In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Geloof ik, omdat ik geloof?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof ik, omdat ik geloof?

11 minuten leestijd

Toen onze gids dat allemaal vertelde, stelde ik mij de vraag: Hoe moet je nu een mohammedaan overtuigen dat niet Mohammed, maar Jezus ten hemel is opgevaren?

Ik kan dan de Bijbel erbij nemen om hem te wijzen, waar dat staat. Maar hij zal antwoorden; Ik geloof niet in jullie Bijbel; ik geloof in de Koran en die zegt mij dat Jezus alleen maar een groot profeet is geweest, echter in rangorde na Mohammed, maar niet dat Hij waarachtig Zoon van God was en Zaligmaker voor verloren zondaars. Is daarmee het gesprek ten einde? Moeten we erin berusten dat hier geloof tegenover geloof staat?

Nee, ik zou die mohammedaan dan vertellen dat ik innerlijk gemeenschap heb met die Jezus, van Wie de Schrift zegt dat Hij is opgevaren ten hemel, dat ik Hem dus ook op een bepaalde manier zie als de Verheerlijkte en dat ik aldus uit Hem leef en lijd en liefheb.

En dan zou ik hem vragen: Hebt ook ú zulk een innerlijk kennen van Mohammed? Schenkt de Koran u ook zulk een vertrouwelijke omgang met hem? Is Mohammed het centrum van uw kennen, beleven, willen en voelen? Ervaart u ook dat u van hem het leven, het eeuwige leven, hebt ontvangen en dat hij voor u de toegang tot God als uw Vader is?

De ontleding van de geloofsdaad

Bij ons, rooms-katholieke theologen, waren dit ingrijpende vragen. Wij vatten ze samen onder de vraag naar de „analysis fidei" (= de ontleding van de geloofsgrond).

Vaak heb ik moeten bemerken dat deze vraag bij protestantse theologen totaal geen rol speelt Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit een predikant ben tegengekomen, die deze vraag begreep of er zelfs maar enige interesse voor had. Enige jaren geleden had ik hierover een diskussie met prof. Berkouwer in „Gereformeerd Weekblad". Maar ik had het gevoel dat wij langs elkaar heen praatten. Diezelfde teleurstelling kwam ook over mij, toen ik een artikel van ds. W. G. de Vries (Gereformeerd Vrijgemaakt) las in De Reformatie, waarin hij citeert uit ons oktobernummer. Ik had daarin betoogd dat geloven een „zien" is. Ik citeer uit dat nummer: „Het „zien" van het geloof is een apart soort „zien". Het is een zien van Jezus als de Verheerlijkte". Ik verwees daarbij naar Hebr. 2 : 9, 11 : 13, 12 : 1-2 en 1 Kor. 13 : 12.

Ik had ook geschreven: „Ik zie Hem niet als „de" Zaligmaker, maar als „mijn" Zaligmaker. Er gaat een stroom van hemels licht van Hem naar mij uit".

Ds. de Vries geeft daarbij als zijn kommentaar: „Ds. Hegger zoekt op deze wijze een grond voor het geloof aan de Bijbel als Gods Woord naast de Bijbel: een stroom van hemels licht die van Jezus naar hem uit gaat. Maar het is mysticisme en niet een volgen van Jezus, die ons steeds weer voorhoudt: Er staat geschreven".

Hebben mohammedaan en christen eenzelfde blind geloof?

Ik zou ds. de Vries dan willen vragen: Hoe voert u dan een gesprek met een mo hammedaan of met een boeddhist of met wie dan ook, die niet de Bijbel geloof als Woord van God? Het lijkt mij dat zulk een gesprek meteen moet doodlopen want de ander zal zeggen: U kunt met nog zoveel teksten uit die Bijbel komei aandragen, maar ze hebben voor mij geen enkele waarde, want ik als mohamme daan geloof slechts in de Koran, en ik als boeddhist slechts in de geschriften var Boeddha en ik als buitenkerkelijke in geen enkel „heilig boek".

Een tweede bezwaar is dat dan'ten diepste de grond van het geloof naar mijzelf wordt verlegd Ik geloof dan nl. ómdat ik geloof. Een innerlijk zien dat de Bijbel het Woord van God is, wordt immers door ds. de Vries afgewezen als mysticisme. Je moet volgens hem alleen maar geloven, ómdat het in de Bijbel geschreven staat.

Maar dat kan een mohammedaan ook zeggen: „U moet in de Koran geloven, ómdat het in de Koran geschreven staat".

