In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GEMEENSCHAP DER HEILIGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEMEENSCHAP DER HEILIGEN

9 minuten leestijd

U zult vaak genoeg bemerkt hebben dat ik erg bang ben voor bekeringsverhalen, wanneer die als een soort model gepresenteerd worden. Dan plaatsen we onszelf en anderen onder een nieuwe wet: „Zó moet je bekeerd zijn en anders is het niet echt en dan ga je verloren". En wat nog erger is: zo doen we te kort aan de vrijmacht van de Geest. En tóch is er ook een luisteren naar wat God aan anderen heeft gedaan, dat zeer bijbels en zeer vruchtbaar kan zijn. Zulk een luisteren is een beleving van de gemeenschap der heiligen.

Opnieuw werd ik voor die vraag: „Wat kunnen wij voor elkaar betekenen?" gesteld, toen ik het boek las dat ik ter recensie had gekregen: „Ontmoeting in Jeruzalem - Derek Prince beschrijft de belevenissen van zijn vrouw Lydia" (Uig. In de Ruimte, Soest. 184 blz. ƒ 12,50).

Ik kan mij niet herinneren dat ooit een boek mij zo geweldig heeft aangegrepen. Ik had nooit van Lydia Christensen (dat is haar meisjesnaam) gehoord. Maar in dit boek beleefde ik een intense gemeenschap der heiligen met haar. Ik wil in dit nummer iets van deze beleving vertellen. Ik wil beginnen met

Gods verborgen omgang

In een „woord vooraf" vertelt Derek Prince hoe hij zijn vrouw ontmoette. Daarmee zit je meteen midden in die diepe houding van geloofsvertrouwen, dat het gehele leven van Lydia kenmerkt.

Ik weet dat het allemaal zo gebeurd is, ook al kende ik haar toen nog niet. Lydia en ik ontmoetten elkaar en trouwden in Jeruzalem tegen het eind van de tweede wereldoorlog.

Ik was in Engeland afgestudeerd aan Eton College, de Universiteit van Cambridge en ik was zes jaar lid geweest van King's College in Cambridge. Maar er begon een totaal nieuwefase in mijn ontwikkeling op de dag dat ik de buitentrap van een grijs stenen huis opklom en de blauw-ogige Deense vrouw ontmoette, die door een huisvolJoodse en Arabische kinderen „mamma" genoemd werd.

Ik dat huis ontmoette ik de Heilige Geest, niet als een Persoon van een theologische leer, Drieèenheid, maar als een haast tastbare, krachtige, dagelijkse werkelijkheid.

Ik zag Lydia borden op tafel zetten, terwijl er geen voedsel was om erop te doen, in de wetenschap, dat God zou voorzien tegen de tijd dat we gingen zitten om te eten.

Ik zag haar koorts en ziekte in de kinderen bestraffen. En de ziekte verdween.

Boven alles zag ik hoe de Geest haar de hele dag voedde, leidde en ondersteunde. Elke dag vond in de Bijbel haar inspiratie.

Ik had de Schriften in hun oorspronkelijke taal bestudeerd, hun historische bestanddelen ontleed en hun exegese overpeinsd. Lydia liet ze tot haar hart spreken. Op een keer zei ze:

„Ik lees het Evangelie van Johannes als een liefdesbrief".

In de loop van onze dertig huwelijksjaren heb ik van Lydiageleerd, dat gebed, dat zijn kracht put uit een dergelijke intieme omvang met Gods Woord, niet een subjectieve zaak is, maar een kracht op aarde - en wel de meest machtige die er bestaat.

Waarom trof mij dit zo?

Om twee redenen. In de eerste plaats omdat ik ook zelf dit geloofsvertrouwen ken; maar vervolgens omdat het voor mij een aansporing was om mij nóg radikaler in geloofsvertrouwen aan de Heere over te geven.

