BEVINDING
In „De Wekker" bespreekt prof. Oosterhoff een boek van dr. T. Brienen over de bevinding. Naar aanleiding daarvan geeft Oosterhoff zijn eigen visie op wat bevinding is, waaruit wij citeren:
Deze persoonlijke doorleving en ervaring behoren wezenlijk tot een levend geloof. Een dood geloof blijft dood, ongevoelig koud en beredenerend. Er gaat niets van uit. Maar een levend geloof 'leeft, jubelt in de trouw des Heren. Daaraan wordt het geloof gekend. Het geloof heeft zo zijn kenmerken. En nu mogen de kenmerken nooit een grond zijn voor het geloof. Ook nooit de grond om daar de geloofszekerheid op te bouwen. Maar men kan er wel de echtheid van het geloof aan kennen. In zoverre kan men zeggen, dat bevinding de innerlijke bevestiging is van het persoonlijk geloof in Christus.
Graag wil ik over dit belangrijke onderwerp ook iets zeggen. Allereerst voor r.-k. lezers:
Bevinding bij rooms-katholieken
De term „bevinding" is in r.-k. kringen volkomen onbekend. In het 1060 bladzijden tellende boek van Ad. Tanquerey: „Kort begrip der ascetische en mystieke theologie" komt het in het zaakregister niet voor. Zelf heb ik in het klooster die term ook nooit horen noemen.
In dat boek van Tanquerey komen echter wel enkele begrippen voor, die dienen kunnen om aan rooms-katholieken een beetje duidelijk te maken wat met „bevinding" bedoeld wordt. Hij schrijft: „Het gebed dat gewoonlijk voor de beginnenden het beste is, is de verstandelijke overweging: daardoor alleen kunnen zij zich geheel doordringen van wat zij weten en doen moeten. Nochtans zijn er gevoelige zielen die bijna van den beginne af zich veel overgeven aan godvruchtige aandoeningen. Ook zij die niet zo gevoelig zijn, moeten nochtans weten dat het beste deel van het gebed bestaat in de akten van de wil" (p. 444). (Ik vermoed dat veel protestantse lezers omgekeerd niet veel van dit roomse taalgebruik verstaan).
Daarentegenover stelt Tanquerey dan het gevoelsgebed: „Het gevoelsgebed is, gelijk het woord reeds aanduidt, dat gebed waarin de godvruchtige gevoelens en aandoeningen overheersen, dat wil zeggen de verschillende wilsakten, waardoor wij uitdrukking geven aan onze liefde tot God en aan het verlangen Hem te verheerlijken. In dit gebed heeft het hart groter aandeel dan het verstand" (p. 634).
Maar het doel van het geestelijke leven is volgens de r.-k. leer „de innige, bestendige vereniging met God door Jezus Christus; uit alle krachten leven voor God in Christus Jezus, onze Heer, zodat de inwendige gevoelens van Zijn Zoon ten innigste ons hart doordringen en iedereen zal kunnen zeggen wat Paulus :n volle overtuiging van zichzelf zei: „Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij" (Gal. 2:20) (p. 822)
Bij protestanten
De protestantse term „bevinding" geeft aan de innerlijke ervaring van de genadeeenheid met God in Christus.
Ik geef dus de voorkeur aan het woord „innerlijke" ervaring. Wanneer ik zou zeggen: „gevoelservaring", dan zou dat bij rooms-katholieken een andere associatie oproepen. Dan denken ze aan mensen die „smelten van devotie". Het woord innerlijke ervaring geeft aan dat hier allereerst om een geestelijke ervaring gaat, die echter ook zijn echo kan hebben in het gevoelsleven.
Zelfwerkzaamheid
En tóch, wanneer ik dat boek van Tanquerey weer eens doorblader, dan komt mij daaruit een heel andere geest, een heel andere levensinstelling, tegen. En ik meen te moeten konkluderen dat niet alleen de term , maar ook het begrip en de daaraan beantwoordende werkelijkheid niet, of althans slechts in zeer gewijzigde vorm, bij rooms-katholieken voorkomt.
Wat mij bij Tanguerey weer sterk opviel, was de menselijke zelfwerkzaamheid. Voortdurend wordt gewezen op de noodzaak deugden te beoefenen en worden allerlei methoden ontvouwd, hoe je daarin kunt groeien. Alles wordt tot het uiterste uit elkaar gerafeld.
Waarom anders ook een boek van zulk een grote omvang?
De bevinding komt over ons
De bevinding zoals die verstaan wordt door de christenen van de Reformatie, is juist geen zelfwerkzaamheid. Ze komt over je van buiten af nl. van de Heilige Geest, die deze bevinding in ons bewerkt door het Woord Gods.
De bevinding is een bevinden dat het waar is wat in de Bijbel staat. Je konstateert met diepe vreugde en dankbaarheid dat God inderdaad Zijn beloften vervult. Zo zegt Jezus: „Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid of belast zijt en Ik zal u rust geven" (Mat. 11:28). En door de bevinding merk je datjezus ook doet wat Hij belooft. Je bemerkt dat er een grote rust over je komt, wanneer je in eenvoudig geloof naar Hem toegaat. Je ervaart dat de last van je zonden door Hem wordt weggenomen. De moeizame zelfwerkzaamheid verdwijnt. Je weet je nu opgenomen in Hem, in Zijn üefde en Zijn vrede.
