BARAK NR. 9
13 mei 1958
Vandaag regende het toen de dag aanbrak. Voor mij is dit een fijne dag. Het is de Dag van de Abolitie, de dag waarop wij de bevrijding van de slaven herdenken. …In de gevangenissen waren de negers de zwarte schapen. Maar nu zijn de blanken beter opgevoed. Ze behandelen ons niet meer met verachting. Moge God de blanken verlichten opdat de negers gelukkig zijn.
Het regent nog steeds. En ik heb alleen maar bonen en zout. Het regent hard. Maar toch liet ik de jongens naar school gaan. Ik schrijf totdat de regen ophoudt. Dan moet ik naar Senhor Manuel toe gaan om het oud ijzer te verkopen. Met het geld dat ik voor het ijzer krijg, ga ik rijst en worst kopen. De regen is minder geworden. Ik ga op stap.
…Ik heb zo'n medelijden met mijn kinderen. Als ze iets eetbaars zien, schreeuwen ze: „Lang leve moeder!" Deze uiting van aanhankelijkheid vind ik prettig. Maar het lachen heb ik verleerd. Tien minuten later willen ze weer eten. Ik liet Joao een beetje vet aan Dona Ida vragen. Ze had niets. Ik liet hem het volgende briefje brengen:
Don Ida, ik vraag je om een beetje vet om soep voor de kinderen te kunnen maken. Vandaag heeft het geregend en heb ik dus geen papier kunnen rapen. Dank je, Carolina.
…Het regende en werd kouder. De winter is op komst. En in de winter eet je meer. Vera begon eten te vragen. En ik had het niet. Het was een herhaling van hetzelfde toneel. Ik had 2 crs. Ik wilde een beetje bloem kopen om te bakken. Ik ging vet aan Dona Alice vragen. Ze gaf me vet en rijst Het was negen uur 's avonds toen we aten. En zo vocht ik 13 mei 1958 tegen de slavernij van deze tijd, de honger.
17 mei
Ik stond mismoedig op. Met het verlangen om te sterven. Als de armen er dan zo slecht aan toe zijn, waarvoor zouden ze dan nog leven? Zouden de armen van andere landen ook zo lijden als die van Brazilië? Ik was ontevreden en kwam er zelfs toe om zonder reden met mijn zoon José Carlos ruzie te maken.
…Er kwam een vrachtwagen hier op de favela. De chauffeur en zijn hulp gooiden blikken weg. Het was ingeblikte worst Ik denk: Zo doen die handelslui die nooit genoeg hebben. Ze houden de waren achter in de hoop dat de prijzen zullen stijgen om nog meer te verdienen. En als de spullen bedorven zijn, gooien ze ze weg voor de raven en voor de ongelukkige mensen hier in de favela. Er is geen vechtpartij geweest. Ik begin het zelfs eentonig te vinden. Ik zie dat de kinderen de blikken met worst open maken en blij uitroepen: „Hm, dat is lekker!"
Dona Alice gaf me er een om te proberen… Maar het blik is beschimmeld. Het is al bedorven.
19 mei
…Om half negen 's avonds was ik weer in de favela en rook er de stank van de uitwerpselen die zich mengde met die van bedorven modder. Als ik in de stad ben, heb ik de indruk dat ik in een salon ben met kristallen luchters, dikke tapijten en satijnen kussens. Maar als ik in de favela ben, dan ben ik alleen maar een waardeloos voorwerp, goed om op de vuilnisbelt gegooid te worden.
20 mei
Ik stond om vijf uur op. De mussen beginnen al hun ochtendsymfonie. De vogels moeten gelukkiger zijn dan wij. Misschien bestaat er onder hen vriendschap en gelijkheid (…). De wereld van de vogels moet beter zijn dan die van de fav-elabewoners, want deze gaan naar bed en slapen niet omdat ze zonder eten naar bed moeten.
21 mei
Wat is het verschrikkelijk als je kind aan het eten is en vraagt: „Heb je nóg wat?" Deze woorden „nóg wat" blijven spelen door het hoofd van een moeder als ze in de pannen kijkt en niets meer heeft.
…Als een kandidaat in de verkiezingsstrijd beweert dat hij aan de kant van het volk staat, dat hij in de politiek gaat om onze levensomstandigheden te verbeteren en dat hij daarom onze stem vraagt, en als hij belooft de prijzen te bevriezen, dan is hij, alleen al door dit ernstige probleem aan te roeren, zeker van de overwinning. Daarna maakt hij zich los van het volk. Bekijkt het volk met half dichtgeknepen ogen.
22 mei
Gisteren heb ik die macaroni uit de vuilnisemmer opgegeten, hoewel ik bang was eraan dood te gaan. Want in 195 3 verkocht ik eens oud ijzer daar bij Zinho. Er was daar een knappe negerjongen. Ook hij kwam ijzer aan Zinho verkopen. Hij was jong en zei me dat papier rapen goed voor oude mensen was. Op een dag ging ik ijzer verkopen, toen ik stil hield bij de Avenida Bom Jardim, bij de „Grote Vuilnisbelt", zoals het daar heet. De vuilnismannen hadden vlees op de belt gegooid. En hij zocht er enkele stukken tussen uit Hij zei me: „Neem mee, Carolina! Het is nog te eten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
