VOLSTREKT BETROUWBAAR… EN DUS ONFEILBAAR
Of moeten we het andersom zeggen: De Schrift is onfeilbaar, dus volstrekt betrouwbaar. Daarover is er onder Schriftgelovige christenen in de laatste tijd een gedachtenwisseling gaande.
Degenen die ervoor pleiten: „onfeilbaar, dus betrouwbaar", doen dat, omdat linkse theologen het ook wel zó hebben geformuleerd : „De Schrift is betrouwbaar, maar dat neemt niet weg dat zij ook dwalingen bevat".
Daarom willen dergelijke Schriftgelovige christenen soms zelfs helemaal die term „betrouwbaar" vermijden. Ik meen echter dat dit onjuist is. Wij moeten ons niet laten leiden, ook niet uit reaktie, door linkse theologen, wanneer het gaat om eigenschappen die wij aan de Schrift toekennen.
Persoonlijk meen ik dat we van de Schrift allereerst moeten zeggen dat zij absoluut betrouwbaar is. Dat is helemaal in de geest van de Bijbel. Daar wordt ons een God verkondigd op Wie wij ons volkomen kunnen verlaten ; een God die een Verbond der genade met ons heeft gesloten; Die Zich aan ons heeft verbonden door Zijn beloften.
Dat is ook de grondgedachte van de psalmen. Daarin wordt niet de lof gezongen van een onfeilbare God, maar van een God, waar je volkomen op kunt rekenen, Wiens trouw nooit zal wankelen of bezwijken.
Dat deze God ook onfeilbaar is in Zijn uitspraken, wordt in de psalmen, en in heel de Schrift, als een vanzelfsprekend iets verondersteld. Natuurlijk zal deze heilige God nooit een onwaarachtigheid of dwaling toelaten in de Schrift, waaraan Hij Zijn gezag heeft verbonden.
Ik meen daarom dat wij tegen de geest *) van de Bijbel ingaan, wanneer wij het „onfeilbaar" voorop gaan stellen. Dan worden we onwillekeurig de hoek ingedreven van het intellektualisme, dat in sommige kerken van de gereformeerde gezindte zoveel schade heeft berokkend. Dan naderen we het roomskatholieke begrip over het geloof: „Geloven is het aannemen van de waarheden, die God heeft geopenbaard".
De Reformatie heeft daar terecht tegenover beleden : Het geloot in Christus is allereerst een vertrouwvolle overgave aan Christus (fides fiduciales). De Reformatie wil het geloof niet zien als het aannemen van een aantal waarheden.
Dat kun je nog wel met je verstand doen, zonder dat je hart bekeerd is. Maar wie zich in volstrekt vertrouwen aan Christus heeft overgegeven, heeft een diepgaande innerlijke verandering doorgemaakt. Hij is waarachtig bekeerd. Zulk een vertrouwen kan alleen uit het hart voortkomen. En wie zó in Christus gelooft, belijdt vanzelf dat de Schrift onfeilbaar is.
Dat is juist de diepe vreugde van het zaligmakende geloof, nl. dat ik dan vertrouwelijk mag omgaan met de God van het Verband, die in Christus mij genadig is. Ik mag wandelen met Hem. Hij is mijn vaste burcht, mijn rots, mijn schild, mijn sterkte in benauwdheid en gevaar.
„De Heer, de God der legerscharen, is met ons, hoedt ons in gevaren.
De Heer, de God van Jakobs zaad, is ons een burg een toeverlaat"
cPsalm 46:6)
*)In Openb. 19 : 11 wordt het Woord Gods genoemd: „Getrouw en waarachtig" en in Openb. 22 : 6 heet het: „Deze woorden zijn getrouw en waarachtig" (pistos = van pistis, geloof en alèthinos = van alètheia, waarheid). Daaruit krijgen we toch ook sterk de indruk dat ook de Bijbel zelf de betrouwbaarheid van Gods Woord stelt vóór de onfeilbaarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
