GOD
Uw Naam
ontspringt
aan ieder raam,
waarbinnen wij
U binden willen.
Gij omvingt ons,
Gij omringt ons
en ik, arme dwaas,
wil U vatten in de vaas
van mijn idee,
U, o Zee,
zonder kim en kust,
o reine Rust
O Oeverloze,
o Overschone,
Uw stromen
komen
van achter de einders
van de tijd,
uit onbezongen eeuwigheid.
Zij dromen
van zo heinde
en ver,
voorbij de verste ster.
Zij zingen de oceanen vol
en springen van de manen
langs zondoorzongen banen
van 't heelal,
goud, zilver en kristal.
O Onvergankelijke,
o Ontoegankelijke,
o heil'ge Toorts,
Uw vuur vlamt als een koorts
en kreunt in mij,
terwijl het naar U steunt.
O God,
ik huldig U,
ik hunker
naar Uw aangezicht,
onthul mij
wie Gij zijt,
o zuiver Licht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
