LEZERS OVER DE INHOUD VAN ONS BLAD
Blijf toch eenvoudig.
Met bezorgdheid en verontrusting hebben wij uw artikel gelezen. Al heel wat jaren lezen wij IRS met belangstelling en tevredenheid en met veel genoegen geven wij uw blad door aan rooms-katholieken, die op hun beurt dit blad ook weer doorgeven.
Wij weten dat het met intense belangstelling gelezen wordt, want vaak heb ik navraag gedaan en over de inhoud gepraat. Juist het eigene, het eenvoudige, het aansprekende is het wat hen dit blad doet lezen.
Er zijn zoveel bladen en blaadjes, maar het is vaak zo zwaar en moeilijk. Uw blad spreekt aan, omdat je daarin niet van die ingewikkelde zinnen en vreemde termen tegenkomt.
Wij mogen reeds vijf jaar onder rooms-katholieken werken en dan valt ons iedere keer weer op de ontstellende onkunde en onwetendheid van velen onder hen. Dan moeten de artikelen voor hen eenvoudig zijn.
Ook met anderen die evangeliserend werken, heb ik hierover gesproken en ook zij hadden uw artikel over een wijziging van de inhoud met verontrusting gelezen. Meermalen is mij, juist door mensen uit de reformatorische hoek, gezegd: IRS is een blad dat je werkelijk helemaal leest.
Tilburg
Ik abonneer me opnieuw.
Anderhalve week geleden heb ik een briefkaart op de bus gedaan, waarin ik u verzocht om mijn abonnement op IRS te stoppen. Ik kreeg nl. sterk de indruk dat de (voor mij) geloofsopbouwende artikelen steeds minder werden in aantal en omvang. Ze werden vervangen door „lichtere artikelen", die op zichzelf wel interessant zijn, maar op mij meer de indruk van „clubnieuws" maakten. De mens en zijn aktiviteiten nam steeds meer de centrale plaats in. Dat bedroefde mij en was de reden van mijn opzeggen.
Maar 30 december ontving ik uw januarinummer met daarin, als ik goed lees, het voornemen om naast de mens (en de lichtere artikelen) toch ook de Heere centraal te stellen (in „zwaardere" artikelen). Met name de artikelen „Nieuw-Testamentische Profetie" en „Kenmerken van de ware profetie" zijn vast voedsel voor me.
In het vertrouwen dat deze balans tussen „lichtere artikelen" en vast voedsel blijft, verzoek ik u mijn opzegging ongedaan te maken.
Leeuwarden H. K.Zijlstra
Doe boete en herroep.
Ik las uw ontboezeming van wat u noemt: „Gesprek met God … mijn Vader". Onder het lezen van dit zeer persoonlijke „intieme gesprek met God" was er iets dat mij tegenstond en dat bij mij als onbijbels overkwam. Waarom die publikatie? U hebt uzelf de vrijmoedigheid gegeven; uit ingenomenheid met uzelf? Van de Bijbelheiligen lees ik dat ze geringe gedachten van zichzelf hadden, maar zeer hoge gedachten van Christus. De rechtvaardige Job had ook een gesprek met God, hetwelk wel even anders ligt dan in uw geval. Job was oprecht en vroom en wijkende van het kwaad. Maar na zijn gesprek met God betuigt Job: „Met het gehoor heb ik van U gehoord, maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij en heb berouw in stof en as". Job bedoelde Gods eer. Moge dat ook uw bedoeling zijn geweest.
L. Ph. v. W.
KOMMENTAAR:
1. Moge het onze bedoeling zijn steeds enkel en alleen Gods eer te zoeken! Die bede zal altijd weer uit het hart van een gelovige moeten opkomen. Altijd weer bedreigt ons de geldingsdrang, de ingenomenheid met jezelf. Maar … als we zouden moeten wachten, totdat we op dit gebied geen enkele aanvechting meer hebben, dan blijven we nergens meer. Dan mag geen enkele predikant meer het Woord Gods verkondigen, want ook hem laat het niet onverschillig of de mensen zeggen: „Het leek nergens op. Ik was blij dat hij eindelijk amen zei" of dat ze hem toefluisteren: „Het was geweldig! Ik heb er erg veel aan gehad". Ik geloof dat dit het beslissende is: Willen we onze eer zoeken, ja of nee? Maar wanneer wij zeker weten dat we verdriet hebben van elk eerbejag in ons en met ons geestelijke bewustzijn waarachtig Gods eer zoeken, dan mogen we door het geloof de vertroosting kennen: „Mijn genade is u genoeg". (Zie IRS febr. p. 2-3).
