DE HEILIGE GEEST IS EEN PERSOON
Maar dan doen we Hem groot onrecht aan. Hij is evenzeer een goddelijk Persoon als de Vader en de Zoon. „De Persoon des Vaders is een ander; die des Zoons is een ander; die des Heiligen Geestes is een ander; maar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest hebben één godheid, gelijke eer en gelijke eeuwige heerlijkheid" (Geloofsbelijdenis van Athanasius).
Laat je gebruiken door de Geest
Wanneer je de Heilige Geest niet ziet als een Persoon, maar als een „iets", dan loop je gevaar dat je de Heilige Geest wilt gebruiken in jouw dienst. J e bidt dan om de Heilige Geest als om een iets, waardoor je met meer kracht het Evangelie kunt verkondigen en andere mensen tot bekering brengen. Het is vreselijk, wanneer je op deze manier een goddelijk Persoon wilt inschakelen door jouw bedoelingen, ook al lijken die nóg zo vroom. Maar wanneer je de Heilige Geest ziet als een Persoon, dan kun je alleen maar ootmoedig smeken: „Heilige Geest, wilt Gij mij gebruiken, hoewel ik volkomen onwaardig ben om ook maar met U in aanraking te komen". Dan vraag je Hem, de Heilige Geest, ook voortdurend dat Hij je zal wijzen op het onreine in je om je daarvan in de kracht van het levende Woord te reinigen. Dan betrek je in je aanbidding de gehele Drieëenheid, dus ook de Heilige Geest.
Jezus zond Iemand (niet iets) om ons te troosten
Wanneer je de Heilige Geest niet ziet als een Persoon, dan heb je Hem eigenlijk ook niet nodig om de Schrift te verstaan. J e hebt dan voldoende aan de „verlichting" van Hem, zoals ook een theologieprofessor een prachtige voordracht kan geven over een Bijbelgedeelte. Dat Hij een Persoon is, is dan een dode letter voor je. J e neemt het met je verstand als een dogma aan, maar verder dan het verstand komt die bijbelse waarheid dan niet.
Je laat de Heilige Geest dan opgaan in het geschreven Woord van God. Theoretisch aanvaard je dat Christus ons leidt door Zijn Woord én (plus) door Zijn Geest Maar in de praktijk kun je met die belijdenis niets uitrichten. De Heiüge Geest is een volkomen vreemde voor je, terwijl Hij juist door Christus is gezonden om Zijn plaats in te nemen. J e noemt Hem wel de Trooster, maar een „iets" kan niet echt een trooster voor ons zijn. Daarom ervaar je ook Zijn vertroosting niet.
Christus heeft gezegd: „Ik zal u niet als wezen achterlaten". En in dat verband sprak Hij over de Trooster als Iemand die (NIET als iets dat) Hij ons zou zenden, nadat Hij ten hemel zou zijn opgevaren. Maar als wij Hem niet zien als een Persoon, maar slechts als een „iets", dan zijn we toch nog door Christus alleen achtergelaten.
De Geest laat zich niet dwingen in ónze schema's
Kerken waar men de Heilige Geest niet meer als een Persoon beleeft, verkillen dan ook steeds meer. Zij blussen de Geest uit en bedroeven Hem. Ze staan niet open voor Zijn vrijmachtige werking. Ze organiseren zelf heel het kerkelijke leven tot in de puntjes en laten geen ruimte aan de Geest om zelfstandig in de gemeente in te grijpen. Ze accepteren wel in theorie een eventuele werking van de Heilige Geest, maar in feite mag die Geest alleen maar werken volgens hun vooropgestelde plannen en schema's.
Daarom hebben predikanten die de Heilige Geest niet zien en beleven als een Persoon, ook elk jaar zulk een grote moeite met het Pinksterfeest. Ze begrijpen niet of nauwelijks wat daar gebeurd is. Eigenlijk is volgens hen dat allemaal overbodig geweest.
En gezegden van Paulus zoals: „De Heilige Geest woont in onze lichamen als in een tempel" zijn dan ook inhoudloos voor hen. Ze weten niet wat ze ermee beginnen moeten.
En wat zo jammer is: ze gaan zich fel afzetten tegen andere gelovigen, die wél die beleving van de Heilige Geest kennen; gelovigen die het beamen kunnen: „Inderdaad, Jezus heeft mij niet alleen achter gelaten. Hij heeft mij Iemand gezonden. En die Geest ken ik persoonlijk".
De wereld kent de Geest niet, en ú?
Jezus heeft juist dit als onderscheid met de wereld gegeven: „…de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn" (Joh. 14 : 17). En we weten dat hier dat „kennen" niet bedoeld is als een theoretisch kennen, een kennen alleen met het verstand, maar een kennen door persoonlijke ervaring, door bevinding, door vertrouwelijke omgang met die Geest.
Hoevelen kunnen zeggen: „Ik ken de Heilige Geest"? Ja, ze zullen allerlei waarheden omtrent de Heilige Geest kunnen opnoemen, maar kennen ze Hem ook persoonlijk? Hebben ze Zijn werkzaamheid in hun harten ervaren?
Laten wij toch onze belijdenis ernstig nemen: Ook de Heilige Geest is een Persoon, Iemand die ons gebruiken wil om door ons Christus te verheerlijken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
