In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

VRAAGGESPREK MET PEDRO ARANA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAAGGESPREK MET PEDRO ARANA

7 minuten leestijd

IRS: Waarom bent u in de politiek gegaan?

PA: Laat mij allereerst opmerken dat elke christen op een of andere manier aan politiek doet. Hij doet dat, wanneer hij zijn stem uitbrengt op een politieke partij, maar evenzeer wanneer hij zich afzijdig houdt en zich hult in stilzwijgen.

Zelf heb ik het Evangelie altijd verstaan als een nieuw leven dat wij van God ontvangen en dat wij moeten uit-leven midden in deze wereld, in de verschillende omstandigheden en betrekkingen, waarin de Heere ons geplaatst heeft. En toen dan ook de gelegenheid zich voordeed om direkt deel te nemen aan de politiek door een verkiezing als lid van het parlement, meende ik dat niet te mogen weigeren. Ik zie het als een dienst aan mijn vaderland, als een open deur voor het Evangelie en bovenal als leiding van de Heere.

IRS: Maar u moest daartoe een duidelijke keuze doen. Hoe kwam u daartoe?

PA: Om daartoe te komen moest ik de situatie in mijn land plaatsen onder het licht van de Heere, dw.z. onder het licht van Schrift.

Op grond daarvan kwam ik te staan tegenover partijen, die ik moest afwijzen op grond van hun ideologie, nk de partijen die een dogmatisch marxisme voorstaan. Ik kan niet inzien dat een evangelisch christen die zich met zijn hart heeft gewijd aan de zaak van de Heere, een dogmatisch marxist kan zijn.

Andere partijen moest ik afwijzen, vanwege hun kerkelijke binding nl. met de R.-K. Kerk. Bij die partijen is het christenzijn van secundair belang, terwijl wij' juist willen uitgaan van ons christen-zijn zoals de Bijbel ons dat leert.

Ook kon ik mij niet aansluiten bij partijen die de politiek enkel als een strategie, als een middel voor het verwezenlijken van hun zelfzuchtige bedoelingen, zien. Om konkreet te zijn: partijen die een duidelijk afgebakende economische groep, enkele rijke families, vertegenwoordigen en die toch ook weer gedreven worden door een bepaalde ideologie nl. van het kapitalisme. Op grond van het Evangelie mag je je nooit vereenzelvigen met zulke partijen die een „pragmatisch materialisme" verkondigen dat tot gevolg heeft dat de doorsnee-burger allerlei ontbering moet doorstaan.

U ziet dus dat de keuze-mogelijkheid zeer beperkt was. Staande in de gebedsgemeenschap met de Heere moest ik dus mijn persoonlijk politieke beslissing nemen.

IRS: Wat zijn de belangrijkste veranderingen, die volgens u in Peru moeten plaatsgrijpen?

PA: Het belangrijkste vraagstuk is dat van de exploitatie van het land, de grond. Onmiddellijk daarmee verbonden is de vraag, hoe we de honger kunnen bestrijden, hoe we dus aan ieder genoeg voedsel kunnen verschaffen; en vervolgens de gezondheidszorg.

Maar ik ben er tevens van overtuigd dat ons kernprobleem moreel en geestelijk is. Alleen een levend geloof in Christus is in staat onze persoonlijke en onze sociale toestanden te veranderen.

IRS: Wat kan een christen bijdragen tot de verwezenlijking van de noodzakelijke veranderingen?

PA: Dat is een indringende vraag. Christenen moeten ervan doordrongen zijn dat ons geloof wel heel persoonlijk is, maar dat betekent heel iets anders dan individualistisch. Dat betekent o.a. dat wij christenen zijn al de 24 uur van de dag en op welke plaats wij ons ook mogen bevinden. Christus mag niet buiten de deur worden gezet, terwijl ik bezig ben met het sluiten van een handelskontrakt. Hij moet mij inspireren en mij kracht geven om mijn ongelovige vrienden te wijzen op de zegen van de tien geboden.

Dat betekent dus dat mijn geloof niet mag opgesloten blijven binnen mijzelf, maar dat ik dat geloof moet beleven in deze wereld, in mijn verhouding tot de anderen. Ons geloof is niet uitsluitend een „religieuze, godsdienstige" aangelegenheid, maar moet ons totale leven doordringen en bezielen.

En dat houdt in dat er een evangelische ethiek (zedeleer, gedragscode) is, die niet kan worden losgemaakt van ons geloof.