Vastgeklonken aan de R.-K Kerk

In de R.-K. Kerk werd van ons eenzelfde blind vertrouwen in die kerk gevraagd. Wij mochten zelfs niet twijfelen aan een dogma van de kerk. Reeds de geringste twijfel was volgens Rome doodzonde. En zodra je twijfelde aan één dogma van de kerk, was je tegelijk heel je geloof in Christus kwijt.

Dat is voor mij ook het moeilijkste punt geweest om mij te kunnen losrukken van die kerk en open oog te krijgen voor de Bijbel als enige norm voor mijn geloof. Ik heb in „Mijn weg naar het Licht" uitvoerig die worsteling beschreven. Ik vermoed dat ds. de Vries zulk een strijd helemaal niet kan navoelen.

Vaak genoeg heb ik in IRS dan ook getuigd dat ik door de reformatorische christenen van Brazilië tot Jezus ben geleid, NIET omdat die een andere leer brachten over Christus, maar omdat die mij erop wezen dat Jezus in de eerste plaats een ander leven, het eeuwige leven, is komen brengen. Hij heeft niet gezegd: „Wie in Mij gelooft, heeft een andere leer", maar: „Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" (Joh. 6 : 47).

Ik had geen behoefte aan een nieuwe leer. Ik kende de r.-k. theologie dóór en dóór. En als professor van de geschiedenis van de filosofie had ik allerlei knappe stelsels van de filosofen aan mijn studenten moeten ontvouwen.

Maar ik werd geboeid door die eenvoudige reformatorische christenen, die mij vertelden dat Christus in hen was gaan leven en aldus een totale innerlijke verandering in hen had teweeggebracht.

Dan wordt het pinksterfeest onbegrijpelijk

Een derde reden, waarom ik bezwaar heb tegen de visie van ds. de Vries, is dat ik dan in botsing kom met allerlei Schriftwoorden. Ik zou dan allerlei glanzende woorden van de Bijbel moeten platstrijken, zolang tot er alle licht en leven uit is weggedrukt.

Wat moet ik dan aan met het Pinksterfeest? Jezus had de discipelen drie jaar lang Zijn leer ontvouwd. Desondanks wijst Hij naar het Pinksterfeest als de beslissende ommekeer voor hen. Dan pas, als de Geest over hen zal zijn uitgestort, zullen ze alles gaan zien en ook de kracht krijgen om te getuigen. Moeten we dat woord „kracht" nu zien weg te drukken en er voor in de plaats stellen „leer" of iets dergelijks? Betekent Pinksteren alleen maar dat er een nieuw „Er staat geschreven…" bij kwam? Is Pinksteren alleen maar een goeie preek van Petrus, meer niet? Nee, dat wil er bij mij niet in. Dan zou ik mij schuldig voelen aan Schriftkritiek. En wat moet ik dan met deze tekst: „Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn" (Rom. 8 : 16)? Als ik ds. de Vries goed begrijp, dan moeten we dat zó interpreteren; „De Schrift getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn". Want volgens hem mag je op niets anders steunen dan op „Er staat geschreven…".

Zeker, ik heb dat voortdurend herhaald in IRS dat de Geest slechts getuigt door het Woord. Maar de Geest is niet identiek met het Woord. Hijzelf is het die in mij door het Woord getuigt. Maar ds. de Vries zal zo iets als mysticisme veroordelen. Het zij zo.

Licht zonder uitstraling?

Johannes schrijft: „Maar indien wij in het licht wandelen gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander" (1 Joh. 1 : 7). Wat betekent dat wandelen in het licht, wanneer je het niet ziet? Licht dat ergens is, maar dat ik niet zie, is duisternis voor mij. Ik kan er niet bij wandelen. Als ik in het pikkedonker loop, heb ik er niets aan dat ik weet dat op honderd kilometer afstand er veel licht is. Ik heb dat licht hier en nu nodig om mij vlakbij voor te lichten, omdat ik anders ;n allerlei kuilen kan vallen. Christus zegt van Zichzelf: „Ik ben het licht der wereld" (Joh. 8 : 12) en vervolgens: „Blijft in Mij en Ik in u" (Joh. 15 : 4). Maar als Hij in mij is en ik in Hem, dan moet ik Hem toch als licht aanschouwen? Is het dan onjuist toen ik schreef: „een stroom van hemels licht gaat van Hem uit naar mij"? Waarom moet dat als mysticisme gebrandmerkt worden? Het is toch eigen aan het licht, dat het stralen uitzendt. Wat heb ik aan een Christus die van ZichzelJ zegt dat hij het licht is, indien ik Zijn stralen niet opvang?

