In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De Apokriefen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Apokriefen

8 minuten leestijd

Dhr. P. J. de Gier uit Rotterdam zond ons een fotocopie van een hoofdstuk uit het boek van T. M. Looman „Gids voor de Bijbellezer" (uitg. Callenbach Nijkerk, 1913), dat handelt over de apokriefe boeken van de Bijbel. Wij dachten dat de lezing daarvan interessant is voor onze abonnees. Daarom laten we het hieronder volgen.

Onder apokriefe (dat wil zeggen: verborgen, twijfelachtige) boeken (zie blz. 20) verstaat men zekere boeken, die soms als een aanhangsel tot het Oude Testament bij de Bijbel zijn gebonden en die toch niet tot de van God ingegeven boeken behoren. Zij zijn uit Palestina en Egypte afkomstig en in het Grieks, Hebreeuws of Aramees geschreven. Zij komen merendeels wel in de Griekse vertaling van 'r O.T. voor, maar niet in 't ons overgeleverde Hebreewse O.T. Zij zijn :

1. Het derde boek van Ezra (Esdras); dus genoemd omdat het boek van Nehemia wel eens het tweede van Ezra is geheten, 't Bestaat uit 9 hoofdst.: hoofdst. 1 stemt overeen met 2 Kron. 35 en 36; 2:1—15 met Ezra 1; 2 : 16—31 met Ezra 4 : 7—24; 3—5 : 6 vormen een fabelachtig verhaal aangaande Zerubbabel; 5 : 7—70 stemt overeen met Ezra 2—4 : 6; 6 met Ezra 5, 6: 1—12; 7 met Ezra 6 : 13—22; 8 met Ezra 7—9 : 6; 9 : 1—36 met Ezra 9 : 7—15; 9 : 37—56 met Neh. 7 : 73— 8 : 13. 't Boek schijnt, zoals 't tot ons gekomen is, een fragment uit een groter geschrift — wellicht van plm 100 v. Chr. Alleen de Griekse kerk houdt het voor kanoniek.

2. Het vierde boek van Ezra, een apokalyptisch geschrift, gesteld op naam van Ezra, doch misschien eerst uit de tijd van Domitianus afkomstig, waarin door Ezra vragen gedaan en door de engel Uriël beantwoord worden over 't Godsbestuur. De eerste twee en de laatste twee hoofdstukken schijnen van Christelijke oorsprong, 't Is alleen uit Latijnse, Arabische en Ethiopische vertalingen bekend. Alle kerken verwerpen het.

3. Het boek van Tobit of van Tobias 1), blijkbaar een verdicht verhaal van een ten tijde van Salmanassar 'omstreeks 720 jaren v. Chr) gevangen genomen Israëliet, is vol aardrijks-, tijd-, reken-, en geschiedkundig feilen. De verschillende lezingen van dit boek lopen ook zeer uiteen. Het begunstigt bijgeloof, eigengerechtigheid en leugen, vooral ook het verdienstelijke van aalmoesgeven (4:11, 12; 12:9). En uit letterkundig èn uit geschiedkundig oogpunt beschouwd is 't echter niet zonder waarde.

Men gist, dat het uit de aanvang dei tweede eeuw v. Chr. dateert. De Roomse kerk houdt het voor kanoniek.

4. Het boek Judith wemelt ook van gelijke feilen en leert een zedekunde, die in strijd is met het Evangelie: want de heldin van het boek die tot voorbeeld wordt gesteld, is niet anders dan een bedriegster, die ons zou willen wijs maken, dat God met haar is, om haar valsheid te zegenen (11 : 10, 13; 13 : 16). En Tobit èn Judith (dat wellicht uit dezelfde tijd dateert) zijn vermoedelijk niet als geschiedenis, maar als leerrijke verdichting bedoeld. De Roomse kerk houdt het voor kanoniek.

5. Aanhangels tot het boek van Esther. Deze zijn door een onhandige in de Griekse vertaling ingelast, vooral om daaraan een „vromer" toon te geven, en zo in de Vulgata opgenomen. Zij leveren mede scherpe tegenstrijdigheden met de Bijbel op (verg. hoofdst. 11:2 met Esth. 2:16, 19; hoofdst. 12 : 5 met Esth. 6:3; hoofdst. 15 : 10 met Esth. 4 : 2 en hoofdst. 12 : 6 met Esth. 3:5).