Geloven en zien
Nu rijst hier een vraag: Moet ik nu op grond van die bevinding datjezus waarheid heeft gesproken, zeker zijn dat mijn geloof echt is; of moet ik geloven puur op grond van Zijn Woord, desnoods zonder de ervaring?
We moeten eerst vaststellen dat een geloof dat enkel op ervaring berust, in wezen geen geloof meer is. Geloof is juist aanvaarden wat je nog niet ziet, is vertrouwen op iets wat je wel beloofd is, maar je nog niet gekregen hebt. „Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet" (Hebr. 11:1).
Ik meen dat het antwoord op deze vraag luidt: Het geloof is een zien van Christus, doordat de Heilige Geest mij Christus toont door het Woord. Dit zien van het geloof is reeds een ervaring, een bevinding op zichzelf. Daaruit kunnen andere bevindingen voortvloeien zoals een gevoel van rust, van vrede en verzoening, maar dat hoeft per se niet. Het geloof kan ook écht zijn zonder die gevoelens.
Wat je gelooft, raakt je heel diep.
Van de andere kant kan het echte geloof ook niet helemaal zonder gevoelens zijn. De aard van het echte geloof brengt met zich mee dat het ons raakt in alle lagen van ons mens-zijn, dus ook in ons gevoel.
Door het geloof zien wij de heiligheid van God en onze eigen schuld en verlorenheid, en van de andere kant zien we door het geloof Jezus Christus, die onze schuld op zich heeft genomen door een verschrikkelijk lijden en sterven. Wanneer je dat echt gezien hebt, kun je niet onbewogen blijven. Iemand die voor duizenden guldens is aangeslagen voor de belasting en niet lang daarna te horen krijgt dat die aanslag een vergissing was, springt ook een gat in de lucht. Hoe kan iemand het dan als een doodgewone mededeling aannemen dat hij door de barmhartige liefde van God in Christus vrijgesproken is van een eeuwige schuld die hijzelf nooit zou kunnen aflossen?
Geloven is zichzelf verliezen in Christus.
Nog een voorbeeld. Wanneer Christus zegt: „Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven" (Joh. 6:47), dan moet je dat niet zien als twee aparte gegevens: „Mij" en „eeuwig leven". Dat eeuwig leven is met Hemzelf gegeven. Wie werkelijk zich in gelovig vertrouwen aan Christus overgeeft, ziet Hem als de eeuwig Levende, heeft daardoor gemeenschap met deze eeuwig Levende, wordt innig met Hem verbonden door het geloof en Zijn eeuwige leven vloeit dan als een levensnoodzakelijkheid over in hem, die in Christus gelooft.
Een geloof in Christus zónder enige bevinding, is dus geen echt geloof in Hem. Dat komt, omdat het bijbelse geloof tegelijk de vertrouwvolle overgave van jezelf aan Christus betekent. Door dat geloof leg je al je verwachtingen voor dit en voor het komende leven in Zijn handen. En dat vertrouwen is niet in de eerste plaats een daad van jou, maar een onontwijkbare reaktie op het zien van Hem.
Het heeft iets weg van de verliefdheid. Dat is een zich verliezen in de ander. Zo verliest een zondig mens zichzelf in Christus als zijn Zaligmaker. Het is een zichzelf verliezen aan en in Hem door het vertrouwen en de dankbare vreugde en vooral de daaruit opbloeiende liefde.
De Bijbel zelf gebruikt overigens het beeld van de liefde van man en vrouw in het huwelijk om de liefdesovergave van Christus aan Zijn gemeente en van de gemeente aan Christus weer te geven.
Word als een kind!
Steeds meer krijg ik de indruk dat wij hier in het westen, vooral ook in Nederland, veel te weinig de vermaning van de Heere ter harte nemen: „Indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan" (Mat. 18:3).
Wij zitten gewichtig met elkaar te diskussiëren over objektief-subjektief, voorwerpelijk-onderwerpelijk enz. Zouden we dergelijke vraagstellingen niet te boven komen, wanneer we met een kinderlijk hart naar de Bijbel zouden luisteren? In de Bijbel spreekt immers de Heere ons direkt aan, zonder allerlei theologische onderscheidingen, en roept ons tot Zich, roept ons toe dat wij grondig veranderen moeten, dat we onze schuld moeten erkennen en alleen moeten vertrouwen op het verzoenende sterven van Zijn Zoon.
Dat is toch duidelijke taal. Waarom moet daar zoveel om heen worden gefilosofeerd? Je kunt toch weten of je geloof alleen maar verstandelijk is zoals dat bij de duivelen het geval is, waarom zij dan ook sidderen (Jak. 2:19). Je kunt toch weten of je de Heere liefhebt en alleen op Christus bouwt? Je kunt toch weten of je geloof voortkomt uit het Woord Gods of dat het alleen maar een zaak is van gewoonte of een produkt van menselijke redenering. Waarom het dan allemaal zo ingewikkeld maken? Word als een kind!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