Ik dacht dat dit de gemeenschap der heiligen is in de goede zin. Ik voelde mij naast Lydia staan in die immense vreugde dat je helemaal op God kunt bouwen. Zó heb ook ik de Heere leren kennen nl. als Iemand die helemaal met je meegaat, als de God van het Verbond die mij altijd maar genadig blijft; Die mij liefheeft in Zijn Zoon, met een onvergankelijke liefde; Die mij altijd weer uitnodigt om te leven in Hem en vanuit Hem.

Dát is zo moeilijk te beschrijven. Degenen die het zelf ervaren, weten nu al wat ik bedoel. Het is dat vreemde leven ín de Heere. Het is aan Zíjn kant staan. Dan bekijk je alles vanuit Hem. Dan is er zo'n sterke rust die je geheel doortrekt en je als een intense vreugde vervult. Ja, hoe moet ik het zeggen? Het is tegelijk ontzag, verwondering dat deze heilige God zo volstrekt is in de vergeving van mijn zonden. Hij wíl er niet meer van weten. Hij zegt het telkens persoonlijk tegen mij: „Je bent Mijn kind; Ik heb je voor altijd in Mijn genade aangenomen; niets en niemand kan je ooit nog uit Mijn hand roven; Mijn Zoon heeft voor altijd voor je voldaan".

Juist omdat je zo vlak bij de berg van Zijn heiligheid genaderd bent, zie je zo scherp je eigen doemwaardigheid, je zondigheid, je schuld, je bederf. En daarom is dan ook die vreugdevolle verbazing zo groot dat de Heere je tóch blijft uitnodigen: „Kom maar; Ik wil met je omgaan, heel persoonlijk; je mag in alles op Mij bouwen".

Dat is Gods verborgen omgang met ons en onze verborgen omgang met Hem. Dit is een gesprek diep in je. Geen mens kan dat echt beluisteren. Je kunt er wel over praten en schrijven, maar het eigenlijke blijft dan in de verte; je kunt er wel naar kijken, maar het blijft omhuld. De glans en de heerlijkheid van die verborgen omgang dringt wel door het omhulsel heen, maar bereikt de toeschouwer of de luisteraar slechts getemperd, als door matglas.

In dit geloofsvertrouwen zit een krachtige aanbidding. Je spreekt dan voor de Heere uit dat Hij de Heere is over alle dingen; dat Hij alles kan en dat Hij alle dingen wil doen meewerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben (Rom. 8 : 28).


GEEF ALTHANS HET RIJKE WOORD AAN DE ZEER ARME KINDEREN VAN DE ESTADO DO ESPIRITO SANTO (STAAT VAN DE HEILIGE GEEST) IN BRAZILIË.

ELK NIEUWE TESTAMENT KOST ƒ 2,63. ER ZIJN ER 200.000 NODIG. GIRO 901.000 t.n.v. 1RS TE VELP. MET VERMELDING: NTEsp.


Ja, je kunt dat soms bevend zeggen. Alles om je heen kan het weerspreken. Het valt niet mee om lege borgen op tafel te zetten, terwijl je weet dat er geen eten is. En als je vertrouwen dan niet meteen beantwoord wordt en God je een tijd op de proef stelt, dan is er de duivel die je verstand gebruikt om je toe te sissen: „Wees toch niet zo dwaas! Dat geloofsvertrouwen van jou in God is een wensdroom. Je zou graag zo n God hebben, waarop je totaal steunen kunt, maar daarom is het nog niet zo. Wees toch nuchter! Zulk een radikaal geloofsvertrouwen heeft iets weg van hysterie. En kijk eens naar de kerken, ook naar de meest orthodoxe. Zij gebruiken bij hun zending, evangelisatie en hulpverlening toch ook het intellekt van knappe rekenkundigen, van accountants en computers, die uitvoerige begrotingen opstellen en een balans en jaarrekening afleveren, die kloppen tot op de cent af. Doe niet zo excentriek. Doe gewoon net als de meeste andere oprechte christenen".