6. Het boek der Wijsheid van Salomo. Het is door een Alexandrijnse Jood (7 : 17—21) vermoedelijk even vóór 't begin van onze jaartelling, in het Grieks geschreven en de wijsheid, die hij predikt, is geen andere dan Alexandrijnse filosofie. Het leert o.a. het bestaan der ziel vóór dat van het lichaam (8 : 19, 20). Onder de Apokriefe boeken van didactische inhoud staat 't zeker bovenaan. De roomse kerk heeft het voor kanoniek erkend.

7. Het boek Ekklésiaskus, of de Wijsheid van Jezus (de zoon van) Sirach, is in het Hebreeuws naar het schijnt in de 3de eeuw vóór Chr. (stukken van het origineel zijn in 1896 teruggevonden) geschreven en door de kleinzoon van de schrijver (132 v. Chr.) in het Grieks vertaald. De wijsheid, die daarin geleerd wordt, is vaak aards en in strijd met hetgeen de Heilige Schrift leert. Daarnaast bevat het echter ook veel, dat de lezing en overdenking waardig is. Draagt het Boek der Wijsheid een meer bespiegelend karakter, Jezus Sirach beweegt zich vooral op het gebied van het praktische leven (14 : 11—17; 30 : 6; 38 : 16—22). De roomse kerk heeft het voor kanoniek erkend.

8. Het boek van Baruch, valselijk onder de naam van Jeremia's schrijver uitgegeven, heet door hem uit Babel naar Jerusalem gezonden; het bevat een aansporing tot schuldbelijdenis en de verzekering, dat God eindelijk Zijn volk genade betonen zal; het staat gedurig in lijnrechte tegenspraak met de Heilige Schrift. Achter dit geschrift is gevoegd de brief van Jeremia, waarin de ballingen in Babel gewaarschuwd worden tegen de afgoderij. Men gist, dat deze geschriften eerst in de eerste eeuw na Chr. vervaardigd zijn. De roomse kerk heeft het voor kanoniek aangenomen.

9. Het gezang der drie jongelingen in de vurige oven.

10. Geschiedenis van Suzanna.

11. Geschiedenis van (de afgod) Bel en de Draak.

Deze drie boeken zijn aanhangels van het boek van Daniël, die in de Griekse overzetting en in de Vulgata worden gevonden. Zij verdienen niet meer vertrouwen dan die van het boek Esther. Vele zaken strijden regelrecht met het boek van Daniël. De roomse kerk heeft ze nochtans als kanoniek aangenomen.

12. Het gebed van Manasse, in enige Griekse handschriften achter 2 Kron. 33 : 13, 18—20 gevoegd, werd eerst in de vierde eeuw na Chr. vermeld. Alleen de Griekse kerk houdt het voor echt.

13. De boeken der Makkabeën. Vier zijn er, die deze naam dragen, waarvan de eerste twee alleen door de roomse kerk voor kanoniek gehouden, de laatste twee door alle kerken als onecht verworpen worden.

— Het eerste behandelt zeer in het kort de geschiedenis van Alexander de Grote en zijn opvolgers, en verhaalt daarna breder de geweldenarijen van Antiochus Epifanes, de opstand en de strijd, daardoor ontbrand — geleid door Mattathias en drie van zijn zone.i Judas (Makkab = hamer), Jonathan en Simon. Het Boek is zeer belangrijk voor Israëls geschiedenis, maar staat in de opvatting der feiten verre achter bij de in profetische zin geschreven kanonieke geschiedboeken. Het is wel tussen 105 en 80 v. Chr. samengesteld. Het tweede verhaalt voornamelijk de vervolgingen, die de getrouwe Joden ondergaan hebben en de krijgsbedrijven van „de Makkabeër" (zoals Judas in dit boek veelal genoemd wordt); 't bedoelt vooral op de viering van het feest der Tempelvernieuwing en van de Nikanorsdag aan te dringen. Het staat veel lager dan het eerste, bevat allerlei fabelen en is in de voorstelling van werkelijk historische gebeurtenissen uiterst onbetrouwbaar. Het is wel jonger dan het eerste, wel uit het midden der eerste eeuw v. Chr. De roomse kerk erkent I en II Makkabeën voor echt. — Het derde verhaalt een redding der Joden in Egypte, die zij onder Ptolemeús Filopator zullen ondervonden hebben; het boek heeft generlei gezag en luttel waarde. — Het vierde.boek schildert de martelingen van Eleazar en van de zeven broeders tot aanbeveling van een Godvruchtig verstand, dat de aandoeningen meester blijft, en tot aanprijzing van trouw aan de wet en van een Godvruchtig leven.

