GELOVEN IS ZIEN
Het „zien" van het geloof is een apart soort „zien". Het is een zien vanjezus als de Verheerlijkte: „Maar wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond" (Hebr. 2 : 9); een zien „van verre" (Hebr. 11:13); een zien „door een spiegel in een duistere rede" (1 Kor. 13 : 12). Dus tóch een zien.
Dat soort „zien" kan bij de gelovigen zeer gevarieerde vormen aannemen. Hieronder laat ik het gedeelte volgen uit het boek van Derek Prince, hoe Lydia Jezus zag.
Ik had altijd meegedaan met de gewone kerkelijke gebeden en antwoorden in de tijd, dat ik naar de kerk ging. Maar het idee om persoonlijk en direkt tot God te bidden - om woorden te zeggen, die niet in het gebedenboek stonden - dat was ongewoon en beangstigend. Toch kon ik niet loskomen van de woorden van Christus: „Bidt en u zal gegeven worden…" Als Christus me vroeg om te bidden, dan kon ik niet verwachten iets te ontvangen, zonder dat ik erom vroeg.
Ik stond stil voor de armstoel, waarin ik gezeten had. Zou ik knielen? Ik stribbelde een ogenblik tegen. Toen knielde ik op de vloer en boog me over de zitting, met mijn ellebogen op de zachte fluwelen bekleding. Ik begon zachtjes in mezelf: „O God…" Maar op de één of andere manier leek dat niet goed.
Was het nodig om hardop te bidden? Het idee naar mijn eigen stem te moeten luisteren, maakte me bang. „O God…" Ik zei het hardop. Het geluid van een stem in de lege kamer was als een wanklank. Ik zei het opnieuw: „O God…" Toen een derde keer: „O God- ik begrijp niet- ik begrijp nietwie God is, wie Jezus is, wie de Heilige Geest is… Maar als U me Jezus wilt laten zien als een levende werkelijkheid, dan zal ik Hem volgen!"
En toen gebeurde er iets in de zo bekende kamer, waar mijn achtergrond en opleiding me totaal niet op hadden voorbereid. Mijn verstand weigerde eenvoudigweg te accepteren, wat mijn ogen zagen. Ik keek niet langer tegen de rug van de stoel aan. Inplaats daarvan stond er Iemand, een Persoon, over me heengebogen. Een lang wit kleed bedekte Zijn voeten. Langzaam hief ik mijn ogen op. Boven mijn hoofd zag ik twee uitgestrekte armen, als van iemand, die zegende. Ik keek verder omhoog en zag toen het gezicht van Hem, die over mij gebogen stond. Mijn hele lichaam begon te beven. Onwillekeurig kwam er een woord bij mij boven: ,Jezus!" Maar terwijl ik het uitsprak, was Hij verdwenen.
Ik keek weer naar de stoel. In de groene zitting kon ik de twee holten zien, die mijn ellebogen hadden achtergelaten. Had daar werkelijk slechts een ogenblik geleden Iemand vlak voor me gestaan? Of was ik het slachtoffer geweest van de één of andere ongelooflijke hallucinatie?
Ik hief mijn hoofd op en keek langzaam de kamer rond. Zo te zien was er niets veranderd. Toch was er iets in de kamer dat daar een minuut geleden nog niet was. Ik herinnerde me het ogenblik toen ik de kamer binnenkwam, waar mijn vaders lichaam lag. Dezelfde tegenwoordigheid, die ik toen gevoeld had, was nu helemaal om mij heen. De kamer was er helemaal mee gevuld. Hij was niet alleen om me heen, hij was binnen in me: een diepe onverstoorbare vrede.
Ik begon me te realiseren met een overweldigende zekerheid: God had werkelijk mijn gebed verhoord! Hij had precies gedaan wat ik gevraagd had. Hij had me Jezus laten zien. Ik had Zijn kleed gezien en Zijn uitgestrekte handen. Eén onuitsprekelijk ogenblik lang had ik Zijn gezicht gezien. Eén ding stond nu voor mij vast: Christus leeft - Hij leeft voor eeuwig, verheerlijkt en stralend! Alle menselijke kennis bij elkaar werd onbetekenend vergeleken met dit ene feit.
Plotseling was het niet langer moeilijk om te bidden. Ik kon mijn woorden van dankbaarheid niet binnenhouden. „O, dank U!" riep ik. „Dank U!" Een grote vrede overstroomde mijn hart. Het was niet mogelijk om het allemaal te bevatten, noch er uitdrukking aan te geven. Ik stond op en begon heen en weer te lopen. Om de paar minuten overweldigde het me weer als ik me realiseerde wat er gebeurd was. „Dank U!", riep ik steeds maar weer.
