VRAAG:
Guipuzcoa (Spanje)
ANTWOORD van Francisco Rodriguez:
Hartelijk dank voor uw brief. Het doet ons goed dat u ondanks uw vragen en twijfels toch zo positief spreekt over ons blad.
Een van de kwesties waar u het moeilijk mee hebt, is het bijbelse gegeven dat de mens gerechtvaardigd wordt door het geloof.
Maar u schrijft zelf dat wij allen slecht zijn en zondaars. Wat dat betreft, bent u helemaal in overeenstemming met de Schrift. Die zegt dat ook.
Paulus schrijft: „… allen zijn onder de zonde, gelijk geschreven is: er is niemand rechtvaardig, ook niet één". En: „Uit de werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem" (Rom. 3: 9-10, 20).
Maar op een ander punt weerspreekt u in uw brief de Schrift: nl. wanneer u zegt dat u zich diep teleurgesteld voelt, wanneer uw goede werken niet zouden baten voor het bereiken van de zaligheid. U hoeft u dan helemaal niet teleurgesteld te voelen, want dan kunt u er toe komen om alleen uw vertrouwen te stellen in het goede werk van Jezus Christus en om aldus door het geloof in Hem de zaligheid te verwerven.
Paulus schrijft: „… doch wetende dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden" (Gal. 2:16). En datzelfde kunt u ook lezen in Ef. 2:8; Fil. 3:9; Titus 3:5.
In het Evangelie wordt ons het plan van God ontvouwd nl. dat Hij de zondige mens enkel redden wil door Zijn Zoon Jezus Christus, door wat deze Mens en Middelaar heeft gedaan en op geen enkele wijze door wat de mens zou willen doen.
Het antwoord van de mens op dat Evangelie is een verbroken hart dat zijn vertrouwen alleen stelt in Jezus Christus, in wat Hij voor zondaars heeft gedaan. Wanneer een mens uit eigen beweging of omdat anderen hem dat geleerd hebben, iets toevoegt aan of afneemt van dat plan van God, dan onderhoudt hij een godsdienst zoals er zovele bestaan in de wereld, maar die geen enkele zaligmakende kracht in zichzelf bezitten voor God.
Hét werk Gods voor elke zondaar, dus voor elk mens, is: „… dat gij gelooft in Hem die Gij gezonden hebt" (Joh. 6:29), dat is in Jezus Christus., „opdat eenieder die Hem gelooft, niet verderve (verloren ga), maar eeuwig leven hebbe". (Joh. 3:16).
Het Woord Gods staat boven alle opinies, meninkjes, godsdienstigheid of eigenwillige vroomheid. Daarom schokt ons die harde houding van Christus tegenover die farizeeër in Luk. 18: 9-14. Hij dankte God - hij was dus vroom of gaf althans een vrome indruk - omdat hij geen rover of dief was, geen echtbreker; en omdat hij van al zijn inkomsten een tiende gaf voor godsdienstige doeleinden. In de ogen van het grote publiek was hij veel en veel beter dan die andere man in dezelfde tempel, die heel wat zonden op zijn geweten had en daarom zijn ogen niet naar de hemel durfde opheffen en met verbroken hart zei: O God, wees mij, zondaar, genadig! Die man was alleen maar afval en zonde. Hij had niets om op te steunen. Hij kon niets goeds bij God naar voren brengen op grond waarvan God hem in liefde zou moeten aannemen. Hij vertrouwde alleen op de barmhartigheid van God.
En ziedaar de verrassing: in strijd met wat wij vanuit onze menselijke religies zouden denken, spreekt Christus juist die zondaar vrij en verklaart dat hij gerechtvaardigd naar huis ging, in tegenstelling met die farizeeër die meende zichzelf voor God te kunnen rechtvaardigen op grond van zijn werken.
Ik was blij te lezen dat u Christus boven alles liefhebt, maar ik was minder blij met de reden waarom u dat doet nl. omdat de kerk u dat leert.
God klaagt het volk Israël aan vanwege hun blindheid en huichelarij met deze woorden: „Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij met de h'ppen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze waarmee zij mij vrezen, mensengeboden zijn die hun geleerd zijn …" (Jes. 29:13).
De mond en de lippen maken ons niet rechtvaardig tegenover Hem, die ons hart doorgrondt. En evenmin rechtvaardigt ons de vrees die we voor God hebben zoals die ons is bijgebracht door onze opvoeders, door de mensen met hun overleveringen. Want Petrus zegt: „… gij zijt wedergeboren, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord Gods" (1 Petr. 1:23). En Jacobus zegt hetzelfde: „Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid" (Jak. 1:18).
Ja, dat zaad moeten wij zoeken, dat zaad van het woord Gods, want dat leeft voor eeuwig. Maar het zaad van mensen (hun geboden, leringen en voorschriften), kan ons niet helpen. We worden daardoor nooit wedergeboren en ontvangen daardoor nooit het waarachtige leven dat blijft tot in eeuwigheid. Dat ontvangen we alleen door het geloof in Jezus Christus. Zo zegt God het in Zijn Woord.
Maar de mens geeft er de voorkeur aan om dat Woord om te vormen naar zijn eigen gewoonten en overlevering in plaats van die gewoonten en overleveringen te laten uitzuiveren door dat heilige Woord van God.
Daarom zijn er de al die mensen die wel zeggen dat ze christen zijn, maar die reeds in hun naam bij voorkeur uitdrukken datgene wat ze zijn door menselijke tradities: rooms-katholiek, grieks-katholiek, adventist, pinkstergemeente, baptist, luthers of calvinist.
Waarin zoeken deze mensen hun indentiteit? Daarin dat ze zich en hun tradities niet willen laten reinigen door het Woord Gods. Nu begrijpt u wellicht ook, waarom er al die verschillende soorten christenen zijn. Zodra wij al die menselijke bijvoegselen laten vallen en alleen steunen op wat het Woord zegt, zijn we alleen maar christenen en ontmoeten wij elkaar in Christus alleen.
In dit verband zou ik u tenslotte nog willen wijzen op wat Paulus schrijft: „Doch al ware het ook dat wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigde buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt" (Gal. 1:8).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
