MARKUS
„Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God." Met deze enkele woorden vangt het Evangelie van Markus aan.
Ja, dat kleine boekje van Markus bevat het Evangelie, d.i. de goede tijding, de blijde aankondiging van het leven, verborgen met Christus in God.
Maar die aankondiging is werkelijkheid geworden. Alles is vervuld. Het is volbracht. „En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon" (1 Joh. 5:11). Het Koninkrijk Gods is dus naderbij gekomen. Komt daarom tot inkeer. Verootmoedig u over uw voorbije zondige leven en geloof in de Zoon van God, want „wie de Zoon niet heeft, heeft het leven niet".
Dit was het getuigenis van Johannes, de voorloper en heraut van Christus. Zo werd vervuld wat de profeten geprofeteerd hadden over de zaligheid en de genade, die voor ons bestemd was, die tot geloof in Hem zouden komen. Deze profeten vorsten naar de volle inhoud van de profetie die ze van God kregen: „onderzoekende op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus, die in hen was, beduidde en te voren getuigde … aan wie geopenbaard is dat zij niet zichzelf, maar ons bedienden" (1 Petr. 1:11 e.v.).
In het begin van de schepping zweefde de Geest boven de wateren om aldus het leven te schenken aan de wonderbare schepping Gods. In Mk. 1:10 zien we hoe de Geest neerdaalt over Jezus, toen Hij uit het water van de Jordaan, waarin Johannes Hem had gedoopt, opsteeg. De tijd, door de Heere bepaald om van de mens een nieuwe schepping in Christus te maken, is nu vervuld. De Geest is het die het leven schenkt aan ieder die in Christus gelooft, „het vlees doet geen nut", dient nergens voor. Het vlees, waar de satan in woedt en zich in wil uitvieren, is begraven en een nieuw schepsel wordt geboren in geest en in waarheid om de Vader te aanbidden.
De engelen sluiten de toegang tot de boom des levens niet meer af, zoals gebeurd is met de eerste Adam, toen hij bezweek voor de satan. De tweede, de nieuwe Adam verwijst de satan naar zijn rijk van de dood „en de engelen dienden Hem" (vs 13).
Jezus riep zijn eerste discipelen naar het Koninkrijk Gods : „Volgt mij" … en zij zijn Hem gevolgd" (vs 17).
In de aanvang heeft het Woord alles geschapen en niets kon weerstand bieden aan die goddelijke stem, die alles uit het niet tevoorschijn riep … Nu, aan het einde der tijden, roept Hij dat schepsel, dat gemaakt was naar Zijn beeld en gelijkenis, om het opnieuw het leven te schenken. En we zien dat zij die geroepen worden, Hem volgen. Zijn Woord keert niet ledig weer, maar het volbrengt wat het wil (Jes. 55:11). De mensen in Kapernaúm proefden in hun zielen dat het woord van Jezus vol gezag was. Ze zagen hoe de onreine geesten onder dat woord geboeid werden. Ook al wisten die boze geesten datjezus „de heilige Gods" is, ze moesten toch zwijgen voor de macht van Zijn woord en om te doen wat Hij hen beval. We zouden kunnen denken dat de macht van het woord halt zou houden voor de ziekte. Maar dat is niet het geval. We zien hoe een eenvoudige koorts, maar ook de ernstigste ziekten verdwijnen voor dat herstellende woord. We zien aan het slot van het hoofdstuk een man, wiens lichaam verwoest is door de melaatsheid, maar die met een krachtige geest zegt: „Indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen". En het woord van Jezus doet wat Hij wil en wat de melaatse in geloof reeds weet: „Ik wil, wordt gereinigd!".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