Wij moeten bidden om de genade, de kracht van de liefde van Christus, om in ons dagelijkse leven gestalte te geven aan het gebod van de liefde Gods, in onze verhouding als man en vrouw, als ouders en kinderen, in de zaken die we doen, in het werk dat we verrichten. We moeten bidden om die veranderingen en vanuit zulk een gebed, waarbij we onszelf inzetten, zal de Heere die veranderingen tot stand brengen.

We moeten niet vergeten dat de Heere ons „overvloedig leven" schenkt om hier en nu te leven zoals Hij dat wil. De christelijke hoop op een leven hiernamaals mag nooit een excuus zijn om ons terug te trekken uit de verantwoordelijkheid die wij hebben midden in het aardse leven, waarin God ons geplaatst heeft.

IRS: Wat was de reaktie van de kerken op uw verkiezing als parlementslid?

PA: Ik kan daar niet een algemeen antwoord op geven. Maar ik kan u wel verklappen dat ik heel wat brieven heb gekregen van broeders en zusters, die mij bemoedigden en mij beloofden dat ze mij zouden gedenken in hun gebeden. Ik ben daar heel dankbaar voor.

IRS: Hoe was de houding van uw collega's-parlementsleden?

PA: Mijn collega's zijn bijzonder hoffelijk en vriendelijk voor mij geweest. En de omgang met hen is zeer leerzaam voor mij. Zodoende kom ik namelijk beter op de hoogte van dat typische leven van de politiek en van de politici. Ik bedoelde met collega's de andere leden van onze politieke partij. Maar ook de overige volksvertegenwoordigers kennen mijn godsdienstige overtuiging en ik heb al de gelegenheid gehad met enkelen van hen te praten over bijbelse onderwerpen. Op de dag dat het Bijbelgenootschap van Peru een Bijbel overhandigde aan elk parlementslid, heb ik de gelegenheid te baat genomen om van mijn geloof te getuigen. Zowel ik als mijn evangelische collega-parlementslid, br. Arnaldo Alvarado, wij kregen verschillende vragen te beantwoorden over sommige passages in de Bijbel. Alvarado vertelde tijdens een persconferentie hoe hij tot geloof in Christus was gekomen, die gehouden werd ter voorbereiding van 11 november, de nationale feestdag, waarin wij gedenken de proklamatie van de vrijheid, ook van de godsdienstvrijheid.

IRS: Heeft uw nieuwe situatie veranderingen teweeggebracht in uw persoonlijke verhouding tot God?

PA: Dank zij de soevereine genade van God is Hij het die een persoonlijke verhouding met mij is aangegaan. En Hij is getrouw en in die getrouwheid van de God van het Verbond mag ik rusten. Van Hem uit bezien is er geen verandering. Wanneer wij Hem toebehoren als Zijn volk, dan bevinden wij ons steeds daar waar Hij ons hebben wil.

Dat wil ik graag vooropzetten. Maar juist daarom versta ik ook des te dieper mijn verantwoordelijkheid om Zijn getuige te zijn, nu ik als parlementslid veel meer de publieke aandacht trek. Meer dan vroeger ben ik er mij van bewust geworden dat ons getuigenis onvruchtbaar en negatief zal zijn en zelfs een averechtse uitwerking zal hebben, indien wij niet leven vanuit de tegenwoordigheid van de Heilige Geest. Ik ben het geheel eens met wat Spurgeon heeft gezegd: „Ik ben een mens, die niet in staat is om tien minuten achter elkaar te bidden, en toch kan ik geen tien minuten zonder gebed zijn". De Heilige Geest moet afgebeden worden. Wij hangen geheel af van Zijn verlichting en Zijn leiding.

IRS: Hoe kunnen de bijbelse beginselen doordringen in het openbare leven van Peru?

PA: Misschien herinnert u zich dat ik in 1970 een thesis aan de theologische fakulteit van de Free Church of Scotland heb aangeboden, die tot titel droeg: „Voorzienigheid of revolutie?". Daarin heb ik geschreven over dat onderwerp. De grondgedachte van dat geschrif t is dat de strijd voor gerechtigheid heel duidelijk een christelijke daad is. De Heere roept de Zijnen tot verschillende bedieningen, en één daarvan is de roeping om een christen-politicus te zijn. Ons land heeft méér geroepen christen-politici nodig, gelovigen die deelnemen aan het openbare leven in Peru.

En toen zich deze gelegenheid aan mij voordeed, wilde ik konsekwent zijn en in praktijk brengen wat ik in mijn thesis verdedigd had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

VRAAGGESPREK MET PEDRO ARANA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's