Kerk van de armen
Deze term wordt in onze tijd herhaaldelijk in allerlei r.-k. publikaties gebezigd. In hoeverre is deze uitdrukking bijbels, in hoeverre niet? Daarover wilde ik met u nadenken. Hiernaast een foto van de kathedraal van Straatsburg, die wij maakten, toen we deze stad aandeden op doorreis naar ons vakantieverblijf. Wat moet er aan zulk een kerk gerestaureerd worden?
Nee, we propageren niet een nieuwe beeldenstorm. Dat was ook helemaal niet He bedoeling van de Reformatoren. Zij hadden een heel andere reformatie op het oog. Men kan duizenden beelden stuk slaan van marmer, graniet, gewapend beton of hout, terwijl men in zijn hart een beeldendienaar is en niets anders doet dan het beeld van het eigen „ik" verheerlijken en aanbidden. Hoevelen dragen niet triomfantelijk hun eigen denkbeelden rond en willen niet luisteren naar andere broeders en zusters om samen met hen altijd weer opnieuw die eigen denkbeelden te toetsen aan de Bijbel?
De Reformatoren bedoelden nu juist zulk een reformatie. Zij streden tegen een kerk, die haar eigen denkbeelden gegoten had in scholastieke, harde termen en die deze denkbeelden gesierd hadden met het aanmatigende predikaat „onfeilbaar"; een kerk die desnoods met behulp van de wereldse macht hen die niet voor die onfeilbare denkbeelden wilden neerknielen, de dood injoeg.
Zij wilden de gemeente van Christus weer terug brengen onder het levende Woord Gods als enige norm voor leer en leven, voor denken en doen. Als een machtige klaroenstoot klonk het: „Sola Scriptura — alleen de Schrift!"
Zalig de armen van geest
En uit die Schrift haalden zij weer het echte Evangelie tevoorschijn, het Evangelie voor de armen? Ja, maar dan voor de armen van geest.
Als je de Bijbel beluistert, dan ontdek je telkens dat een bepaalde groep mensen wordt zalig gesproken. Zij worden als volk van God beschouwd.
Wie zijn dat? Zijn dat de mensen die geen rooie cent bezitten? Zo stelt de linkse theologie het voor. Maar dat is beslist niet waar.
Lees maar eens de woorden die Jezus sprak, toen sommigen, waaronder ook de verrader Judas, bezwaar maakten tegen het feit dat een vrouw Jezus' voeten zalfde met kostbare nardusmirre. Ze zeiden: Je had daar veel beter de armen mee kunnen bedenken en die mirre kunnen omzetten in geld om het onder hen te verdelen. De reaktie van Jezus luidde echter: „Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. Want de armen hebt gij altijd bij u en wanneer gij wilt, kunt gij weldoen, maar Mij hebt gij niet altijd" (Mark. 14:6-7).
Jezus heeft andere waarden op het oog. Hij weet dat de mens ten diepste niet leeft van een dikke, gemeubileerde boterham. Hij weet dat Hijzelf het brood des levens is en dat allerlei verhoudingen, ook op maatschappelijk gebied, zouden veranderen, wanneer de mensen Hem als Zaligmaker zouden aanvaarden.
Deze vrouw had door haar zalving uiting gegeven aan deze belijdenis van haar hart De Heere zei dan ook dat zij dat had gedaan met het oog op Zijn begrafenis. I: deze vrouw schemerde blijkbaar reeds het geloof door dat Jezus haar enkel redden kon door Zelf voor haar de Verlossersdood te sterven.
Juist deze vrouw die blijkbaar over een behoorlijk kapitaal beschikte (ze was immers in staat geweest zulk een kostbare nardusmirre te kopen), behoorde tot de armen van geest, voor wie het Koninkrijk Gods is. Zij verwachtte blijkbaar niets meer van zichzelf, maar alles van haar Heere en Zaligmaker. En juist zulke mensen behoren tot het volk Gods.
De stillen in den lande
Deze groep mensen kom je in de Bijbel onder verschillende benamingen tegen In het oude testament worden ze o.a. genoemd „de stillen in den lande", de rechtvaardigen, de vromen die altijd verwachtend uitzien naar de Heere, de oprechten van gemoed.
Zo had de Heere Zijn volk bedoeld. „Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heil:ge Israëls: Door wederkering en rust zoudt gij behouden worden; in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild" (Jes. 30:15).
