… aldaar is VRIJHEID"
(2 Kor. 3:17b)
Waar de Geest des Heeren is, daar is vrijheid van… vrijheid van alles wat de volheid van het leven belemmert, want door die Geest ontvangen wij van Christus het eeuwige, het goddelijk-ongeremde leven.
Wij waren bekleed met de dood, maar die Geest bekleedt ons met het leven van Christus. (Gal. 3:27). Christus heeft de gevangenis, waarin wij zaten, „gevangen genomen" (Ef. 4:8 en Ps. 68:19). Hij heeft de cipier, de duivel, verdreven en die gevangenis omgebouwd tot een tempel van de Heilige Geest, „tot een woonetede Gods in de Geest" (Ef. 2:22).
Wij zijn door die Geest bevrijd van de wet, die vanwege de zonde die in ons woont, ons veroordelen moest en ons ten dode voerde (Rom. 7). „Want de wet van de Geest des Levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods" (Rom. 8:2).
Daarom hoor ik telkens weer in mij die roep van de vrijheid klinken: „Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, alsof gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast, namelijk: raak niet en smaak niet en roer niet aan; welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen" (Kol. 2:20-22).
En bijna hartstochtelijk vermaant Paulus ons: „Staat dan in de vrijheid, waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen" (Gal. 5:1).
Helaas bespeur ik vaak zo weinig die vrijheid van de Geest. Als alles niet precies verloopt volgens de geijkte patronen, zijn velen al geprikkeld. Stel u eens voor dat iemand tijdens een samenkomst van de gemeente, bijna onweerstaanbaar daartoe gedrongen door de Heilige Geest, de gemeente zou vermanen: „Broeders en zusters, ik moet u de aansporing van Paulus doorgeven dat wij niet gelijkvormig mogen worden aan de wereld (Rom. 12:2). Ik zie hoe wij ons op allerlei manieren aan het aanpassen zijn. De geest van de wereld is bij ons aan het doordringen. Komt tot bezinning. Wij moeten veranderd worden door de vernieuwing van ons gemoed, van ons hele denken, zegt Paulus in datzelfde vers".
Of dat zo iemand er intense behoefte aan heeft, een behoefte die door de Heilige Geest in zijn hart is gelegd, om de gemeente te vertroosten in deze verwarrende tijd met de belofte Gods dat de Heere met ons zal zijn tot het einde der tijden. Zou men dat niet zeer ongepast vinden, omdat het ingaat tegen de wet van onze gewoonte? En dat terwijl Paulus zelf zegt: „Dat twee of drie profeten spreken en dat de anderen het beoordelen". „Maar die profeteert, spreekt tot de mensen stichting en vermaning en vertroosting". „Jaagt de liefde na en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest dat gij moogt profeteren" (1 Kor. 14:1, 3, 29). Het is vaak zo eng en zo benauwd in sommige protestantse kerken. De vrijheid is er op allerlei manieren aan banden gelegd. En is dat misschien de reden, waarom er bij ons zo weinig „betoning des Geestes en der kracht" is? (1 Kor. 2:4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