2. Job deed geen boete, omdat hij zich tot God had gericht, maar omdat hij tegen God opstandig was geweest. „En de Heere antwoordde Job en zeide: Is het twisten met de Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, antwoorde daarop. Toen antwoordde Job …" Qob 39: 34-38).
Hoe kan men toch van mij vragen dat ik boete doe en herroep in stof en as, omdat ik toegegeven heb aan de drang die in mij leeft om de God die alle gelovigen liefhebben, openlijk te danken om de genade, bewezen aan mij én aan elke zondaar die tot bekering is gekomen? Moeten we de drang om God te loven dan maar met geweld onderdrukken? Ik lees over de heidenen dat die de waarheid (bedoeld is de levende waarheid, God Zelf die in hen spreekt) ten onder houden (Rom. 1:18). Maar wij, christenen, althans indien wij kinderen van God zijn, zijn toch in Christus vrij geworden. We hoeven ons niet meer te schamen over onze diepe liefde tot God. We hoeven de neiging om Hem groot te maken met onze eigen woorden, niet meer te verdringen. We vormen een gemeenschap der geheiligden in Christus.
3. Ik zal geen brieven aan mijn vrouw publiceren, die ik haar schrijf, wanneer ik op reis ben. Daar heeft niemand iets mee te maken, want zij is alleen mijn vrouw en niet tevens de vrouw van anderen. Maar God is de Vader van allen die door bekering en geloof in Christus Zijn kinderen zijn geworden. Waarom is het dan zo vreemd dat iemand van die vele kinderen Gods, zijn dankbare vreugde, zijn liefde, zijn aanhankelijkheid, zijn vertrouwen jegens die God en Vader uitspreekt? Dat begrijp ik werkelijk niet.
4. Onze Heidelbergse Katechismus is ook zeer persoonlijk en is geheel geschreven in de ik-stijl. Is dat dan ook niet verkeerd? En als dit oude troostboek ons leert om heel persoonlijk te belijden: „Mijn enige troost in leven en sterven is…", zouden we dat dan alleen maar mogen doen met die woorden, die de opstellers daarvan eeuwen geleden gebruikt hebben? Is dat niet in strijd met de eigen aard van het levende geloof? Het waarachtige leven is toch immers spontaan; het is nooit een louter woordelijke herhaling van wat anderen gezegd hebben. Dan worden we papegaaien, die alleen maar anderen naspreken en niet hun eigen hart laten spreken.
Komt, luistert, godgezinden.
Ik ben al negen jaar weduwe, maar wat heeft de Heere ook daarin Zijn Woord waargemaakt, dat Hij een man der weduwen wil zijn. Mijn man was hulpprediker en heeft Gods Woord ruim veertig jaar mogen uitdragen met hart en ziel. En zo ben ik mijn man kwijt geraakt in Christus. U mag vaak de nabijheid en troost van God ontvangen. Schrijft gerust af en toe van uw bevindingen. „Komt, luistert toe, gij godgezinden, gij die de Heer van harte vreest; hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest" (ps. 66:8 ber.).
Dat staat toch ook in Gods Woord. We kunnen toch niet zwijgen over de grote daden, die God aan een zondig mens bewijst.
H. A.B.H. -9 K
Een goede raad
Wat betreft het persoonlijke karakter van uw artikelen, ik meen dat het beter is om in de niet door u ondertekende artikelen niet „ik" en „mijn" te gebruiken, maar „wij", „ons", of „men".
Montfermeil (Frankrijk)
KOMMENTAAR:
Een goede suggestie. Ik wil er rekening mee houden, maar het zal niet altijd kunnen worden doorgevoerd.
Dan bid ik mee.
Dat persoonlijke vindt juist weerklank in mijn hart. Dan kniel ik in gedachten naast u neer om mee te zingen, mee te jubelen, mee te bidden en te danken om die grote Schepper te eren. Hij is het immers zo waard om geprezen en gedankt te worden. Ik zou het erg jammer vinden, wanneer dat persoonlijke eruit zou verdwijnen. Juist daarom lees ik het van a tot z en daarom geef ik het ter lezing door aan anderen.
Z. M.v.D.H.-P
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
