DE GRONDSLAG VAN ONZE ZEKERHEID
Dat is de titel van een boek van prof. dr. C. J. de Vogel. (Uitg. van Gorcum Assen. Prijs ƒ 45,00 - 317 blz.) en tevens de inhoud van het laatste hoofdstuk van haar boek, dat tot titel heeft: „De Kerk (bedoeld is de R.K. Kerk) de grondslag van onze zekerheid". Daarom willen we onze beoordeling vooral concentreren op het laatste hoofdstuk.
Kan de Kerk niet dwalen/zondigen?
Zij begint al meteen met de volgende bewering: „De Kerk heeft de belofte van de Geest. Daarom kan zij niet dwalen" (225).
Hoe wankel deze redenering is, blijkt reeds daaruit dat je even goed zo zou kunnen redeneren: „De Kerk heeft de belofte van de Geest. Dus kan zij niet zondigen". Welke grond heeft zij om alleen maar te konkluderen dat de Kerk op grond van de belofte van de Geest niet dwalen kan? De Heilige Geest is niet slechts de Geest van de waarheid, maar ook van de heiligheid. Niet alleen dwaling, maar ook zonde zijn onverenigbaar met Hem. Waarom kan de Heilige Geest dan wél wonen in een kerk van mensen die zonde begaan en niet in een kerk die krachtens de macht van de zonde die in haar woont, soms kan afwijken van de waarheid van Gods Woord en dwaling verkondigen?
Prof. de Vogel bouwt haar zekerheid op een redenering. Maar deze redenering spot met alle logica. Haar konklusie is dan ook niet een echte gevolgtrekking uit een voorafgaand syllogisme (sluitrede), maar louter een bewering, zoals iedereen van alles kan beweren.
De uitzending van Paulus.
Volgens de V. werd Paulus „op normale wijze uitgezonden na handoplegging" (228). Zij heeft deze bewering nodig om de apostolische successie vanaf het begin te kunnen volhouden.
Maar… wordt bij een pauskeuze de kandidaat op deze zelfde manier aangewezen: „De Heilige Geest zeide: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb" (Hand. 13:2)? Ik heb dat niet gelezen in de krant bij de laatste twee pauskeuzen.
En inderdaad leggen de andere twee profeten Paulus en Barnabas de handen op, voordat ze vertrekken. Maar dan staat er niet: „Dezen, dan, door de Kerk uitgezonden …", maar: „Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar ….".
En Paulus zegt tot de oudsten van Efese niet: „Ziet toe op .. de gehele kudde, waarover de Kerk, maar: waarover de Heilige Geest u tot opzieners heeft gesteld" (Hand. 20:28).
Ik voel mij veiliger, staande op de grondslag van wat de Schrift duidelijk zegt, dan eventueel staande op de redenering van prof. de Vogel:
Het geloof der Kerk bewaren?
„Het geloof der Kerk is werkelijk dat wat wij hebben te bewaren" (229). Dat lees ik nergens in de Bijbel. Wij moeten datgene bewaren wat God heeft geopenbaard en in de Bijbel schriftelijk heeft laten vastleggen.
Zeker, de juiste interpretatie van wat in de Bijbel verkondigd wordt, kunnen we niet uit onszelf halen. Die moeten we van elders krijgen. Van wie? Van de Kerk? Dat zegt de Bijbel nergens. Jezus geeft maar één Verklaarder van het Woord Gods aan en dat is de Heilige Geest … " … de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden" (Joh. 16:13). Jezus heeft dus niet gezegd: Petrus (of de R.-K. Kerk) zal u in al de waarheid leiden.
Wel werkt de Geest in de Gemeente van Christus. En Christus zorgt ervoor dat Zijn Gemeente op aarde nooit totaal overweldigd wordt door „de poorten der hel". (Mat. 16:18), maar een plaatselijke gemeente kan wel de Geest bedroeven (Ef. 4:30) en zelfs uitblussen (1 Thes. 5:19). En een gemeente waar de Geest van Christus is uitgeblust, is geen Gemeente van Christus meer, want Christus is onafscheidelijk verbonden met Zijn Geest.
Judas vermaant ons: „dat gij strijdt voor het geloof dat eenmaal de heiligen overgeleverd is (vs. 3), dus niet aan Petrus of aan de R.-K. Kerk, zelfs niet aan de kerk als instituut, maar wel aan de Gemeente als levende gemeenschap der heiligen.
Het Griekse kleed van de dogma's
De Vogel is wel wat simplistisch, wanneer zij het verwijt dat de dogma's van het christendom en met name van de R.K. Kerk zijn ingekleed in termen van de Griekse filosofie, probeert te ontzenuwen door aan te tonen dat de inhoud van die dogma's niet uit de Griekse filosofie kan zijn afgeleid.
