Christus of de zinloosheid
Wij ontvingen van een universiteitsstudent onderstaande brief, die wij graag publiceren, omdat deze cri de coeur (hartekreet) tevens een appèl is aan ons, kerkmensen, en ons de vraag voorhoudt: Waar is bij ons dat tintelende eeuwige leven, dat Christus belooft aan hen die in Hem geloven?
De laatste tijd is er iets dat me onrustig maakt. Het doet mij denken aan de tijd, toen ik nog niet wist hoe sprankelend de omgang met God kan zijn; toen ik, in mijn omgang met alles en iedereen om me heen, lam werd geslagen door twijfels aan de zin van mijn bestaan; toen ik mezelf onderzocht, ervan overtuigd dat ik leed aan een psychogene ziekte die ik niet kon achterhalen, zodat ik doormodderde in een vicieuze cirkel: alles is zinloos, dus ben ik ziek; maar ik vind de grond van mijn ziekte niet, omdat alles zinloos is; toen echter tegelijkertijd de schreeuw in me opstond: Zo kan het niet. Maar deze schreeuw werd dan telkens overspoeld door dat zinloosheidsgevoel: wat doet het ertoe? je bedriegt jezelf, je wil interessant zijn.
En in een gevecht van twee en een half jaar is me steeds duidelijker geworden: Jij moet kiezen tussen Christus of je zinloosheid. Deze twee …
Maar ik bleef kritisch: je wilt jezelf hullen in het warm gespreide bedje van je opvoeding, van wat je vader en je moeder je hebben voorgeschreven; het is slechts je super-ego dat je voor die keus stelt.
Totdat ik niet anders kon dan me gewonnen geven aan Jezus, die me in dat gevecht vertrouwd was geraakt en daarna steeds meer geworden is iemand met wie ik alles bespreek en niet een hoogverheven, onbereikbaar iets, iemand die nooit wat van zich horen laat.
Maar daarna kwam het kontakt met het officiële christendom. Ik hoopte daar rijpe gelovigen aan te treffen en veronderstelde dat ik in mijn kritiek op de kleinburgerlijkheid door mijn verzet blind was geweest; en dat ik door hen in mijn labiele geloof geholpen zou kunnen worden. Dit is een teleurstelling geworden. Waar ik een levende gemeenschap verwachtte, trof ik schaamte en afstand; waar ik spraakmakend leven verwachtte, trof ik plat-getreden taalgebruik. In plaats van door de christenen tot rust gebracht te worden, werd ik vaak onrustig en heen en weer geslingerd: Gaat het dan tóch om een innerlijke wissel op de eeuwigheid, iets dat in het dagelijkse leven geen betekenis heeft en daarmee voor mij waardeloos is?
Moet ik op mijn woorden blijven passen? Moet ik blijven in de kiem van de achterdocht, erop lettend of ik „het" wel goed zal zeggen, dwz. of ik de waarheden als een heilige koe telkens herhaal? Maar dat is toch zelfbedrog?
Hoe komt het toch dat zoveel christenen wel van deze wereld zijn, maar niet in deze wereld, dwz. dat ze net als de massa in apathie en in de roes van hun gewoonte leven zonder een visie op wat er om hen heen gebeurt?
Is mijn visie tenslotte niet meer dan een theologische opvatting en wat ik mijn gesprek met God noem, slechts wat gevoelens daarbij? Maar dan kietel ik slechts wat religieus gevoel in mij en is mijn geloof toch een zinloos mechanisme? Ware het niet dat ik deze vragen tegelijkertijd voor mijn God kon brengen, ik zou het opgeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
