In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

STERVEN en OPSTAAN MET EN IN CHRISTUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STERVEN en OPSTAAN MET EN IN CHRISTUS

5 minuten leestijd

„In alle mysterie religies gaat het om de overgang van dood naar leven (p. 194). „Het boek Job is geen leerproces, maar een lijdensproces, dat beoogt de mens waarachtig te maken en hem zó de waarheid Gods deelachtig te doen worden. Het beoogt een reiniging, een katharsis, zonder welke niemand God kan zien. Slechts aan de reinen van hart openbaart zich het heilsgeheim" (p. 216).

Ik denk ook dat we bij ons zoeken naar het geheim van de christenen van de eerste eeuw(en) daar terecht komen.

Dezer dagen viel mij dat weer op, toen wij bij de Bijbelstudie nadachten over het aangrijpende verhaal van het sterven van Christus in het Evangelie naar Mattheüs. Diezelfde dag hadden we Romeinen 7 gelezen. In de eerste verzen trekt Paulus daar de vergelijking tussen een vrouw, die vrij is om met een andere man te trouwen, wanneer haar eerste man is gestorven, - én de gelovige die met Christus aan de wet is gestorven en zich nu dus geheel aan Christus mag hechten. Wanneer je dat diep en waarachtig doorleeft, dan voltrekt zich een mysterie aan ons. Dan is dat ook niet een leerproces, maar een lijdensproces.

Staande voor het kruis blijft er niets meer van je over dan één hoopje ellende en schuld. Dan heb je geen enkele verwachting meer van jezelf. In het licht van zulk een zichzelf wegschenkende liefde van Christus doorzie jé je eigen voosheid ondanks je vrome praatjes. Dan sterf je aan je eigen, zelfgenoegzame, zondige „ik".

Maar je kunt nu niet meer louter naar de Gekruisigde zien. Over dat kruis heen valt altijd het licht van de paasmorgen. Je ziet in deze Gekruisigde tevens ook de Opgestane, de Overwinnaar over de dood.

Daarom is ons sterven aan ons eigen „ik" tegelijk een opstaan met Hem. Daarom kon ook Paulus juichen: „Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij… ik leef door het geloof van de Zoon van God" (Gal. 2 : 20).

Als wij dit innerlijk doorleven, dan zijn wij binnengetreden in een „mysterie", een goddelijk geheim dat zich aan ons voltrekt. Paulus schrijft: „Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden van een Ander, namelijk van Hem die van de doden is opgewekt, opdat wij Gode vruchten zouden dragen" (Rom. 7 : 4).

Ik ben nu dus niet meer onderworpen aan „de wet der geboden, in inzettingen bestaande" (Ef. 2 : 15). Ik heb alleen te maken met Christus. Hij is niet alleen de vervulling der wet, maar ook de levende, wandelende Wet. Hij is de uitstraling van Gods heiligheid. Ik ben nu dus geen slaaf meer van een wet, die mij allerlei geboden voorhoudt: „Dit moet je doen en dat moet je laten". Je wordt daar zo eindeloos moe van.

Ik ben nu verbonden met iemand, die de Verpersoonlijking is van die wet. Hij heeft niet slechts de vloek van de wet voor mij weggenomen, maar is ook Zelf wet voor ons die in Hem geloven, geworden. Wanneer je dat goed verstaan en zelf doorgemaakt hebt, dan kun je de verbazing en verontwaardiging begrijpen van Paulus tegenover hen die menen dat zijn leer logisch zou leiden tot zonde en bandeloosheid. "Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet zijn, maar onder de genade? Dat zij verre!" (Rom. 6 : 15). En dan gaat hij opnieuw aantonen wat de genade betekent nl. dat je helemaal aan Christus behoort.

Het grote verschil is, dat je nu de wet mag zien in een Persoon, die je liefhebt, omdat Hij Zich helemaal voor jou heeft overgegeven. Dat brengt een totaal andere levensinstelling met zich mee. Het vermoeiende van de wetsbetrachting is eraan ontnomen. Het is nu een leven van liefde geworden. Het is nu Christus, en dus ook Zijn wet, in mij.

En dan is het heerlijk om zo aan jezelf te mógen sterven en helemaal één te worden met Christus. Dat is dezelfde gedachte die Paulus in 2 Kor. 11:2 aldus weergeeft: „Want ik heb u toebereid om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus".

Dat is het onuitsprekelijke wonder van het Evangelie, dat wij dat mogen: leven met deze Man. Op vele wijzen wordt dit leven van eenheid met Christus bezongen. Rom.6 : 5 noemt het een vergroeien met, een één plant worden met Christus. Jezus Zelf gebruikt het beeld van de wijnstok en de ranken.

Zo zijn wij wandelende Christussen geworden: „Blijft in Mij en Ik in u" (Joh 15 : 4). Hij is dan in ons aanwezig en ademt Zijn heilige, zuivere Geest over ons uit en brengt ons zo vanzelf tot levensheiliging, tot de vrucht van de Geest (Gal 5 : 22).

Dan bekijken we de anderen met de ogen van Christus. Dan worden we nederig, eenvoudig, zonder gewichtigdoenerij, zachtmoedig, toegewijd, zoals Hij. Dan krijgen we de kracht, met name ook de aantrekkingskracht, van de eerste christenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

STERVEN en OPSTAAN MET EN IN CHRISTUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

In de Rechte Straat | 32 Pagina's