DE ,PINKSTER"-BEWEGING IN CHILI
Verbaasd zult u zich afvragen, waarom ik die „pinkster"-gemeenten rangschik onder de reformatorische christenen. Daarvoor zijn verschillende redenen aan te geven:
1. Deze „pinkster'-gemeenten hebben de kinderdoop. Over de Doop belijden zij: „De Doop is niet slechts uiting van geloof en uiterlijk kenmerk, waardoor de christenen onderscheiden worden van de niet-gedoopten, maar de Doop is ook een teken van de wedergeboorte. De kinderdoop moet in de gemeente bewaard blijven".
Persoonlijk mis ik in deze tekening van de Doop de beschrijving van de rijkdom van de Doop als teken en zegel van de Verbondsbeloften die God aan Israël heeft gedaan, en waarin wij, gelovigen uit de heidenen, mogen delen („welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgevingen en de dienst Gods en de beloftenissen" (Rom. 9:4)- maar wij mogen daar allemaal in delen: „En zo enige takken afgebroken zijn en gij, een wilde olijfboom zijnde, in derzelver plaats zijt ingeënt en aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom mede deelachtig zijt geworden, zo roem niet tegen de takken". (Rom. 11 : 17).
KOMMENTAAR:
Natuurlijk is dat geen bewijs van de juistheid van de kinderdoop. Die moet op bijbelse gronden bewezen worden en niet uit het feit dat de snelst groeiende kerken van de wereld nl. in Chili de kinderdoop aanhangen.
Maar wel wil ik wijzen op het tegenovergestelde. Vaak wordt het door de Amerikaanse pinksterkerken (en hun Nederlandse volgelingen) voorgesteld alsof de reden, waarom de officiële kerken niet tot vernieuwing en uitbreiding komen, gelegen zou zijn in het feit dat zij de kinderdoop praktiseren. Dat argument gaat dus beslist niet op in het licht van de enorme groei van deze „pinkster'-gemeenten in Chili.
Helaas gebeurt het nog al eens dat er een bloeiende Bijbelkring ergens ontstaat. En dan komt er een broeder of zuster onrust zaaien met de bewering: .Jullie zijn ongehoorzaam, omdat jullie zich niet als volwassenen, nadat jullie bewust tot geloof zijn gekomen, willen laten dopen. Pas als jullie dat hebben gedaan, dan zal jullie Bijbelkring tot volle geestelijke groei kunnen komen".
Deze mensen doen mij heel sterk denken aan de dwaalleraars van de brief aan de Galaten. Die wilden de Galaten ook weer onder de wet brengen nl. van de besnijdenis. Ook zij beweerden: „Pas als je dat doet, zul je de volle zegen van de verbonden Israels deelachtig worden".
En wat is dan het antwoord van Paulus: „O uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd? Dit alleen zou ik van u willen leren: Hebt gij de Geest ontvangen uit de werken der wet of uit de prediking van het geloof? Die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet of uit de prediking des geloofs?" (Gal. 3 : 1-5).
En dan weten de Galaten wel het antwoord: Ze hebben de Geest met alle rijkdom en kracht en vreugde niet ontvangen omdat ze van te voren zo braaf leefden en alles zo goed „deden", maar eenvoudig omdat ze geloofd hadden in Christus, die door Paulus gepredikt werd. Het was enkel vanwege dat geloof in Christus, dat zij zozeer vervuld werden met de Heilige Geest.
Daarom is Paulus zo fel tegen die dwaalleraars, die de Galaten opnieuw onder de wet wilden brengen nl. van de besnijdenis zoals er ook thans zijn die de mensen onder hun wet willen brengen nl. van de verplichting tot de volwassendoop, zodat we het heil dus tóch weer van het „doen" moeten verwachten en niet van het eenvoudige geloof in Christus.
En wat een schade wordt daardoor vaak niet aangericht. Prachtige Bijbelstudiekringen worden er soms door uiteengeslagen. De officiële kerken worden bang gemaakt voor zulke Bijbelstudiekringen, omdat daar telkens de splijtzwam van de volwassendoop in komt.
En wat wordt daardoor vaak niet een zonde tegen de liefde bedreven. Men verdenkt de anderen ervan dat die alleen maar aan de kinderdoop vasthouden uit traditie, terwijl ze eigenlijk overtuigd zouden zijn dat de kinderdoop onbijbels is. Wat een bittere veroordeling!
