn toch Zijn volk?

Terwijl ik schreef en mijn gedachten liet gaan, groeide het verlangen naar zo'n maandblad, dat vol zou zijn van de lof des Heeren. Laat de oprechten van hart maar spreken tot eer en glorie van onze Heere en Heiland, Wiens Naam is: Sterke God, Vredevorst, Eeuwige Vader, Wonderbare Raadsman.

Wat zei Paulus? „Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding". En: „Ik heb niets onder u te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd".

Soms denk ik wel eens dat wij de Heere flink voor de voeten lopen en hoor ik Hem zeggen: Weest in geen ding bezorgd. Ik heb dan ook veel meer behoefte om mijn wensen onder lof en dank in volharding bekend te maken bij God.

Ons kommentaar

1. Ook ik heb vaak gedacht aan zulk een blad. Wel zou ik dan graag ook nog andere bijbelse tonen laten meeklinken in zulk een symphonie van aanbidding. Met name de verootmoediging en de verwondering over een heilige God, die ons altijd weer onze zonden vergeeft in en door Jezus Christus. Een gezamenlijke en openlijke verootmoediging kan zeer reinigend op je inwerken. Zo vind ik altijd opnieuw het gebed van Daniël (Dan. 9 : 1 - 23) aangrijpend mooi: „Wij hebben gezondigd en onrecht gedaan en goddeloos gehandeld en gerebelleerd, door af te wijken van Uw geboden en van Uw rechten. En we hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken. Bij U, o Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten. Bij de Heere, onze God, zijn de barmhartigheden, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben".

2. Ik had ook al een naam voor zulk een tijdschrift bedacht: „Sola Scriptura" of „De Schrift alleen". Ik had mij zulk een tijdschrift voorgesteld, inderdaad vol lof, aanbidding, verootmoediging, vreugde en dankbaarheid om de vergeving, verlustiging in al dat rijke dat God in Zijn barmhartige liefde aan de Zijnen bereidt; maar ook vol van Bijbelstudies, waar de schrijvers angstvallig zouden vermijden eigen gedachten als konklusies uit de Bijbel of zelfs buiten de Bijbel aan de lezers op te dringen.

3. Toch ben ik bang dat zulk een tijdschrift te zwevend zou worden en ook niet in overeenstemming zou zijn met de Bijbel. De Bijbel zelf geeft ons immers het voorbeeld van de profetie, die ingaat op zeer konkrete, ook sociale mistoestanden in Israël. Een tijdschrift dat dit niet zou doen, zou maar een halve Bijbel zijn. Ik kan echter deze mevrouw heel goed begrijpen. Ikzelf ben ook steeds meer vermoeid geworden van de strijd. Ik ben ontzaggelijk blij dat ik de Gereformeerde Kerken verlaten heb. Zolang ik daar lid van was, voelde ik de verantwoordelijkheid over wat daar gebeurde, zwaar op mij drukken. Dan kón ik het niet nalaten om daartegen te protesteren op allerlei wijze en mij met bezwaarschriften tot de synodes te wenden.

Maar wat een tijd ging daar niet in zitten! En bovendien: hoe graag had ik die tijd besteed aan de positieve verkondiging van het Evangelie, aan de grootmaking van de Naam van onze Heere.

„Elia was een mens van gelijke beweging als wij" (Jak. 5:17). Daarom kan ik mij zo goed indenken in zijn geestelijke vermoeidheid na zijn lange strijd tegen de goddeloze Izebel en de slappe en tegelijk wrede Achab. Hoe vaak komt er bij velen van ons niet een dergelijk gebed in ons hart op: „Het is genoeg; neem nu, Heere, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen" (1 Kon. 19 : 4).

Maar hij kreeg de wonderbare spijs van de Heere te eten „en hij ging, door de kracht van die spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg Gods, Horeb" (vs. 8). Daar, bij de berg Horeb, verschijnt de Heere hem in „het suizen van een zachte stilte" en geeft hem de opdracht tot een zeer revolutionaire daad: „Daartoe zult gij Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning van Israël" (vs. 16), dus in de plaats van koning Achab. En Elia gehoorzaamt.

Zo zullen ook wij toch altijd weer geroepen worden om te profeteren tegen allerlei vormen van dwaling en van wetteloosheid. En de Heere zal ons ook altijd Zijn kracht, Zijn wonderbare spijze, daarvoor geven. Hij zal ons telkens, op Zijn tijd, roepen naar „het suizen van een zachte stilte" om daarin heel persoonlijk tot ons te spreken en ons Zijn heerlijkheid te doen zien.

Het vermoeiende in het vervullen van de roeping om te profeteren bestaat ook vooral daarin dat je, terwijl je weet en ervaart dat je zelf een zondig mens bent, toch geroepen bent om de zondige afdwalingen van anderen aan te klagen. En die zondigheid kleeft ons aan, zelfs in het profeteren. Wij kunnen nooit zuiver profeteren. En dat maakt het zo vermoeiend.

Maar, Gods Naam zij geprezen! Hij nodigt ons telkens uit om te rusten bij en in Hem.

4. De lezers zullen wel bemerkt hebben dat ik in ons blad de laatste jaren steeds meer ruimte ben gaan geven aan de positieve verkondiging van het Evangelie en steeds minder aandacht heb besteed aan de weerlegging van de r.-k. dwaalleer.

5. Wij moeten niet christelijker willen zijn dan Christus zelf. Christus heeft tijdens Zijn leven nooit een bijzondere plaats aan Maria toegekend. Wekt de uitbundige r.-k. Mariaverering niet de indruk dat men daarin Christus verbeteren wiP Wij moeten ook niet bijbelser willen zijn dan de Bijbel zelf. Dat doen we wanneer wij de waarheid slechts positief willen ver kondigen ep aldus de indruk wekken dat wij de Bijbel verbeteren willen, die zich ook keert tegen de dwalingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

EEN BLAD, VOL VAN LOF EN DANKZEGGING?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's