In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Slangenbezweerder in Bombay (India)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Slangenbezweerder in Bombay (India)

5 minuten leestijd

Opnieuw geboren worden is iets dat niet te vinden is in zijn handboeken voor het onderwijs van Israël. Jezus stelt Nicodemus op zijn gemak door tegen hem te zeggen dat die nieuwe geboorte niet iets zweverigs is, maar een duidelijke werkelijkheid. Het is een werkelijkheid die de mens moet zien en grijpen. Hij gebruikt het beeld van de wind. Daar hebben we allen regelmatig mee te maken, maar oorsprong en richting van de wind ontsnapt aan onze kontrole. „Alzo is een ieder die uit de Geest geboren is".

De kardinale vraag.

Het gesprek ontwikkelt zich verder totdat Nicodemus de kardinale vraag stelt: „Hoe kunnen deze dingen geschieden?" (vs. 9). Dan antwoordt Jezus met een vraag die eigenlijk een aanklacht inhoudt: „Zijt gij een leraar van Israël en weet gij deze dingen niet?" Aan hoeveel kerken zou Jezus vandaag deze vraag niet kunnen stellen?

Altijd opnieuw probeert de natuurlijke mens, de Nicodemus van alle tijden, het voor hem onbegrijpelijke (wat echter desondanks diepe werkelijkheid is) te gieten in konkrete formuleringen.

God heeft echter Zijn verlossingsplan gekonkretiseerd in een Persoon, in Zijn Zoon. Daarom zegt Christus: „Wij spreken wat wij weten en wij getuigen wat wij gezien hebben". Jezus weet het en heeft het gezien. De mens moet geloven in Jezus Christus en in datgene waarvan Hij getuigt. Het volstrekte vertrouwen in Christus, de Gezondene des Vaders, moet ons eenvoudige en besliste antwoord zijn.

Deze nieuwe geboorte voltrekt zich op eenzelfde onverklaarbare wijze zoals de mens die in algeheel vertrouwen opziet naar Christus en naar Zijn belofte.

De slang.

Jezus roept bij Nicodemus de herinnering wakker aan de slang in de woestijn (Num. 24: 4-9). „En de Heere zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang en stel ze op een stang; en het zal geschieden dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven" (vs. 8).

God neemt dus de slangen niet weg, maar geeft wel een middel om genezen te worden van de opzichzelf dodelijke beet. Dat geneesmiddel is voor allen hetzelfde. Ze moeten vol vertrouwen opzien naar die opgerichte slang en geloven in de belofte van de Heere.

Zij die niet wilden geloven, zouden aan de dood worden prijsgegeven, ook al zouden ze proberen om het vergif uit de toegebrachte beet weg te zuigen. Alle zelfbedachte middelen om de dood te ontvluchten, zouden vruchteloos blijken. De belofte van God luidde: „Als hij haar ziet, zo zal hij leven". Wat moesten de Israëlieten doen om genezen te worden van de dodelijke beet? Het is onbegrijpelijk, maar heerlijke werkelijkheid: Ze moesten alleen maar kijken naar die slang, die aan de paal was gehecht.

ver dat vergif dat elke mens de doodsteek geeft, lezen we al in Gen. 3. Vanaf dat moment is elk mens vergiftigd. Maar we hebben een belofte, waarop we al ons vertrouwen mogen stellen. Jezus Zelf zegt het ons: „En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Joh. 3: 14-15).

Het geneesmiddel: zie naar Jezus.

Dat is ook het antwoord op de vraag van Nicodemus: „Hoe kunnen deze dingen geschieden?". Wanneer wij in Christus geloven en naar Hem opzien, dan ontvangen wij het eeuwige leven, dat is het leven van de mens die uit de Geest geboren is.

Dat is de enige manier om te ontkomen aan de dodende werkzaamheid van het vergift, de zonde, die door de helse slang van het paradijs in ons hele menselijke bestaan is doorgedrongen en ons verziekt heeft. De uiting en het bewijs daarvan kunnen we zien in de werken van het vlees: Echtbreuk, hoererij, ontucht, haat, verbittering, doodslag enz.

Maar wie zal mij bevrijden van het lichaam van deze dood? Het antwoord geeft Paulus in hetzelfde hoofdstuk, waar hij die vraag stelt: „Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere" (Rom. 7:25). Ja, de genezing, de bevrijding, de zaligmaking is te vinden aan de voet van het kruis.

Want het kruis van Christus werd verhoogd, evenals de koperen slang in de woestijn, voor hen die vergiftigd waren door de slang. Jezus Christus is de enige die u kan redden van dit lichaam van deze dood. En dat gebeurt alleen door het geloof.

Menselijke geneesmethoden.

Deze boodschap is voor vele kerkinstituten een struikelblok, zoals Paulus zegt in 1 Kor. 1:23. Ze willen liever aan de mensen en aan zichzelf hun eigen geneesmethoden opdringen, hun eigen gezondheidsformules, hun eigen rechtvaardigmaking. En daarom verwerpen ze (misschien niet theoretisch, maar wel praktisch) de rechtvaardigmaking die in Christus is en die ons slechts van buiten wordt toegerekend. Ze weigeren om in eenvoud en gelovig vertrouwen de belofte des Vaders in Jezus Christus te aanvaarden.

Paulus zegt ook dat voor sommigen het kruis van Christus een dwaasheid is. Ook zij volgen liever hun eigen kunstgrepen om het vergiftigde lichaam des doods dat wij meedragen, beter: dat wij zijn, te genezen. Ze hebben daarvoor hun psychologische methoden, hun verbetering van de sociale omstandigheden ofwel hun intra-religieuze methode die ze sieren met de naam oecumene, maar die in wezen alleen een poging is om op grond van een humanistische verbroedering de wereld en het mensdom te verbeteren.

Al deze godsdienstige leiders proberen de mens te genezen op hun menselijke manier. Ze zijn echter één in de gezamenlijke afwijzing van het enige geneesmiddel dat God gegeven heeft: het kruis van Christus en het gelovig opzien naar de Gekruisigde. Door de werkzaamheid van de Heilige Geest geeft dit kruis door middel van het geloof de nieuwe geboorte.

„Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" Goh. 3:16)

Madrid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Slangenbezweerder in Bombay (India)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

In de Rechte Straat | 32 Pagina's