LUTHERS ONTDEKKING
Een van de bijbelboeken, die in Luthers leven van groot belang zijn geweest, was de verzameling Psalmen. Hij heeft er veel troost in gevonden, maar ook veel strijd mee gehad. Een van de woorden, die hem een tijdlang bijzonder hebben geïrriteerd, was Ps. 31:2: Doe mij ontkomen door uw gerechtigheid. Met deze tekst wist Luther geen raad. Als hij aan Gods gerechtigheid dacht, zag hij zich staan voor de troon van de Rechter van hemel en aarde, die gereed was om hem te oordelen. In het licht van dat hemelse gericht kon hij niet staande blijven. Als God met hem in het gericht zou treden, hoe zou hij dan kunnen bestaan? Als hij de tekst had moeten schrijven, zou die hebben moeten luiden: Veroordeel mij door Uw gerechtigheid. Straf mij naar Uw gerechtigheid. Verdoem mij overeenkomstig Uw gerechtigheid. Want Gods recht eist van ons, dat we doen wat Hem behaaglijk is en wat komt daarvan terecht?
En nu las hij: doe mij ontkomen door Uw gerechtigheid. Red mij door Uw gerechtigheid. Maar dat kon toch niet? Spotte God niet met de zondaar, als Hij deed of een zondaar door Gods gerechtigheid kon worden gered en behouden? Maar toen opeens, ging het voor hem dagen. Hij las in de Schrift van Gods liefde. Dat was die liefde, die God ons uit genade schènkt! Gods barmhartigheid is die goedheid van God, die Hij ons schènkt! Gods genade is de weldaad, die Hij ons uit loutere goedheid schènkt! Wat was nu in dit licht Gods gerechtigheid? Niet die gerechtigheid, die Hij van ons eist (want daar brengen we niets van terecht), maar die gerechtigheid, die Hij ons schènkt. Een gerechtigheid in Christus, als goddelijk geschenk, als barmhartigheid, als onvoorstelbaar rijke genade.
In 1545 heeft Luther in zijn voorrede voor zijn Latijnse werken hierover juichend geschreven. Ik citeer daaruit:
„Ik had de rechtvaardige God, die de zondaren straft, niet lief, ja ik haatte Hem. Want ik voelde mij, ofschoon ik altijd als een onberispelijke monnik leefde, voor God als een zondaar met een volslagen rusteloos geweten en ik kon het vertrouwen niet opbrengen, dat Hij door mijn genoegdoening was verzoend. Zo was ik toornig op God, wel niet door Hem heimelijk te lasteren, maar toch wel minstens door geweldig te morren. Want ik zei: Het is niet nodig, dat de ellendige en voor eeuwig verloren zondaren ten gevolge van de erfzonde en allerlei onheil door de Wet der tien geboden neergedrukt worden, neen: God wil ook nog door het evangelie smart op smart hopen en ook door het evangelie ons Zijn gerechtigheid en Zijn toorn dreigend voor houden. Zo raasde ik met een woedend en verschrikt geweten, en dat zo lang, tot ik eindelijk, dank zij Gods erbarmen dagen en nachten nadenkend, opmerkzaam werd op de innerlijke samenhang der woorden, namelijk: De gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard, zoals geschreven is: De rechtvaardige leeft uit het geloof. Toen begon ik de gerechtigheid Gods te verstaan als de gerechtigheid, waarin de rechtvaardige door Gods geschenk leeft, en wel uit het geloof. Ik had het gevoel, alsof ik wedergeboren was en door geopende poorten het paradijs was binnengegaan.
Direct zag de Schrift me er geheel anders uit. Ik verzamelde ook andere uitdrukkingen, als bijv.: werk Gods is het werk, dat God in ons schept. Kracht Gods is kracht, waardoor Hij ons krachtig maakt. Wijsheid Gods: waardoor Hij ons wijs maakt. En zo: sterkte, heil en eer van God. Zo groot als voordien mijn haat was, waarmee ik het woord „gerechtigheid Gods" gehaat had, zo groot was nu de liefde, waarmee ik die als allerzoetst roemde. Zo is deze plaats bij Paulus (Rom. 1:17) voor mij tot een poort van het paradijs geworden. Later las ik Augustinus: „Van de geest en de letter", waar ik tegen mijn verwachting in las, dat ook hij gerechtigheid Gods op gelijke wijze uitlegt, nl. als die gerechtigheid, waarmee God ons bekleedt, doordat Hij ons rechtvaardigt."
Maakt die ontdekking van Luther de kerk van Christus nog even blij? Is ze ook voor ons nog de poort van het paradjs?
(Herv. Weekblad)
REACTIES SPAANSE EDITIE
Ik heb verschillende exemplaren gelezen van uw blad, dat u aan een broeder van onze gemeente stuurt. Ik heb er geestelijk heel veel aan gehad. Daarom zou ik u willen vragen of ik voortaan ook zelf een exemplaar mag ontvangen.
Ik ben nog jong, 19 jaar. Ik mag groeien in de kennis van de rijkdommen Gods zoals die te vinden zijn in Zijn heilig Woord. Mijn studierichting is economie, maar de Heere gebruikt mij om Zijn getuige te zijn tegenover anderen, die Hem nog niet kennen.
Estanzuele (Guatemala)
Allereerst nog eens hartelijk dank voor de exemplaren die u mij zendt. Ik wilde u echter tevens verzekeren dat ik veel zorg draag voor die meerdere exemplaren. Ik geef ze alleen aan hen die er gebruik van maken en ik dring er bij hen op aan om hun exemplaar weer aan anderen door te geven. In onze gemeente zijn er onderwijzers(essen) die les geven op de openbare school en die daarbij ook godsdienstlessen mogen geven. Ook zij hebben veel nut van uw blad en gebruiken het regelmatig.
Helaas kan ik uw blad niet financieel steunen. Het enige dat ik kan doen, is uw arbeid gedenken in mijn gebeden, opdat de Heere hen die daar wél toe in staat zijn, in het hart geve om de uitgave van de Spaanse editie blijvend mogelijk te maken.
Chillan (Chili)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