Ik zie Jezus
Zó heb ik de Heere Jezus niet gezien, niet als een verschijning die zich uiterlijk en lijfelijk aan mij openbaarde. Maar wél zie ik Hem zo, innerlijk, en Zijn aanwezigheid is voor mij de laatste grond van mijn zekerheid. Ik zie Hem daar voor mij. Ik zie Hem stralend van liefde. Met een oneindige mildheid ziet Hij naar mij. Ik kan van heel de Bijbel mij afvragen: Is het wel waar? Wie bewijst mij dat alles zo gebeurd is zoals het daar verteld wordt?
Maar aan Jezus kan ik niet twijfelen. Ik zie Hem als de Verheerlijkte. Ik zie Hem niet als „de" Zaligmaker, maar als „mijn" Zaligmaker. Er gaat een stroom van hemels licht van Hem uit naar mij.
Ik zou mijzelf van Hem moeten losscheuren om toch nog aan Hem te kunnen twijfelen. Maar dat kan ik niet. Evenmin als ik mijn hand of mijn voet van mijn levend lichaam kan wegrukken, evenmin kan ik mij wegrukken uit Zijn lichaam. Ik ben geheel één met Hem en Hij met mij. „Blijft in Mij en Ik in u" (Joh. 15 : 4). En ómdat ik aan Jezus niet kan twijfelen, daarom kan ik ook niet aan de Bijbel twijfelen. Daarom weet ik dat alles wat daarin staat, waar is.
Daarom kan ik van Hem getuigen
Natuurlijk zal niemand precies dezelfde ervaring hebben als ik, zoals ook ik niet precies dezelfde ervaring heb als Lydia. Maar alle gelovigen „zien" op een of andere manier Jezus. Daarom kunnen ze ook rusten in Hem, zich geborgen weten in Hem. Ze weten zich één met Hem zoals de ledematen één zijn met het lichaam en zoals de ranken leven uit de wijnstok.
Daarom kunnen ze ook werkelijk van Hem getuigen, zoals een getuige voor een rechtbank. Ze kunnen met alle klem het de wereld toeroepen: „Ik heb Hem gezien. Hij leeft; Hij leeft werkelijk; Hij is opgestaan uit de doden! Halleluja! Gods Naam zij geprezen!"
Ze houden niet (alleen maar) een diepzinnig theologisch referaat over Hem. Maar ze verkondigen Hem met kracht. Ze hebben dat „zien" overgenomen van de ooggetuigen, die Hem lijfelijk zagen, de apostelen, de kroongetuigen die door Jezus waren aangesteld (Joh. 17 : 20; Hand. 1 : 21-22). „Hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben, van het Woord des levens… dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben en deze onze gemeenschap ook zij met de Vader en met de Zoon Jezus Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij" (1 Joh. 1 : 1-4).
Ik leef in gemeenschap metjohannes, met de twaalf apostelen, met Paulus, met al de heiligen van het verleden en het heden, door dit zien van Jezus. Wij allen zien op naar dezelfde Jezus. We verwachten alles van Hem en van Hem alleen. Daarin vinden wij elkaar. Daarom vormen we samen een levende geloofseenheid, het lichaam van Christus, de tempel van de Heilige Geest. Maar bovenal leef ik in de gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Want tot die gemeenschap wil Johannes mij voeren door zijn brief. Hij wil dat die gemeenschap zo intens mogelijk zal zijn, zodat onze blijdschap uitgroeit tot volkomenheid.
Ik zie Hem als de door de Geest Verheerlijkte
Ik mag Jezus zien zoals Johannes Hem beschrijft: „Ik zag zeven gouden kandelaren; en in het midden van de zeven kandelaren Eén, de Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten en omgord aan de borsten met een gouden gordel. En Zijn hoofd en haar was wit, zoals witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuur; en Zijn voeten waren blinkend koper gelijk en gloeiden als een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren" (Openb. 1 : 12-15).
Ek mag Hem zien als de Verheerlijkte. Ik kán Hem zo zien door de Geest. „Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden" (Joh. 16 : 7). „Die (de Geest der waarheid) zal Mij verheerlijken" (Joh. 16 : 14). En dat die Geest Jezus verheerlijkt, ervaar ik in mijzelf. Het is door de Geest dat ik Hem zie als de Verheerlijkte. En zo mag iedere gelovige, elk op zijn/haar wijze, Hem zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
