Eenzaamheid
Een universiteitsstudent vertelde mi dat het nog wel eens gebeurt dat stu denten zich het leven benemen. Hij ver moedde dat ze tot die wanhoopsdaac gedreven werden door een gevoel var grote eenzaamheid. Die eenzaamheic schijnt velen vooral aan te grijpen wanneer ze een kamer(tje) hebben ir een grote studentenflat. De kilheid var die betonnen gebouwen legt zich blijkbaar als een drukkende koude ook op hun zielen. Ze stikken in hun alleenzijn.
Egoïst
Laat ik eerst vaststellen dat een zelf moordenaar een verschrikkelijke egoïst is. Hij weet hoeveel verdriet hi daarmee zijn ouders en familieleden aandoet. Daar bekommert hij zich blijkbaar niet om, althans neemt hij dat verdriet wat hij anderen aandoet, op de koop toe.
Een zelfmoordenaar is een vertroetelaar van zichzelf. Hij heeft zich gehuld in de zoete deken van het zelfbeklag. Hij heeft zich teruggetrokken in een hoekje van zijn ziel, waar hij de tranen laat druppelen op zijn eigen hart. „Ach, ik arme!". Hij vertroetelt zich in zelfmedelijden. Hij verwent zichzelf met de zuigfles van de melancholie.
Hij is laf. Hij is voortdurend op de vlucht. Hij durft en wil zichzelf niet inzetten. Hij is als een slak, die altijd weer zich in eigen huisje terugtrekt. Hij heeft geen belangstelling voor zijn omgeving. Hij ziet niet, hoe anderen veel meer leed en tegenslag te verwerken krijgen dan hij. Hij ziet alleen maar zichzelf, zijn kleine, miserabele ikje. Hij zou wel willen dat heel de wereld zich rondom hem zou zetten en tranen met tuiten zou vergieten om hem, die toch zo vreselijk beklagenswaardig is. En als hij bemerkt dat de wereld daar geen zin in heeft, dan meent hij ze daartoe te kunnen dwingen door de hand aan zichzelf te slaan.
Hij ziet ook niet zijn Schepper. Die heeft hem zo prachtig gemaakt. Kijk eens naar zo'n jong lichaam. Wat een wonderbare opbouw! En dan die macht van de geest over dat lichaam. Dat geheimzinnige samenspel. Ergens in mijn hoofd wil ik, en dan bewegen zich mijn voeten en mijn handen. Ik wil en dan denk ik. Ik wfl en dan dien ik de medemens in nood.
En hij vergrijpt zich aan dat kunstwerk van God. God had ook hem bedoeld als een beeld van Hem. En hij gooit dat beeld moedwillig in gruizels. Wat een egoïsme!
Gij in Mij en Ik in u
Wij spraken verder over de vraag, hoe je dat drukkende gevoel van eenzaamheid kunt opheffen, althans voor een groot gedeelte.
Dat wordt opgeheven door de gemeenschap met Christus en doordat je gemeenschap met elkaar hebt in Christus.
We moeten steeds voor ogen houden dat geloven niet het aannemen is van „iets", maar van Iemand, van Jezus Christus (Joh. 1:12). Door het geloof wordt je ziel opengemaakt voor Hem. Dan komt Hij bij ons binnen en wordt één met ons en wij met Hem: „Ik in hen en Gij (Vader) in U" (Joh. 17:23). „Blijft in Mij gelijk Ik in u" (Joh. 15:4). Het is deze gemeenschap die de grote blijdschap is van ons leven. „In Hem verheugt gij u met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde" (1 Petr. 1:8). In Openb. 3:20 zegt Jezus dat Hij in ons komt en met ons de maaltijd gebruikt. Zo innig en zo vertrouwelijk is de gemeenschap met en in Hem door het levende geloof. Zo heeft de Heere het bedoeld, al zal de een dat minder diep en minder emotioneel ervaren dan de ander.
Maar vanuit deze persoonlijke eenheid met Christus ontmoeten we dan ook de andere gelovigen, die eveneens persoonlijk deze eenheid met Christus beleven. Je herkent dan elkaar in Hem. J e vindt elkaar in Hem.
