LEVEND LUISTEREN NAAR GODS WOORD
In ons juninummer, p. 29, nodigden wij predikanten uit om met ons biddend na te denken over de vraag of wij misschien te weinig aandacht hebben geschonken aan wat de Schrift zegt over de Persoon en het werk van de Heilige Geest. We hebben intussen reeds drie samenkomsten gehad met hen, die daarop hebben gereageerd Hieronder laten we, met zijn verlof, een brief volgen van een van deze predikanten. „En dat de anderen oordelen", 1 Kor. 14 : 29
Zeer geachte broeders,
Ons samenzijn op maandag 17 sept j.L heeft op mij een onvergetelijke indruk gemaakt. Inzonderheid denk ik hier aan ons gezamenlijk bidden als dienaren uit verschillende delen van de gemeente Gods. Het grote wonder was hier voor mij dat we met elkaar, als dienaren die éne geestelijke nood van de verscheurde gemeente van Christus, de Heere mochten voorleggen. Persoonlijk heeft dit veel voor mij betekend Omdat ik dit als een gebedsverhoring mocht zien. Niet slechts een gebedsverhoring voor mij. Maar tevens voor hen die met mij in de geestelijke nood van de gemeente van Christus staan, en daarin biddend werkzaam zijn. We mochten maandag j.L een zaadje planten, een mosterdzaadje gelijk, in de hof des Heeren. Het zaadje hetwelk de bede in zich draagt: „Ontwaak, noordenwind! en kom, Gij zuidenwind' doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien", HoogL 4: 16.
Niet slechts dit beweegt mij u te schrijven. Het citaat, boven deze brief, wijst reeds naar een andere reden. Want wat is het geval? Tijdens onze bespreking van de vraag, of de Heere nog een opwekking zal geven, heb ik mij positief uitgelaten. Dit is voor mij geen vraag, maar zekerheid Een geloof, waarvan ik vertrouw, het niet gegrepen te hebben. Maar van de Heere ontvangen. Uiteraard is dit niet zo maar komen aanwaaien. Het is een zaak van gedurig gebed geweest Alzo heeft de Heere mij stap voor stap in deze zaak geleid Ben ik gerijpt, en is mij het licht opgegaan. Tot zeer grote vreugde van mijn hart. Ik heb tijdens onze bijeenkomst hiervan een weinig getuigenis gegeven, maar verzuimde u wat achtergrondinformatie te geven. Niet opzettelijk, doch omdat het mij niet voor de aandacht kwam. Deze informatie wil ik u nu geven. Geef ik u gaarne. In de hoop dat u zult overwegen. Dat u biddend wilt beoordelen. Ziehier de voornaamste reden van mijn brief.
Inzake de gemeente (aanduiding voor Christus' gemeente, ten onzent de kerk der Reformatie) in haar huidige situatie, heb ik het volgende gezien. Niet visionair, maar een geloofszien. Ik heb dan, in overweging voor Gods aangezicht, gezien dat de gemeente in ballingschap verkeert Nader aangeduid, in een Babylonische gevangenschap. Allereerst geestelijk, vanwege haar geestelijke verwarring. Vervolgens ook kerkelijk, vanwege haar kerkelijke verstrooiing. Anders gezegd, er is verdeeldheid en verbreking. Maar ook dan, als er geen verbreking is, is er toch innerlijke verdeeldheid Er is geen geestelijke eenheid De oorzaak hiervan is een zaak apart Het betreft hier de leer van het Evangelie. De leer waarin de rechtvaardigheid Gods wordt geopenbaard uit geloof tot geloof, Rom. 1 : 17. Die leer waarvan Calvijn zegt dat zij de voornaamste pijler is, waarop de godsdienst rust Inst EI, 11, 1.
Toen ik dit verstond werd het mij duidelijk dat hier sprake is van een „toorn"situatie. De situatie van een oordeel Gods. Een toestand van ongenoegen Gods. Echter nog geen algehele verlating. Er is nog wel presentie, maar tevens is er bedekking. In dit verband heeft de Heere mij uit de natuur onderwezen. De momentele situatie is gelijk aan een dag waarop de zon schijnt weliswaar. Doch de hemel is met wolken bedekt Er is licht, maar sterk getemperd. Er is warmte, echter zeer weinig. Ik werd bepaald bij Klaagliederen 3 : 44, „Gij hebt U met een wolk bedekt…". Het is deze bedekking Gods als uiting van Zijn toorn, die aan de ene zijde een dode orthodoxie tot gevolg heeft Anderzijds een zeer verontrustende wereldsgezindheid in de gemeente.
