De openbaringstheologie van Kuyper
Als tweede openbaringstheoloog behandelt dr. Vroom in zijn boek: „De Schrift alleen?" Abraham Kuyper.
We hebben Kuyper" s „Encyclopedie der heilige godgeleerdheid", waarnaar Vroom vooral verwijst, daarom weer eens opgeslagen, met name deel II.
Wat mij daarbij opvalt, is het groot vertrouwen van Kuyper in het menselijke redeneervermogen. Hij schrijft: „Door het feit der zonde is namelijk de formele arbeid van het denken niet aangetast, en uit dien hoofde brengt de palingenesie (= wedergeboorte) in deze denkarbeid ook geen verandering teweeg. Er is niet tweeërlei, er is slechts één logica" (p. 106-107).
Van de ene kant laat Kuyper duidelijk zien dat de wedergeboorte zulk een diepe scheiding veroorzaakt dat er „tweeërlei wetenschap" uit te voorschijn komt, nl. de wetenschap, althans op levensbeschouwelijk terrein, zoals die beoefend wordt door de wedergeborenen, de gelovige mensen, en van de andere kant de wetenschap zoals die beoefend wordt door mensen die niet tot wedergeboorte en geloof zijn gekomen.
Van de andere kant spreekt hij uit dat door de wedergeboorte het denken zelf alleen maar een andere inhoud en een ander uitgangspunt heeft gekregen, maai als zodanig niet is veranderd.
Ook ons denken is aangetast
Uit het geheel van de beschouwingen van Kuyper hierover krijg ik toch de indruk dat hij veel te optimistisch denkt over het denkvermogen van de mens na de zondeval. Volgens mij heeft de zondeval ook ons denken als zodanig aangetast. We zijn daardoor veel minder in staat om logisch te denken.
Ik wil dat illustreren met een voorbeeld uit de psychologie. Je kunt iemand die een minderwaardigheidsgevoel heeft, nóg zozeer met logische argumenten bewerken om hem te bewijzen dat hij geen enkele reden heeft om zich minderwaardig te voelen, dat helpt maar heel weinig. Meestal geeft het slechts een voorbijgaande verlichting van de druk van het minderwaardigheidsgevoel. Dat minderwaardigheidsgevoel is zo sterk dat het het denken ombuigt in eigen richting, zodat de mens daardoor toch nog weer redenen vindt om zich minderwaardig te vinden, tegen alle objektieve logica in.
Maar zo is het ook met de macht van de zonde in ons. Die macht is zo groot dat ook ons logische denken daardoor is aangetast. Die zondemacht dwingt ons denken in een bepaalde richting, nl. haar eigen richting.
Vrij van de dwang, maar niet van de drang.
Door de wedergeboorte worden we wel bevrijd van de dwang, maar niet van de drang van die zondemacht. We zijn dan geen slaven meer, die willoos zijn overgeleverd aan de tyrannie van die zondemacht. Maar die zondemacht blijft nog in ons werkzaam en probeert ook ons logische denken te beïnvloeden en naar zich toe te buigen. Dat is het „vlees" in ons, dat zich opstelt tegenover de Geest. Dat is de strijd van Rom. 7, de „oude mens" in ons, die de „nieuwe mens" in ons blijft bevechten.
In de kracht van de Geest zetten we „dranghekken" op tegen dat opdringende „vlees", maar we zullen ook voortdurend de wacht bij die dranghekken moeten betrekken, anders worden ze opzij geschoven en gaat de zondemacht toch nog ons denken steeds meer overheersen.
Wees ootmoedig in je denken.
Ik meen dat veel theologen te weinig met die invloed van de zondemacht op ons logische denkvermogen rekening houden. Ook in die kringen, waar men de zondigheid van de mens, zijn totale bederf, sterk benadrukt, is men zich daar niet voldoende van bewust. Het is net alsof ook zij denken dat hun denkvermogen niet door de zonde is aangetast. Hoe is het anders te verklaren dat zij soms met zoveel hardnekkigheid vasthouden aan hun eigen opinietjes en zo hard andere oprechte christenen veroordelen die het niet met hun opvattngen eens kunnen zijn? Zulk een houding kun je alleen aannemen, wanneer je van mening bent dat de zondigheid je eigen denken niet heeft aangetast.
Immers, wanneer je overtuigd bent dat ook je redeneervermogen voortdurend onder de bewerking staat van de zondemacht in je, dan móét je wel ootmoediger worden. Dan ben je bereid om echt naar andere gelovigen te luisteren, wanneer je bemerkt dat zij even goed als jij de Schrift als onfeilbaar uitgangspunt en norm aanvaarden. Dan kun je niet meer de stramme houding aannemen: „Ik en degenen die denken als ik, hebben het bij het juiste einde, en al de anderen zijn er vierkant naast". Dan volg je de raad van Christus op: „Wie een oor heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt" (Openb. 2 en 3).
Genade nodig, ook voor ons denken.
Gedurende heel ons theologiseren moeten we in de afhankelijke houding staan: „Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont" (Rom. 7:18) en van: „Want de wet van de Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods" (Rom. 8:2).
Wij moeten altijd uit genade leven, ook in ons denken. De zondigheid doortrekt ons mens-zijn geheel en al. Voortdurend moeten wij ons stellen onder de bevrijdende werking van de Heilige Geest, die Hij in ons uitoefent door het Woord Gods.
Maar wanneer wij in deze ootmoedige houding staan van het „vreze en beven" (Fil. 2:12) vanwege de zondemacht in ons, mogen we tegelijk ook juichen in de alles omvattende macht van Christus, die door genade ons ten dienste komt te staan. Als we zo de vaste hand van Christus vasthouden, dan zal Hij Zijn belofte waar maken, dat niemand ons kan rukken uit Zijn hand. Hij zal dan ons denken voeren over het rechte pad van Gods Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
