U ZIT TE HOOG
„U staat te hoog. U moet radikaal breken met uw middeleeuwse filosofie. U bent zeer veel trappen te hoog en niet ootmoedig door u zo op t'e stellen tegenover Hem, die u alleen, maar dan ook alléén, kent en kennen kunt door de éne Middelaar."
Daarna volgen citaten uit de Ned. Geloofsbelijdenis en uit Calvijn, waaruit moet blijken dat ik verkeerd heb gehandeld.
KOMMENTAAR:
Het is goed dat wij elkaar broederlijk vermanen en wijzen op de gevaren van de hoogmoed, vooral ook van de geestelijke hoogmoed, want die zal een verzoeking voor ons blijven tot het einde toe. Ik waardeer het dat deze broeder dat zo onomwonden doet. Ik meen dat dit méér moest gebeuren. Wij ontzien elkaar vaak te veel.
Natuurlijk moeten we elkaar niet willen verwonden. Dan komt een vermaning niet voort uit liefde, maar uit bitterheid. Helaas gebeurt ook dat maar al te veel. Dan is het geen broederlijke vermaning meer, maar een poging om de ander zo pijnlijk mogelijk te treffen.
Maar dat neemt niet weg dat we toch ook niet elkaar maar sparen moeten en zwijgen, wanneer we eigenlijk spreken moeten. Ook dat is geen echte liefde.
Alleen maar bidden in Bijbelteksten?
Maar nu dan een antwoord op de bezwaren van deze broeder. Ik vraag me toch telkens af of hier het reformatorische beginsel van het Sola Scriptura niet te ver wordt gedreven. Zouden we dan niet konsekwent moeten zijn en tot God alleen maar bidden in Bijbelteksten? Ik meen dat de Bijbel voor ons bidden de norm is, maar niet de voorgeschreven formulering. Mogen we werkelijk niet op onze eigen wijze en spontaan onszelf uitspreken voor God? Ik kan dit niet aannemen, want dan zou ik mij niet een kind van God voelen, maar een ambtenaar, die alleen maar in kanselarijtaal spreekt, een notaris die zijn woorden altijd moet wikken en wegen, omdat het juridisch allemaal precies moet kloppen.
En wanneer wij inderdaad ons hart mogen laten spreken, dan zal daar een eigen taal uit tevoorschijn komen, een taal waarin ons verleden meespreekt. Dan zal dus ook in mijn artikelen iets van mijn r.-k. verleden doorklinken. Maar is dat nu zo verschrikkelijk? Mag ik mij dan alleen maar bedienen van de geijkte protestantse taal? Waar staat dat in de Bijbel? Bovendien, wanneer een vrijgemaakte bidt, dan gebruikt ook hij een andere taal dan een lid van de Gereformeerde Gemeente die bidt. Moet dat dan allemaal uniform gemaakt worden?
Calvino locuto, causa finita?
En wat het beroep op Calvijn betreft, ook ik acht Calvijn zeer hoog en lees graag zijn geschriften. Maar we moeten er ook voor waken dat we van Calvijn niet een soort onfeilbare paus maken, zodat een beroep op hem alle verder beroep op de Bijbel overbodig en zelfs ongeoorloofd zou maken. U kent wellicht de r.-k. uitspraak: „Roma locuta, causa finata" (Als Rome gesproken heeft, dan is de zaak afgedaan). Dat zou dan voor het protestantisme moeten luiden: „Calvino locuto, causa finata".
Of om nog een ander voorbeeld te geven: Lange tijd gold bij Rome Thomas van Aquine als een bijna absoluut gezag. Sommige roomse theologen die het daarmee niet eens konden zijn, zeiden over die Thomas-verering: „Vae mihi, si non Thomistavero!" (Wee mij, als ik niet onvoorwaardelijk Thomas volg). Zo lijkt het er ook op dat sommige protestanten het erop houden: „Vae mihi, si non Calvinistavero!" (Wee mij, als ik niet onvoorwaardelijk Calvijn volg).
Gemeenschap der gebeden.
Misschien zal iemand vragen: Wat is dan de bedoeling van uw publikatie van persoonlijke gebeden?
Dan zou ik daarop willen antwoorden: het publiceren van persoonlijke gebeden vinden we bij veel schrijvers over het geestelijke leven terug, zelfs bij … Calvijn. En de Schrift zelf gaat ons daarin voor. Paulus kan na een diepzinnige uiteenzetting ineens overgaan in een aanbidding en lofprijzing van God. Denkt u maar aan Rom. 11: 33-36 en 1 Tim. 1:17.
Ik meen dat de eigenlijke reden, waarom het zin heeft om persoonlijke gebeden te publiceren, gelegen is in het feit dat de echte gelovigen samen een tempel van de Heilige Geest zijn. Die Geest wil ons dus brengen tot verheerlijking van Christus en in Hem van de Vader. Die Geest wil ons brengen niet slechts tot een persoonlijk gebed, maar ook tot een gezamenlijk gebed. Maar zulk een gezamenlijk bidden moet toch ook weer voortkomen uit de harten van de afzonderlijke gelovigen. Anders zou het alleen maar een opzeggen en eventueel opdreunen zijn van formulegebeden zoals dat meestal gebeurd in de r.-k. liturgie.
Vanzelfsprekend mogen we onze persoonlijke gebeden niet tot norm stellen voor anderen. De norm blijft de Schrift alleen. Ik heb dat vaak genoeg herhaald. Maar desondanks kan het goed zijn dat er een gemeenschap der gebeden is, ook al is ieder gebed heel persoonlijk.
Niets bijzonders.
Ik vraag mij toch af of men in dat gebed niet méér heeft gelezen dan bedoeld was. Ik heb nooit zoals Paulus „onuitsprekelijke woorden gehoord, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken" (2 Kor. 12:4). Nooit heb ik een stem gehoord zoals dat met Johannes is gebeurd, die tegen mij zei: Schrijf dat niet op (Openb. 10:4).
Mijn gebed was alleen een van de vele uitingen van Gods kinderen, die zichzelf uitspreken voor hun hemelse Vader, meer niet.
SPRAKELOZE, STILLE VERBAZING
Ook ik heb uw gesprek met God, mijn Vader, grotendeels gelezen en ik heb eveneens een weerzin in mij daar tegen voelen opkomen vanwege de sterke ikvorm. Zeker, een mens kan in een sprakeloze, stille verbazing bij het doorleven van de goddelijke liefde en genade zijn tranen en gelukzaligheid de vrije loop geven: „O God, wees mij, zondaar, genadig". Er is een tijd om te wenen en een tijd om te juichen of anders zouden de stenen spreken. Hoewel, waar vind ik een oor en een hart dat luisteren wil?
ANTWOORD:
Het lijkt mij dan maar beter dat ik zulke sterk persoonlijk-gekleurde gebeden niet meer in IRS publiceer. Misschien kan dat wél in een boek. Daar kunnen zulke gebeden geplaatst worden tegen de achtergrond van de heerlijkheid Gods, die wij door het geloof aanschouwen mogen. Maar blijkbaar horen zulke gebeden niet thuis in een tijdschrift te midden van andere meer nuchtere artikelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