Of de duivel kan het ook omgekeerd proberen. Hij kan proberen je tot geestelijke hoogmoed te brengen. Hij kan je dan vleiend toespreken: „Wat ben jij toch een geestelijke krachtpatser. Wat een geloof heb jij. Jij zou zó kunnen geplaatst worden midden tussen de lijst van geloofshelden van Hebr. 11. Jij steekt toch wel een heel eind uit boven de „doodgewone" christenen".

Ja, een mens die helemaal op God vertrouwt, is het mikpunt van de duistere machten. Die kunnen dat niet hebben. Zulk een vertrouwen is voor hen een doorn in het oog. Ze zieden en razen erom. En daarom proberen ze met gemene listen een gelovige ten val te brengen. „Maar in dit alles zijn wij mé;r dan overwinnaars door Hem, die ons liefgehad heeft" (Rom. 8 : 37).

Het kan eigenlijk niet

De spanning in dit geloofsvertrouwen is, dat het eigenlijk niet kan. Ik weet wie ik ben. Ik zie het heel helder in het licht van Gods Woord en Geest. Ik weet dat ik de vloek verdien, maar Hij schenkt mij Zijn volle zegen. Ik weet dat Hij mij van Zich moest afstoten naar de uiterste duisternis, maar Hij haalt mij naar Zich toe en doopt mij in Zijn licht.

Als Hij het boek van mijn daden en van mijn verzuim zou openslaan, dan zou Hij als Rechter moeten zeggen: „Ga weg van Mij, vervloekte, in het eeuwige vuur". Maar Hij laat dat boek gesloten en slaat het boek des levens op, waarin mijn naam geschreven is vanaf de grondlegging der wereld en Hij zegt: „Kom, gezegende…". Hij roept mij tot Zich krachtens genadige uitverkiezing, mij, een dóór en dóór zondig mens, en Hij overlaadt mij met de blijken van Zijn liefde, Zijn goedheid. Het is om onder de vracht van zoveel genade te bezwijken. Dan wil ik de ogen neerslaan uit verlegenheid voor Hem. Maar Hij zegt tot mij: „Zie naar Mij en geniet van Mij". Dan wil ik mij verootmoedigen en al die zonden voor Hem gaan opnoemen; maar Hij houdt de hand voor mijn mond en houdt mij Zijn Woord voor: „Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van Zijn erfenis voorbijgaat? …Hij heeft lust aan goedertierenheid. Hij zal Zich over ons weer ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden ten onder brengen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepte der zee werpen" (Micha 7 : 18-19).

Hij strijkt onze rimpels weg

Die verwonderende vreugde over het feit dat ik, een zondig mens, met God mag spreken, beluisteren we ook in het gesprek van Abraham met God, toen hij pleitte voor het behoud van Sodom en Gomorra: „En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden (heb mij verstout) te spreken tot de Heere, hoewel ik stof en as ben!" (Gen. 18 : 27).

En dan die vreugde te mogen weten dat Hij mij geheel en al leiden wil, zodat ik mij nergens bezorgd over hoef te maken. Als er rimpels op mijn voorhoofd komen, strijkt Hij die weg. Hij is als een Vader die nu reeds de tranen uit mijn ogen wegwist (Jes. 25 : 8; Openb. 21 :4). Hijzelf zegt het tegen mij: „Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u" (1 Petr. 5 : 7).

Ik mag altijd bij Hem te rade gaan. Hij luistert naar mij. Hij heeft alle tijd voor mij. De Heere spreekt met de Zijnen in alle vertrouwelijkheid: „En de Heere sprak tot Mozes aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt" (Ex. 33 : 11). „Ik noem u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd, want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt" (Joh. 15:15).

Je draagt die vriendschap met God als een zoet geheim in je mee en toch wil je anderen daarin laten delen. Je wilt zo graag met andere vrienden van God praten over deze heerlijkheid, over deze onbegrijpelijke goedheid van God. J e wilt het ook van hén horen, hoe goed en genadig zij God vinden. Je wilt diezelfde dankbare wederliefde beluisteren in hun lied en zien stralen uit hun ogen.

„Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus" (Efeze 1 : 3).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GEMEENSCHAP DER HEILIGEN

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's