Wél naast, maar niet los van het Woord

Ds. de Vries verwijt mij dat ik een grond voor het geloof aan de Bijbel zoek naast de Bijbel. Maar de Bijbel zelfwijst mij naar zulk een grond nl. het getuigenis van de Heilige Geest in mij. Ik kan niet echt in de Bijbel geloven tenzij de Heilige Geesl mij laat zien dat de Bijbel Gods Woord is. Dat getuigenis van de Heilige Geesl gebeurt wel dóór het Woord, maar is niet identiek met het Woord. Het is ieti naast het Woord. Het valt er niet mee samen.

Misschien bedoelt ds. de Vries dat wij niet op iets mogen steunen, los van hei Woord. Daarin ben ik het met hem eens. Dat heb ik ook altijd weer betoogd, wanneer ik getuigenissen in ons blad opnam. Ik heb er dan steeds op gewezen da zulke getuigenissen slechts waarde hebben, wanneer daardoor een bepaalde teks op Schriftgedeelte duidelijker voor ons gaat spreken. Anders zijn het alleen maar ontroerende en stichtende verhalen, die echter niet de moeite waard zijn om in een tijdschrift te worden gepubliceerd.

Het is daarom zo jammer dat ds. de Vries mijn poging om een antwoord te vinden op de vraag naar de laatste grond van ons geloof in de Bijbel als Woord van God betitelt als mysticisme en het verdacht maakt met deze inleiding op zijn beschouwing: „Ds. Hegger blijkt steeds meer in de greep te raken van de Pinksterbeweging". Zulk een brandmerking doet het wel goed voor de achterban, maar blokkeert een echt luisteren naar wat wij vanuit de Schrift tegen elkaar willen zeggen.

Dezelfde Geest van de Bijbel

Maar om nu op positieve wijze uiteen te zetten, hoe ik de grond voor mijn (ons) geloof in de Schrift als Woord van God zie, toch nog het volgende:

Ik bemerk in mijzelf, in heel mijn denken, willen en voelen dat het dezelfde Geest is die mij tot dit nieuwe denken, willen en voelen brengt als Hij die de Schrift heeft geïnspireerd. Ik steun dus niet op een ervaring of bevinding, los van de Schrift, maar juist op een ervaring, die ik in de Schrift zelf beschreven vind Ik ben aan die Schrift vastgeklonken door diezelfde Geest, die ook de Bijbelschrijvers beademd heeft. Daarom hang ik zo aan die Schrift, want slechts in de Schrift ervaar ik de diepten van de Geest Gods. Slechts wanneer ik mij begeef in die Schrift, ervaar ik die ,stroom van levend water", die uit het binnenste van hen die in Christus geloven, zullen stromen (Joh. 7 : 3 7 - 39). Of om het nog eens opnieuw te zeggen: „Om te kunnen onderscheiden of iets uit de psyche of uit het pneuma, uit de menselijke ziel of uit de Heilige Geest, voortkomt, heeft God ons Zijn Woord gegeven. Alles wat daarmee niet overeenstemt, kan onmogelijk uit de Heilige Geest voortkomen" (IRS okt. '79 p. 26). Moet mij dan desondanks het stempel van „mysticist" worden opgedrukt?

Mijn zekerheid steunt op Christus buiten mij

Mijn zekerheid dat de Schrift Gods Woord is, berust dus niet op een of andere bevinding in mij, op een gevoelsberoering of iets dergelijks, maar op de levende Christus die de Heilige Geest mij door het Woord doet zien. Ik geloof dus niet, omdat ikzelf nu eenmaal besloten heb in die Bijbel te geloven, blind, zonder mij af te vragen, waarom ik juist in de Bijbel en bv. niet in de Koran geloof. Dan zou ik inderdaad ook weer op iets in mij steunen, nL in dat geval niet op een gevoelsberoering, maar op mijn wilsbeslissing om blind in de Bijbel te geloven. Nu echter rust mijn zekerheid dat de Bijbel Gods Woord is, in Iemand buiten mij nl. in de levende Christus, die ik door het geloof voor mij zie, stralend, als de door de Geest Verheerlijkte.

Ik ben er zo goed als zeker van dat ds. de Vries deze probleemstelling niet eens begrepen heeft en dat hij dus niet wist, waarom het mij te doen was. Maar daarom vind ik het des te meer jammer dat hij zich van mijn artikelen meende te kunnen afmaken met de brandmerking: „mysticisme".

En nogmaals, ik wil niet zeggen dat ik „het" antwoord heb gevonden op dit uitermate moeilijke probleem, maar laten we op zijn minst eikaars denken hierover serieus nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Geloof ik, omdat ik geloof?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's