Tevens werd ik bepaald bij de toekomst van Christus. De toekomst die een gereed zijnde Bruid vereist Ik zag echter in het geheel geen toebereide Bruid. Integendeel, ik zag een gemeente, in doorsnee genomen, die het hemelse verlangen nauwelijks kent Daarentegen een sterke verbondenheid aan het aardse heeft Ik zag dat de leer van de toekomst van Christus een leerstuk was geworden. En kon noch kan ontdekken, met de beste wil van de wereld niet, dat deze leer funktioneert in de geloofsbeleving van de gemeente. Daarom was er voor mij de vraag, is er in de momentele situatie nog toekomst voor de gemeente? Natuurlijk afgezien van wat de gemeente in de toekomst des Heeren wacht Ik vroeg mij waarlijk af, of wij als dienaren van Christus, slechts doodgravers zouden zijn van de gemeente.
Daarom is het voor mij zo'n openbaring geweest toen de Here mij deed verstaan dat Hij in de toorn des ontfermens gedenkt Hij onderwees mij in Zijn verbond, Micha 7:18 e.V., alsook Rom. 3 : 3, 4. Hetwelk de Heere mij vanuit de natuur bevestigd heeft Op een zeer bewolkte zondag kreeg ik de begeerte om van de Heere te begeren dat het wolkendek door de heerlijke zonnestralen mocht doorbroken worden. En met de begeerte ontving ik de stille verawchting dat Hij het doen zou. Dit was 's morgens vroeg. Ter middaghoogte bevestigde de heere rhijn begeerte en verwachting. Terwijl ik dacht, het gaat regenen, het is verloren, brak het wolkendek. De zon wierp haar heerlijke stralen over de aarde. Gemerkt de Babylonische gevangenschap van de gemeente, gingen hoofdstukken uit Deutero-Jesaja heel sterk spreken. Zoals Jes. 40 : 1,2. Ook daaraan zeer nauw verbonden vs. 4, 5. Ook Jes. 4 3 v. a. vs. 21 sprak mij zeer sterk aan. De aanklacht van de Heere jegens Zijn volk. Met'daartegenover de onvoorwaardelijke vergeving, vs. 25. Om voorts in Jes. 44 : 3 zulk een rijke en heerlijke belofte te geven van overvloed des Geestes voor de gehele gemeente. Ik denk hierbij ook aan Jes. 52:1-12. Aldaar is heel duidelijk sprake van een opwekking, die verband houdt met de wederkeer uit BabeL Meer zou op te noemen zijn, genoeg echter. Daarom staat het voor mij vast dat God aan Zijn verbond gedenkt Dat wonderlijke verbond in en door Christus. Het verbond zonder voorwaarden!
Het zal u denkelijk niet verwonderen als dit alles voor mij geloofsverstaan is. Ik kan noch mag twijfelen dat de Heere geven zaL Daar namelijk, waar het geloofd wordt Niet in „Nazareth". Aldaar kan Christus geen kracht doen vanwege hun ongeloof. Zo geloof ik aan een machtige beweging van Gods genade. En met mij anderen, behorende tot het deeltje dat ik dienen mag. Die met mij staan in de bres voor Gods aangezicht, die met mij strijden in de gebeden. Nu brs., met grote vrijmoedigheid leg ik het u voor. Ik heb niets te verliezen, slechts alles te winnen. Het gaat mij door Gods genade niet om mezelf, maar om Zijn Naam en zaak. Voorts dit beseffende: „Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele". Vandaar in het hoofd van mijn brief: „En dat de anderen oordelen".
Tenslotte wil ik nog, i.v.m. ons bezig zijn in de zaak van de gemeente, het volgende opmerken. Sinds maandag is zeer naar mij toegekomen Jes. 52 : 12. „Want gij lieden zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht henengaan; want de HEERE zal voor ulieder aangezicht henentrekken, en de God van Israël zal uw achtertocht wezen". Het is geheel en alleen zaak van God. We mogen daarom niet zelf aan het werk gaan. Hier komen alleen maar brokken van. Is mensenwerk, waarvoor ik zeer bevreesd ben. Het komt er op aan om de Heere te laten werken. Laten we ons alleen door Hem leiden. Laat Hij ons gebruiken in en tot Zijn wiL Dan behoeven we ook niet de dingen met „haast" te doen, gelijk Israël destijds uit Egypte moest Het is slechts zaak om achter de Heere aan te komen.
Met hartelijke broedergroet, en in alles de Heere bevolen. Uw,
Ons naschrift
1. Misschien zijn er méér predikanten, die aan zulk een samen-luisteren-naar het levende Woord van God willen deelnemen. Schrijf of bel ons dan.
2. Sommigen schreven: Waarom alleen toegang voor predikanten? Dat is niet, omdat predikanten een trapje hoger zouden staan dan de ouderlingen of andere gemeenteleden, maar enkel omdat zij wat meer kwetsbaar zijn. Helaas is het een feit dat, wanneer een predikant zich wat meer wil verdiepen in de vraag wat de Schrift zegt over de Heilige Geest hij meteen het etiket „pinkstergemeenteachtig" krijgt opgeplakt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