Laten we in het licht van die enorme zegen van de „pinkster'-gemeenten van Chili eindelijk eens ophouden met elkaar allerlei wetten op te leggen. Laten we leven uit het eenvoudige, maar diepe geloof in Christus. Dan zal er zeker een rijke zegen van de Heere klaar liggen voor de christenen van Nederland.
2. Zij hebben een duidelijke belijdenis van Gods vrije genade en van de volstrekte onmacht van de mens om uit zichzelf tot geloof en bekering te komen.
Art. 8 van hun geloofsbelijdenis luidt: „Over de vrije wil van de mens. De situatie van de mens na de val van Adam is zodanig dat hij zichzelf niet kan veranderen en zich evenmin door zijn natuurlijke kracht en eigen werken kan voorbereiden om te komen tot het ware geloof en om God te kunnen aanroepen. Daarvoor is nodig de voorkomende genade van God".
3. Zij proklameren ook niet (zoals de Amerikaanse pinkstergemeenten en hun Nederlandse volgelingen) het spreken in tongen als een wet, als een noodzakelijk teken dat iemand gedoopt, vervuld is met de Geest.
Ik heb twee boeken over het Chileense protestantisme, waarin voor het grootste gedeelte gehandeld wordt over de „pinkster"-gemeenten aldaar. Een boek van een r.-k. priester, nl. Humberto Munoz, getiteld: „Nuestros hermanos evangélicos" (= Onze evangelische broeders) en van een protestant nl. Christian Lalive D' Epinay, getiteld: „El refugio de las masas - Estudio Sociológico del Protestantismo Chileno" (= De toevlucht van de massa's - een sociologische studie van het Chileense protestantisme).
Welnu D' Epinay zegt in zijn boek op blz. 236 dat hij honderden Chileense pinkstervoorgangers de vraag heeft gesteld of ze ooit in tongen hebben gesproken en dat 51 procent hem geantwoord heeft: „Nee, nooit".
Laat ook dit voorbeeld van de snelst groeiende kerk van de wereld voor ons een les zijn dat wij elkaar geen wetten moeten proberen op te leggen.
De vrijheid der kinderen Gods is zulk een kostbaar goed. Christus heeft daarvoor Zijn bloed gegeven. Laten wij dan niet die vrijheid bij elkaar zien in te perken. Dan bedroeven we de Geest, want, „waar de Geest is, daar is vrijheid" (2 Kor. 3 : 17).
Om al deze redenen heb ik telkens het woord „pinkster"-gemeenten tussen aanhalingstekens gezet, wanneer het over Chili ging, want bij het woord pinkstergemeenten in Nederland denken wij meteen aan een heel ander type kerken.
Hoe is de „pinkster'-beweging in Chili ontstaan?
Daarover schrijft pater Munoz uitvoerig in zijn boek. Maar die uitvoerigheid bestaat uit lange citaten uit het boek van ds. W. C. Hoover: „Historia del Movimiento Pentecostal en Chile". Dit boek van Hoover is juist daarom zo belangrijk, omdat de „pinkster'-beweging in Chili met hem begonnen is. Hoover schrijft o.a.:
„In 1902 (hij was toen predikant in Valparaiso, de havenstad van Santiago de Chile) bestudeerde men de Handelingen van de Apostelen. Een broeder stelde toen de vraag: „Wat verhindert ons om te worden zoals de gemeente van het begin?" De predikant antwoordde terecht: „De enige belemmering daartoe zijn wijzelf'.
„In 1907 ontving ds. Hoover een brochure over een geweldige opwekking in India. We schreven naar de auteur van die brochure, een kennis van mevr.
Hoover, en zo groeide steeds meer onze belangstelling in en kennis over dat onderwerp".
„In januari 1909 kwam een broeder, een bouwvakker, bij mij en zei: Dominee, ik lag te slapen en toen zeide de Heere tegen mij: Word wakker, want ik wil met je spreken. Ik antwoordde: Heere, ik luister. De Heere zei toen: Ga naar je predikant en zeg hem dat hij enkele broeders die het meeste aanvoelingsvermogen hebben in de geestelijke dingen, samenroept om elke dag te bidden, want Ik wil hen dopen met tongen van vuur. Ik vroeg: Heere, mag ik ook bij die groep behoren? De Heere antwoordde: ja. En zodoende ben ik onmiddellijk naar u toe gekomen om deze boodschap over te brengen".
