In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

OVERDENKINGEN OVER….. PERU

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVERDENKINGEN OVER….. PERU

8 minuten leestijd

Een stukje Peruaanse geschiedenis

In 1573 werd op last van de Inquisitie de eerste protestant ter dood gebracht op de brandstapel nl. de lutheraan Mateo Saldo. Zijn naam staat te lezen op zijn grafzerk in Lima. In 1822, toen de eerste grondwet van Peru werd aangenomen, nadat de Spanjaarden verdreven waren, werd daarin helaas een bepaling opgenomen dat in het land geen andere godsdienst zou worden geduld dan de rooms-katholieke. Wat is er intussen veel veranderd in Peru. In 1868 werd de trouwe evangelist Francisco Penzotti vervolgd en in de gevangenis opgesloten, omdat hij de „misdaad" had begaan van het verspreiden van de Bijbel langs de kust en in de bergen van ons land. Maar het Woord Gods is niet gebonden. Dat laat zich niet in boeien slaan. En zo zien we dat op 8 november 1978 de parlementsleden van Peru een Bijbel in ontvangst hebben genomen van het protestantse Bijbelgenootschap.

Ja, het heeft zin dat de protestantse christenen van Peru jaarlijks herdenken dat op 11 nov. 1915 dat discriminerende artikel uit de grondwet werd geschrapt, waarin het rooms-katholicisme als de enige geoorloofde godsdienst in Peru werd erkend.

Maar van veel groter belang is het dat wij ons bezinnen op onze roeping nü. En daarom stellen we de vraag:

Wat voor soort kerk heeft Peru nodig?

Een kerk die haar geloof volstrekt ernstig neemt, een kerk die leeft en werkt vanuit een diep-doordachte geloofsovertuiging.

Een kerk die de verlossende en eeuwige inhoud van het Evangelie uitdrukt in een vorm, die verstaan kan worden door het eigen Peruaanse volk. Dat wil dus zeggen: een zelfstandige, inheemse kerk die wél de christelijke tradities en de rijkdommen van de Reformatie zoals die doorleefd zijn door christenen van andere landen in zich opneemt, maar die van de andere kant de onvergankelijke waarden van het Evangelie zoals die ons ook tegenstralen uit de eigen christelijke tradities van andere landen, op Peruaanse wijze gestalte weet te geven, zodat zij hervormend kunnen inwerken op onze eigen kuituur en gewoontes. Een kerk die dus niet afhankelijk is van kerken in andere landen, maar die wél zoveel mogelijk broederbanden met die andere landen probeert te onderhouden. Een kerk die ook niet aan de leiband loopt van de staat, maar van de andere kant toch vanuit haar eigen geloofsovertuiging de regeringen wil aanspreken.

Een kerk die zichzelf financieel bedruipt en niet de hand ophoudt naar het buitenland, want het moet een vreugde voor de gelovigen zijn en een eer om in de noden van de eigen gemeente te voorzien. Zo ook blijkt dat de leden werkelijk meeleven en mee-offeren en dus geen uitsluitend papieren christenen zijn. Zulk een gemeente zal ook zeker kracht uitstralen naar buiten en zich bewust zijn van haar roeping tot zending en evangelisatie.

We gaan nog een tweede vraag stellen:

Is Peru een christelijke natie?

Op grond van onze voorbije geschiedenis, op grond van de huidige verscheurde toestand van ons land, moeten we eerlijk en duidelijk zeggen: Nee, Peru is niet christelijk, maar er wonen christenen in Peru.

Ik meen zelfs verder te moeten gaan: In werkelijkheid bestaan er geen christelijke naties en hebben die ook nooit bestaan. Wie wél bestaan en hebben bestaan, dat zijn de christenen in die naties, die het openbare leven in meerdere of mindere mate beïnvloed hebben in die landen. En zo zullen we ook moeten zeggen: Nee, Peru is niet christelijk, maar dank zij God leven er christenen in Peru.

Maar dan dringt zich vanzelf nu deze vraag aan ons op:

Wat is een christen?

Sta mij toe het volgende te poneren:

„Een christen is een mens die een werkelijke en verlossende ontmoeting heeft gehad met de gekruisigde en opgestane Christus, een ontmoeting die tot gevolg heeft gehad dat zijn leven in alle lagen werd omgevormd".

Uit deze stelling volgen enkele belangrijke konklusies. In de eerste plaats dat christen-zijn niet een zaak is van historische verbondenheid. Het is dus volstrekt onjuist om te zeggen: Wij stammen af van het christelijke Spanje, dus zijn we christenen.

Het christen-zijn is dus niet een kwestie van een bepaalde kuituur, waartoe je behoort. J e kunt dus niet zeggen dat de Peruanen christenen zijn, omdat ons land ligt in het „christelijke westen".

Evenmin is het christen-zijn gegeven met het feit dat je ouders christenen zijn. Christelijke ouders brengen geen christelijke kinderen voort. De God van de Bijbel heeft kinderen, maar geen kleinkinderen.