De redenen waarom wij deze boeken als niet-kanoniek beschouwen zijn derhalve deze:

1 .Omdat de Joodse kerk (althans het Palestijnse Jodendom) „aan welke de wooroen Gods waren toevertrouwd" (Rom. 3 : 2), ze nooit in de canon heeft opgenomen.

2. De eerste Christenen hebben ze daarom ook niet voor kanoniek erkend.

3. De Heeie Jezus Christus en cie apostelen, die zich dikwijls op de boeken des Ouden Testaments of op plaatsen daaruit beriepen, hebben tegenover bijna zeshonderd aanhalingen uit de kanonieke boeken , nooit één der apokriefe aangehaald.

4. De Christenen der eerste vier eeuwen hebben ze niet voor Goddelijk erkend, hoewel zij ze soms lazen; doch nimmer hebben zij er enig meer dan menselijk gezag aan toegekend.

5. Wij verwerpen ze, omdat zij geschreven zijn, nadat de profetische geest had opgehouden en hun schrijvers zich overigens aan ons voordoen als gewone schrijvers (1 Makk. 4 : 46 enz.).

6. Omdat zij leerbegrippen en stellingen verkondigen of voorstaan, die in strijd zijn met de geloofs- en zedeleer der Heilige Schrift. Zo verheerlijkt b.v. II Makkabeën een zelfmoord.

7. De kerkvaders der eerste eeuwen, en onder deze Hiëronymus, de vertaler der Heilige Schrift, ook de oude leraars der roomse Kerk, verklaren eenstemmig, dat de apokriefe boeken geen geschriften van Goddelijk gezag zijn. Zelfs een Paus, Gregorius I, verklaarde in 604 „dat hij meende niet kwalijk gehandeld te hebben door het boek der Makkabeeërs aan te halen, hoewel (voegde hij er bij) het niet kanoniek is, maar alleen geschreven tot stichting der gelovigen". Van die tijd af zijn zij aliengs aangenomen, ofschoon het concilie van Konstantinopel in 681 het besluit nog heeft bekrachtigd van dat van Laodicea, in 364 gehouden, hetwelk de apokriefe boeken verworpen had; totdat het beruchte concilie van Trente (het voorlaatste algemeen concilie, van 1545 tot 1563 gehouden, hetwelk de leer en tucht der roomse kerk heeft uitgedrukt en vastgesteld) in zijn derde zitting de 8sten Aptil 1546 ze bijna alle in de rij der Heilige Schrift heeft opgenomen.

Onder de Apokriefen zijn enkele Pseudepigrafen opgenomen, d.w.z. geschriften gesteld op de naam van een in de Heilige Schrift genoemd persoon, namelijk III en IV Ezra, Baruch, het gebed van Manasse. Zulke geschriften bestaan er nog verscheidene meer, b.v. het Boek Henoch (zie Judas vs. 14 vlg.), het Testament der XII Patriarchen, de Hemelvaart van Jesaja (waarin het martelaarschap van die profeet verhaald wordt, waarop Hebr. 11:37 schijnt te zinspelen), de Psalmen van Salomo, de Hemelvaart van Mozes (Judas vs. 9); met deze geschriften verwant zijn ook het Boek der Jubileën en een deel der Sibyllijnse Boeken.

Er zijn ook apokriefe boeken van het Nieuwe Testament, meestal Pseudepigrafen, maar niet één Christelijke kerk heeft ze voor kanoniek erkend. Men heeft ze ook nimmer 'bij de Bijbel gevoegd en voor de kennis der Heilige Schrift hebben ze weinig of geen waarde. Zij bevatten bijzonderheden aangaande het leven van Jezus en de apostelen buiten die, welke in het Nieuwe Testament zijn vervat, maar merendeels zo fabelachtig en onbeduidend, dat zij het lezen niet waard zijn. Vele van deze geschriften hebben een bepaalde tendens en hadden de bedoeling een of andere ketterij te sanctioneren.

Ook zijn er tal van apokriefe brieven en apokalypsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De Apokriefen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's