„Ik zag de oprechtheid van deze broeder en bovendien was dit duidelijk een antwoord op het gebed dat wij zo vaak in deze geest tot de Heere gericht hadden. En vanaf de volgende dag- als ik mij goed herinner, was het 15 januari kwamen we met 5 broeders elke dag 's middags om 5 uur samen".
Hoover beschrijft daarna het typische van elke echte opwekking nl. een steeds dieper groeiend inzicht in eigen zonden en zondigheid. „De Heere liet ons zien wat in ons eigen leven de oorzaak was, waarom ons geestelijk leven vaak zo vlak en kleurloos was geweest. Een broeder b.v. ging nog dezelfde avond naar iemand van wie hij drie jaar geleden, gedurende de aardbeving van 1906, iets in bewaring had aangenomen en dat hij nooit had teruggegeven. Hij beleed zijn schuld tegenover deze eigenaar en gaf alles meteen terug. Maar gedurende de gehele daarop volgende week mocht deze broeder een heilige zoetheid van de Heere ondervinden, nu hij in de kracht van Christus tot de vreugde van de gehoorzaamheid was gekomen". Ook het gebed nam toe in intensiteit. „Nooit in mijn leven heb ik zo innig horen bidden als in deze dagen. En ik kan eraan toevoegen dat ik ook zelf nooit zo intens gebeden heb. Ik wilde mij helemaal verhezen in God, met Christus verborgen zijn in Hem (Kol. 3 : 3), ik wilde helemaal opgenomen worden in de Heere, zodat alles in mij slechts de eer van God zou ademen. - Ik geloof dat het werkelijke geheim van dit alles is dat wij werkelijk en waarachtig begonnen te geloven in de belofte van de Heilige Geest. Geen geloof met woorden en met het verstand alleen, maar een geloof met ons hele hart. Wij erkenden, wij aanvaardden dat die belofte van Hand. 1 : 4-5 en van Joël 2 : 28-29 voor ons is. We hielden op met er over te praten en er alleen maar in te geloven, terwijl ons leven zich voortzette volgens onze vaste routine. We namen deze belofte als een werkelijkheid voor ons tot ons".
Maar de reaktie bleef niet uit. Op 4 februari 1910 had de jaarlijkse conferentie van de methodisten plaats (ds. Hoover behoorde tot de methodistenkerk). Daarin werd ds. Hoover door een commissie aangeklaagd vanwege het verkondigen van anti-methodistische leringen o.a. dat de christenen ook nu nog gedoopt zouden kunnen worden in het vuur van de Geest en dat ook nu nog de gave van profetie en van gezondmaking en van het spreken in tongen mogelijk zou zijn. De jaarlijkse conferentie van de methodisten (ongeveer gelijk te stellen met onze generale synodes) aanvaardde deze beschuldigingen en daardoor werd het voor ds. Hoover onmogelijk om nog langer lid van zijn kerk te blijven. Velen scheidden zich af met hem en zo ontstond de „Iglesia Metodista Pentecostal". Daar de reden van hun afscheiding niet gelegen was in een verschilpunt met de geloofsbelijdenis van de methodisten, bleven zij diezelfde belijdenis aanhangen, vandaar dat zij o.a. nog steeds de kinderdoop praktizeren zoals boven beschreven.
Waarom al deze artikelen over de Heilige Geest in IRS?
U zult het wellicht al begrepen hebben.. Onze stichting heeft tot doel de evangelisatie onder de rooms-katholieken te bevorderen. Hier in Nederland gaat er zo heel weinig wervende kracht uit van de officiële reformatorische kerken. Wanneer ik dan in Chili die enorme uitgroei van de pinkstergemeenten daar zag, die evenals hier de kerken van de Gereformeerde Gezindte de kinderdoop aanhangen en een reformatorische belijdenis hebben, kunt u dan begrijpen dat ik aan de lezers van IRS voorstel: Laten we samen eens indringend vanuit het Woord de vraag behandelen, waar dat grote verschil dan toch wel vandaan kan komen? Waarom zijn er daar zoveel overgangen van rooms-katholieken naar de „pinkster'-gemeenten en hier zo weinig.
Vervolg artikel Dr. Aalders
Vanwege het thema-karakter van dit nummer moest, tot onze spijt, het vervolg van het artikel van Dr. Aalders overstaan tot het juli-augustusnummer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