Ook wordt je geen christen enkel omdat je bepaalde christelijke ceremonies hebt ondergaan of daaraan hebt deelgenomen. J e kunt dus niet zeggen dat je een christen bent: omdat je gedoopt bent; omdat je de eerste communie hebt gedaan, toen je acht jaar oud was; omdat je in de kerk getrouwd bent. J e kunt dus ook beslist niet zeggen: „Ik ga zeker naar de hemel, want ik heb nu al geregeld dat ik een kerkelijke begrafenis krijg".Nee, volgens het Nieuwe Testament ben je een christen, niet op grond van overerving, maar op grond van iets dat zich aan je voltrekt (no es una herencia, pero una experiencia).

We gaan dat nu wat nader uitwerken.

Een reële ontmoeting met Christus

Een christen is alleen hij die een werkelijke ontmoeting heeft gehad met Christus. Daardoor is hij tot het inzicht gekomen dat het eigenlijke en fundamentele probleem van zijn leven PERSOONLIJK IS EN NIET SOCIAAL, INNERLIJK EN NIET UITERLIJK, ETISCH EN GEESTELIJK, EN NIET ECONOMISCH OF POLITIEK.

Jezus heeft dat Zelf heel duidelijk gezegd in Markus 7: 14-23. Daar maakt Hij de vergelijking met het voedsel dat door de mond in de maag terecht komt. Dat voedsel maakt de mens niet onrein. Maar wat uit het hart van de mens voortkomt en via de mond hem verlaat nl. de woorden van de mens, dat maakt een mens wél onrein. „Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontucht, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Al deze boze dingen komen voort van binnen en verontreinigen de mens".

Iemand die een werkelijke ontmoeting met Christus krijgt, wordt zich dan bewust van zijn ware geestelijke toestand. Hij bemerkt en erkent dat hij een zondig mens is. Hij komt eveneens tot het inzicht dat het gehele mensdom verloren is in zonde en schuld en dat wij dus allen verlost moeten worden. Hij ziet en erkent tevens dat wij onszelf niet kunnen verlossen. Hij weet en erkent dat hij de houding die hij tot dan toe had aangenomen tegenover God, tegenover zijn medemensen en tegenover zichzelf radikaal moet veranderen. Wij moeten berouw krijgen over ons zondige verleden.

Deze weg van de verlossing hebben ALLEN te bewandelen. Niet alleen de burgers, maar ook de militairen; niet alleen de protestanten, maar ook de roomskatholieken. Niet alleen zij die er maar wat op los leven, maar ook zij die menen dat ze deugdzame en brave mensen zijn; niet alleen de atheïsten, maar ook zij die beweren dat ze godsdienstig zijn.

Lees maar eens, wat Johannes de Doper daarvan zei in Lukas 3 : 7-14. Hij roept daar iedereen op tot bekering, ook de kerkleiders van die tijd.

En op de vraag van de toegestroomde menigte: „Wat moeten wij dan doen?", antwoordt Johannes: „Die twee rokken heeft, dele hem mede die er geen heeft; en die spijze heeft, doe desgelijks". Het is zonder meer duidelijk dat hij zich daarin met een ernstige vermaning richt tot de rijken, tot hen die een onverzadigbare begeerte naar bezit hebben en die daarom toelaten dat hun medemensen in nood verkeren, ja erger, die die nood van de medemensen gebruiken om daardoor zelf nog meer rijkdommen op te stapelen. Ze willen van hun overvloed niets afstaan voor de armen, maar bovendien verhogen ze de prijzen om de behoeftigen nog meer het vel over de oren te stropen. Als zij zich niet bekeren van deze boze levenshouding, zullen ze vallen onder het oordeel Gods en hun straf niet ontgaan. „En er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en zij zeiden tot hem: Meester, wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Eist niet meer dan hetgeen u gezet is".

Hier richt Johannes zich tot de ambtenaren van zijn tijd, die, zoals dat ook nu het geval is, zich laten betalen voor het verleggen van papier, die uit zijn op beloningen en steekpenningen. (Pedro Arana heeft hier de situatie in Latijns Amerika op het oog, waar de ambtenaren je niet helpen, als je hen niet wat geld onder de tafel toestopt. HJH).

Een ontmoeting met de Zaligmaker

Weet u wat de grote dwaling is van onze tijd? Dat men een God verkondigt zonder toorn, een mens zonder zonde en een Christus zonder kruis. Het lijkt wel of de overgrote massa niet meer weet wie de Vader van Jezus Christus werkelijk is. Maar de echte christen heeft een ontmoeting gehad met de Christus der Schriften, de Christus die aan het kruis stierf voor de genoegdoening van onze schuld, die opgewekt werd uit de doden om ons het eeuwige leven te schenken. Wij kunnen tot deze Christus naderen en Hem ontmoeten in de kracht van het woord van Zijn uitnodiging om van het vrome gevoel over te gaan naar het geloof, van de godsdienst naar het Evangelie, van de persoonlijke en gezamenlijke huichelarij naar de waarachtige dienst aan Gods Koninkrijk, dragend het kruis achter Hem aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

OVERDENKINGEN OVER….. PERU

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's