Datzelfde beluisteren we ook in de Klaagliederen: „De Heere is mijn deel, zegt mijn ziel; daarom zal ik op Hem hopen. De Heere is goed voor degenen die Hem verwachten, voor de ziel die Hem zoekt. Het is goed dat men hoopt en stil is op het heil des Heeren" (KI. 3:24-26).
In het Nieuwe Testament worden deze mensen aangeduid met de „kinderkens" (Mat. 11:25), de „kleinen" (Mat. 10:42), de „armen" aan wie het Evangelie wordt verkondigd (Mat. 1 1:5b). En eigenlijk zijn de zaligsprekingen een treffende tekening van dezelfde mensen.
Deze mensen denken gering van zichzelf Ze zijn niet uit op de eerste plaatsen in het maatschappelijke en kerkelijke leven. En als ze daartoe geroepen worden, dan blijven ze daar in ootmoed hun dienende houding bewaren, zonder pretentie, in alle liefde en mildheid, zonder toe te geven aan machtswellust.
De gezindheid van het hart
De lofzang van Maria is één grote zaligspreking van deze eenvoudigen. „Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten. Hij heeft machtigen van de troon afgetrokken en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden" (Lukas 1:51-53).
Hoezeer het echter bij deze zaligsprekingen op de gezindheid des harten aankomt, heb ikzelf in het klooster ondervonden.
Elk jaar werd op 28 december het feest gevierd van de „Onnozele kinderen", de kinderen die op last van koning Herodes in Bethlehem werden vermoord. („Onnozel" heeft hier nog de oud-Nederlandse betekenis van „onschuldig"; in die betekenis komt het ook nog wel in de Staten Vertaling voor). Dan was het de gewoonte dat de jongste kloosterling op die dag overste werd. Die verwisseling had plaats bij het zingen van de lofzang van Maria, met name Lukas 1:52. Dan werden de machtigen, lees: oversten, van hun troon getrokken en de nederigen, lees: jongste kloosterling, nam de plaats van de overste in. Daar ikzelf de jongste van mijn kursus was, viel deze eer mij twee keer te beurt. Ja, want als een eer beleefde ik het, ook al was ik dan als overste maar een ééndagsvlinder.
Dat is de grote vergissing van hen die alles verwachten van een omverwerping van de bestaande orde. Het meest duidelijke voorbeeld is Rusland. Daar is het regime van de Tsaren omvergeworpen in de naam van de vrijheid van de arbeiders. En sindsdien hebben de arbeiders nog minder vrijheid en zijn nog meer tot slavernij gebracht dan ten tijde van de Tsaren.
Welzalig de oprechten van gemoed
Op dit volk Gods dat in ootmoedig geloof naar Hem opziet, vertrouwend op de Middelaar, Jezus Christus alleen, ziet de Heere met welgevallen neer. Onder deze geringen wil Hij wonen.
Deze ootmoedigen bindt Hij ook samen door Zijn Heilige Geest. Zeker, deze gelovigen zijn ook zondaars. Daarom zijn er ook soms spanningen onder hen. De zonde verblindt hen dan. Ze kunnen elkaar maar moeilijk vinden.
Maar dan hebben ze het allereerst moeilijk met zichzelf. Ze vragen niet in de eerste plaats naar de schuld van de ander, maar ze onderzoeken zichzelf. En ze vragen aan de Heere: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken miin gedachten. En zie of bij mij een schadelijke weg is; en leid mij op de eeuwige weg" (Ps. 139:23-24).
En wanneer mensen in deze oprechtheid trachten te staan, dan komt er altijd wel een oplossing. Dan wijken de spanningen weer en broeders en zusters verootmoedigen zich voor elkaar en voor de Heere.
Een vraag aan u
Behoort u, lezer(es), reeds bij dit volk? En indien niet, wilt u dan daarbij gaan behoren? Of wilt u liever wat betekenen in deze wereld? Wilt u liever delen in de glorie van een machtig kerkinstituut, met imponerende synodevergaderingen, met pausen die telkens in het wereldnieuws komen, met een Wereldraad van Kerken en een Raad van Kerken van Nederland die politiek wat in de melk hebben te brokkelen?
Of hebt u toch een heimwee naar dit verachte volkje dat in nederigheid, stilheid en vertrouwen, in het besef van hun onwaardigheid als zondaars, maar innerlijk juichend om het heil in Christus, door het leven gaat?