Een waarachtige ontmoeting met een medemens komt niet tot stand, wanneer je elkaar alleen maar vindt in een leer omtrent Christus. Dan kun je het wel met elkaar eens zijn, maar dan ben je nog niet één met elkaar in Hem. Dan ervaar je Hem niet als het Hoofd, dat de Zijnen samenbindt tot één levend lichaam door Zijn Geest.
De Zelfopenbaring van Christus.
Wordt in de prediking daar wel voldoende nadruk op gelegd? Volstaat men vaak niet met een prediking van de leer? Is men in sommige kringen niet al te bang voor de bevinding? Is dat wel in overeenstemming met de Bijbel? Christus is Zichzelf komen brengen en niet een leer omtrent Hemzelf. Zeker in die Zelfopenbaring zit ook een leer omtrent Hem vervat, maar je mag die nooit losmaken van Zijn Zelfopenbaring.
Wij hebben altijd de neiging om alles zo ingewikkeld mogelijk te maken. Maar Jezus heeft juist gezegd dat Hij niet toegankelijk is voor de geleerden, die van alles een wetenschappelijk probleem maken, maar voor de kinderen, de eenvoudigen, die zichzelf helemaal niet belangrijk vinden en alleen maar op Hem vertrouwen, omdat ze met hun hart weten dat ze Hem nodig hebben als de Zaligmaker voor de zondaren.
Zeep
Tuan Ortiz schreef daarover heel treffend in zijn boekje „De discipel":
Stel dat we onze eigen kinderen vormen op de manier van de kerk. Dan zou ik tegen mijn gezin zeggen: „Kom het is weer tijdvoor een dienst. Vandaag gaan we spreken over het wassen van gezicht en oren. Ga nu maar zitten. Eerst gaan we een mooi lied zingen. Dat gaat zo: „Zeep is zo geweldig geweldig geweldig. En als het vermengd wordt met water, dan krijgen we allemaal schuim." Mooi hé? Vinden jullie dat nou geen mooi lied?
Nu ga ik een paar woorden zeggen. Zeep werd zon vier eeuwen voor Christus in China uitgevonden. Je kunt het in verschillende maten en kleuren en geuren krijgen. Het wordt gemaakt van verscheidene delfstoffen of plantaardige of dierlijke vetten; dat hangt af van de prijs. En als je het nat maakt met water en op je gezicht smeert, maakt het je heerlijk schoon.
Alleen - als je het in je ogen krijgt, prikt het. Maar stel dat het een keer gebeurt -het prikt niet zo lang en als je uitkijkt, hoeft het trouwens helemaal niet in je ogen te komen.
Dit is dus de manier om je gezicht en oren schoon te houden. Het orgel gaat nu zachtjes spelen en het koor zingt „Zoals ik ben" - Als één van jullie zich nu geroepen voelt z'n gezicht en oren te wassen, hoeft die alleen maar een hand op te steken."
Dat is niet de manier om levens te vormen. Zo heeft mijn moeder het in elk geval niet gedaan.
(p. 119-120)
Wat anderen zeiden over de zeep
Dat is een beetje overdreven en wat generaliserend. Maar van de andere kant zou ik het ook nog kunnen aanvullen:
Dikwijls wordt daarna nog uitgeweid over wat die en die gezegd heeft over zeep als schoonmaakmiddel (om in het beeld van Ortiz te blijven). Dan wordt aangehaald wat Calvijn, Luther, Comrie, A. Brakel, Spurgeon, Philpot, Kuyper enz. ervan gezegd hebben. En daarna volgt weer een rijtje van dwaalleraars: „Wat Kuitert, Wiersinga, Boelens hebben gezegd over de zeep is helemaal mis. Amen".
Nogmaals ook dat is overtrokken. Maar ik hoop dat daardoor duidelijk wordt dat wij door zulk een prediking de eenzaamheid, waarmee zovelen worstelen, niet opheffen. Dat gebeurt alleen, wanneer door de prediking een gemeenschap wordt opgebouwd in Christus en met elkaar in Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
