IS HET GROTE GETAL BEWIJS?
Over de oorspronkelijke „Methodistenkerk van Chili" schrijft pater Munoz: „Tijdens de jaarlijkse conferentie van de Methodisten in 1968 werd een zeer interessant statistisch overzicht gegeven over de toenmalige stand van de kerkelijke gegevens. De kerk telt 5.000 belijdende leden, verdeeld over 68 kerken. Er zijn 45 predikanten, van wie tien zendelingen uit het buitenland, de overigen zijn Chilenen" (p. 142).
En vergelijk dan deze cijfers eens met die van de „pinkster'-gemeenten, die destijds door deze Methodistenkerk werden uitgestoten die nl. thans bijna één miljoen tweehonderdduizend leden telt. Natuurlijk is het grote getal op zichzelf nog niet een bewijs van bijbelse juistheid, ik kom daar nog op terug, maar dit grote verschil in aantallen heeft ons wél iets te zeggen. Het moet ons in elk geval tot nadenken stemmen.
Bovendien zijn deze afgescheiden pinkster-methodistenkerken vanaf het begin financieel volkomen onafhankelijk geweest van het buitenland. Ze hebben geen buitenlandse zendelingen. En hun kerkgebouwen hebben ze volledig zelf betaald. Over de presbyterianen, die reeds 110 jaar werkzaam zijn in Chili, schrijft pater Munoz dat ze thans (zijn boek is gepubliceerd in 1974) niet meer dan 2000 belijdende leden tellen (p. 119). En ook prof. Godoy, predikant van de Iglesia Presbiteriana Nacional, die zich in 1945 van de oude Presbyteriaanse Kerk afscheidde, omdat daar de vrijzinnigheid werd toegelaten, bekende mij zuchtend dat die kerk sinds die tijd niet of nauwelijks gegroeid is.
Vertroosting en vermaning rond het grote getal.
Betekent dat nu dat DUS deze Methodisten en Presbyterianen niet de juiste leer zouden verkondigen, omdat ze maar zo gering in aantal zijn gebleven? Beslist niet Het kleine of grote getal is op zichzelf geen bewijs van de juistheid of niet juistheid van de leer van een kerk.
1. Paulus verkondigt dat zeer duidelijk: „Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft de wasdom gegeven" (1 Kor. 3 : 6).
Dat is ook de vertroosting voor zendelingen, die soms jaren lang in getrouwheid het Evangelie hebben verkondigd, en niet hebben mogen zien dat het zaad wat zij uitstrooiden, ontkiemde en tot wasdom kwam. Op grond van dit woord van
Paulus hebben zij het kunnen uithouden, terwijl ze bleven bidden tot de Heere, dat Hij uit genade tóch wasdom moge geven.
2. Maar al is dat ook nóg zo waar, toch moeten wij hier in Nederland en de zendelingen in de heidense landen zich altijd weer in ootmoed afvragen: Verkondig ik wel het Woord Gods in alle zuiverheid en volheid? Vermeng ik het niet met eigen menselijke (theologische) gedachten? En vermijd ik bepaalde bijbelse inhouden evenzeer te prediken zoals b.v. de vervulling met de Geest voor hen die in Christus geloven?
Want dezelfde Paulus wijst ook op de vruchtbaarheid van het Woord Gods, dat nooit ledig weerkeert en altijd iets doet, hetzij als een reuke des levens ten leven, hetzij als een reuke des doods ten dode. En vol vreugde schrijft hij aan de Kolossenzen over „het woord der waarheid, namelijk van het Evangelie, dat tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van die dag af dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid gekend hebt" (Kol. 1 : 5-6).
Ik meen ook dat dit de betekenis is van de vermaning van Paulus in 1 Kor. 3 : 9-17 aan hen die het Evangelie verkondigen. Dan spreekt hij over het fundament dat is Christus. En dan zegt hij: „Maar eenieder zie toe, hoe hij daarop bouwt".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
