GIFT VAN f 300.000,-
Ja, u leest het goed. Onze stichting heeft een gift ontvangen van driehonderdduizend gulden. Daar moet dan wel tien procent van afgetrokken worden. Deze tien procent moet als belasting betaald worden, ook al betreft het een schenking aan een stichting zoals de onze, die valt onder „artikel 24, sub I, vierde alinea, der Successiewet 1956", wanneer het over een schenking gaat die geschiedt door notariële akte.
Deze gift is bestemd voor het projekt, de Bijbelvertaling in het Malayalam, waarin inbegrepen 25.000 exemplaren voor gratis verspreiding. De gift zal uitgekeerd worden in drie jaar. Dat is precies ook de tijd van de geplande Bijbelvertaling. De broeders in India schatten dat die vertaling drie jaar zal vergen.
Dat betekent dus dat dit projekt nu van onze projektenlijst wordt afgevoerd. En als ik dat zo neerschrijf, dan is — dat zult u begrijpen — ons hart vervuld van dankbaarheid. En ik ben overtuigd dat u die dankbaarheid met ons zult delen.
We zijn dankbaar omdat we in deze gift zo duidelijk de werking van Gods genade zien. Zeker, ook het „penningske der weduwe" heeft zijn volle waarde in de ogen van de Heere. Maar van de andere kant heeft de Heere ook gezegd dat het voor de rijken zo moeilijk is om in te gaan in het Koninkrijk der hemelen.
En in het leven van deze broeder, die verder volkomen onbekend wil blijven — ik mag zelfs zijn initialen niet vermelden — wordt daarom de macht van de genade Gods zo sterk zichtbaar. Dit is een getuigenis voor de mensen van de wereld. Ze zullen er zeker door tot nadenken gestemd worden. Ze zullen zich afvragen: ƒ 300.000,—! Wat kun je daar al niet mee doen! Wat een prachtige vakanties kun je daar niet mee houden, ƒ 300.000,—! Wat kun je daar allemaal niet voor kopen: een slee van een wagen, een kostbare inrichting van je huis, enz. Vul het zelf maar in.
En wat is dan die geheime kracht, die een mens ertoe brengt om zo maar ƒ 300.000,— weg te schenken? Ze zullen begrijpen: het kan niet eerzucht zijn, het verlangen om geprezen te worden voor zulk een goed werk, want deze broeder wil juist volkomen onbekend blijven. Alleen de notaris, onze penningmeester en ikzelf kennen zijn naam.
Het kan ook niet zijn een verlangen om daardoor de hemel te verdienen, want deze broeder is een gelovig, reformatorisch christen, die weet en belijdt dat hij als zondig mens niet op grond van zijn goede werken, maar enkel door genade en geloof het eeuwige leven verwerft.
Maar wat is dan die geheime kracht, die iemand tot zulk een daad brengt die zo geheel en al ingaat tegen onze natuurlijke neigingen, vooral als we rijk zijn en veel geld bezitten?
Wij weten het: die geheime kracht is Christus in ons. Hij alleen kan een mens tot zo iets brengen. Dat zegt ook Paulus heel duidelijk: „Want Zijn maaksel zijn wij, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen" (Ef. 2:10).
En het doel van Christus? Dat is de verheerlijking van Zijn Vader: „Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen dat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken" (Matth. 5:16). Moge de verheerlijking van van de Vader ook het gevolg zijn van deze gift van ƒ 300.000,—.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