Felle haat tegen dit volk Gods
De felste atheïst, Nietzsche, heeft op hen gespuwd vanwege de vrouwelijke — zo typeerde hij dat — deugden die het christendom aanprijst. Hij wees naar de mannelijke deugden van de Übermensch.
Slechts enkele citaten uit zijn boek: „De antichrist" (uitg. De arbeiderspers Amsterdam): „Het begrip van schuld en straf, met inbegrip van de leer der „genade" der „verlossing", der „vergeving" (is) allemaal door en door leugenachtig" (p. 82). Het christendom, „deze vorm van menselijke zelfschennis par excellence (bij uitstek H.J.H.), is uitgevonden om wetenschap, om kuituur, om elke verheffing, elk niveau van de mens onmogelijk te maken" (82). „Zij (het Romeinse keizerrijk) was niet hecht genoeg om bestand te zijn tegen de korrupste soort korruptie, tegen dc christen… Dit stiekem ongedierte dat iedere enkeling in het holst van de nacht der dubbelzinnigheid besloop en iedere enkeling uitzoog, zodat er geen greintje ernst voor ware dingen, absoluut geen instinkt voor realiteiten, meer in hem overbleef, deze lafhartige, verwijfde en suikerzoete bende heeft stap voor stap de „zielen" vervreemd van dit kolossale bouwsel — die waardige, die mannelijk-voorname naturen die de Romeinse zaak beschouwden als hun eigen zaak, hun eigen ernst, hun eigen trots. Dit stiekem gekneuter, deze tersluikse samenzwering, sinistere begrippen als Hel, als het offeren van een onschuldige, als de unio mystica (mystieke eenheid - H.J.H.) in het drinken van bloed… dat is Rome de baas geworden" (105-106). „De christelijke kerk heeft niets onberoerd gelaten met haar verderfenis, zij heeft van elke waarde een onwaarde, van elke waarheid een leugen, van elke rechtschapenheid een zielegemeenheid gemaakt". „De knagende worm van de zonde b.v.: met deze wantoestand heeft de kerk de mensheid verrijkt!" (p. 113). „Ik noem het christendom de enige grote vloek, de enige grote allerinnerlijkste verdorvenheid. Ik noem het de enige onsterfelijke schandvlek van de mensheid" (104). Hitler die een vurig bewonderaar was van Nietzsche, heeft diens leer tot het uiterste doorgevoerd. Resultaat: de „heerlijkheid" van de concentratiekampen met de stank van de wegrottende, soms nog levende mensenlichamen.
Proeft u die enorme haat tegen het ware volk van God, tegen de stille en ootmoediggelovende gemeente van Christus? Naarmate het einde der tijden nadert, zal deze haat toenemen. Durft u tot dit volk te behoren? Durft u deze haat en hoon aan? U kunt dat alleen in Christus. In Hem zijn wij meer dan overwinnaars.
BOEKBESPREKING
„Leven en sterven van Jodocus van Lodenstein", uitg. Van Horsen - Barneveld ƒ 4,50.
Voor ex-rooms-katholieken is het uitermate moeilijk om bepaalde protestantse gewoonten helemaal te begrijpen en na te voelen. Zo begrijp ik niet, waarom zulk een verheerlijking van een gestorven christen nodig is. Van Lodenstein was een vroom en ootmoedig man, die vele gaven des Geestes ontvangen had. Hij was tijdens zijn leven wars van alle eerbetoon. Zouden we zijn nagedachtenis niet meer eerbiedigen, wanneer we wél zijn prachtige geschriften lezen, maar niet roemen in zijn vele deugden? Maar nogmaals: ik zie dat misschien verkeerd.
KERK ZONDER HOOFD
Toen Paulus VI overleden was, schreef een van onze kranten: „Thans is onze kerk zonder hoofd". Toen viel mij opnieuw op, dat vele rooms-katholieken weinig van de Bijbel afweten. Anders zouden ze nooit zo iets hebben kunnen schrijven. Warjt daarin kunnen ze lezen dat alleen Christus het Hoofd is van Zijn gemeente. Hij is eens en voor altijd gestorven (Rom. 6 : 1 0 ) en leeft nu in alle eeuwigheid om voor ons te pleiten (Hebr. 7 : 2 5 ) . Zijn gemeente is dus nooit zonder Hoofd.
Suchitepequez (Guatemala) Joel Miranda
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