We moeten nuchter zijn. De leer van de Drieëenheid: één goddelijke natuur en toch drie goddelijke Personen is geformuleerd met behulp van het Griekse denken.
Op zichzelf is dat niet erg, mits we maar voor ogen houden dat deze formulering als zodanig niet in de Bijbel te vinden is.
Wij moeten van de dogma's altijd terug gaan naar het levende Woord. Wanneer ik de gegevens van de Bijbel over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest op mij laat inwerken, dan kom ik altijd weer tot de konklusie dat die gegevens nog het best worden samengevat in die leer van de drie Personen met de éne goddelijke natuur. Wanneer iemand die gegevens wil weergeven in een leer dat het hier over slechts één goddelijke Persoon gaat, die Zich op verschillende wijzen uit, dan moet ik telkens zeggen: nee, dat is te zwak; daarmee wordt geen recht gedaan aan wat de Bijbel zegt over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Maar nooit mogen we gaan rusten in de formulering van dat dogma. Dan maken we het dogma tot een zelfstandige geloofsinhoud, los van het levende Woord van God. Het dogma moet altijd weer gevuld, ingekleurd worden door het spreken van de Schrift.
En vervolgens: een dogma als van de transsubstantiatie is niet slechts een poging tot een samenvatting van bijbelse gegevens. Dit dogma staat geheel buiten het bijbelse denken. Het is ermee in strijd. Christus heeft nooit gesproken vanuit een denken van de heidense wijsgeer Aristoteles over substantie en accidenten.
Gevaren van Dogmatisme.
Wanneer men op het dogma zelf gaat rusten als de in menselijke (= buitenbijbelse) woorden uitgedrukte geloofsinhoud, dan loopt men twee gevaren: allereerst het gevaar van het gebrek aan eerbied voor het onuitsprekelijke geheim Gods. Wanneer wij de begrippen „natuur" en „persoon" op God gaan toepassen, dan moeten wij er ons van bewust blijven dat de werkelijkheid in God Zelf toch weer heel anders is dan de werkelijkheid bij ons, die wij gewoonlijk onder de begrippen „natuur" en „persoon" willen onderbrengen.
Een tweede grote gevaar bestaat daarin dat wij het levende kontakt met het levende Woord Gods verliezen, wanneer wij echt gaan rusten op die dogma's. Want dogma's zijn samengesteld uit abstrakte begrippen, die tot een stelling zijn samengevoegd. Maar „het Woord Gods is levend en krachtig en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard" (Hebr. 4:12). Onze dogma's worden danbarricaden waarachter wij ons verschuilen tegen de indringende kracht van het woord Gods, dat ons wil aanspreken in ons diepste verdorven „ik".
Zekerheid in het Hoofd.
Prof. de Vogel zoekt haar zekerheid in de (Rooms-Katholieke) Kerk en in het door haar geformuleerde (onfeilbare) dogma. Maar is dit wel mogelijk? (afgezien van de vraag of het bijbels is).
De Kerk is toch immers het lichaam van Christus. Wanneer je niet allereerst zeker bent van het Hoofd, hoe kun je dan nog zeker zijn van het lichaam dat door dat Hoofd als instrument wordt gebruikt?
De Gemeente ontleent haar waarde, haar betrouwbaarheid, uitsluitend aan Christus. Wat baat mij het spreken van de Gemeente, wanneer ik innerlijk niet de volstrekte geloofszekerheid heb dat haar Heere die door haar spreekt, absoluut betrouwbaar is? En wat baten mij dogmatische formuleringen van de Gemeente, wanneer ik niet allereerst het vertrouwen heb in het spreken van de Heere Zelf in de Schrift? En hoe zou ik het kunnen? Dan immers zou ik het spreken van de dienstmaagd nog stellen vóór en boven het spreken van haar Heere.
Dat zijn vragen die prof. de Vogel zowel in haar eerste boek „Ecclesia Catholica" als in haar nieuwste boek niet eens aanroert. En dat is erg jammer. Daardoor heeft zij de gedachtenwisseling Rome-Reformatie eigenlijk op geen enkele wijze verder gebracht, hoe interessant haar boeken overigens ook zijn als een weergave van het typisch rooms-katholieke denken.
MAN EN VROUW IN EEN REVOLUTIONAIRE TIJD
Dit boek van dr. W. Aalders heb ik weer met grote zegen gelezen. Aalders is altijd weer verrassend, wanneer hij het bijbelse licht laat vallen, ook op allerlei praktische vragen. Graag bevelen wij dit boek bij u aan. Prijs ƒ 18,90, uitg. Voorhoeve, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
