In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De terugkeer van Jezus Christus…naar de Openbaring van Johannes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De terugkeer van Jezus Christus…naar de Openbaring van Johannes

6 minuten leestijd

Onder deze titel heeft H. Verweij een boek uitgegeven (252 blz. Uitg. Wever, Franeker, ƒ27,50), waarin hij een verklaring geeft van het laatste Bijbelboek. Hij ontwikkelt een verrassende visie zoals we overigens van hem gewend zijn.

Dat begint al met de verklaring van de titel die boven dit Bijbelboek staat: „De openbaring van Jezus Christus" (1:1). Volgens Verweij betekent dat niet de openbaring die Jezus geeft aan Johannes, maar het Zich openbaren als Koning van de wereld, wanneer Christus aan het einde der tijden de aarde in bezit gaat nemen. Verweij meent dat we dat moeten verstaan vanuit het Israëlische lossers-principe. De losser heeft dan reeds rechtens de claim op het ontvreemde erfgoed, maar het kan nog enige tijd duren, voordat hij het ook feitelijk in bezit gaat nemen. Hij zegt dan ook: „Christus is de bloedverwant die plaatsvervangend het vervreemde erfdeel terugkoopt met Zijn bloed" (p. 91).

Wij citeren:

Onder de wetten en gebruiken van Israël mocht een bezitting niet langer dan een vastgestelde termijn vervreemd worden, dat wil zeggen in vreemde handen blijven Welke voorwaarden er ook bij de verkoop van een bezit gemaakt werden en wie ook de koper was, in liet Jubeljaar moest het verkochte eigendom terug naar d0 wettige vertegenwoordigers van de oorspronkelijke eigenaar.

Op deze regel was nog een andere verordening gebaseerd: aan de bloedverwanten van iemand die om welke reden dan ook zijn eigendom had moeten vervreemden, werd het recht verleend in zijn plaats het verkochte eigendom terug te kopen en na een bepaalde termijn ook in bezit te nemen. Het terugkopen van vervreemd eigendom werd „lossen" genoemd en de koper, die plaatsvervangend optrad voor de oorspronkelijke bezitter, was de „losser" of „Goël". Daarom bestond een koopakte uit twee delen: een open stuk met de voorwaarden van de koop en een verzegeld deel met de garantie van het recht van terugkoop van een vervreemd erfdeel. Op de bepaalde termijn kwam met het verbreken van de zegels door de losser het verkochte bezit weer in eigendom van de oorspronkelijke eigenaar of erflater.

We zouden het verzegelde deel van de koopakte dus ook een testament kunnen noemen.

Een duidelijk voorbeeld van zo'n procedure vinden we in Jeremia 32:6-12, waar de profeet als losser moet optreden. Hij vervult hier tevens een profetische opdracht, want de Here wil hiermee betuigen dat Israël niet voor alijtd van zijn erfenis beroofd wordt, maar dat eens de ontroofde erfenis gelost zal worden. Verzegelde en open brief zullen vele dagen worden bewaard. De lossing is de garantie dat er nog huizen, velden en wijngaarden in Israël gekocht zullen worden. (Jer. 32:14, 15).

Brengen wij de lossersprocedure nu over op het visioen van Ap. 5, dan krijgt alles een machtig perspectief. We behoeven er niet aan te twijfelen dat het visioen van de boekrol met de zeven zegelen geheel overeenkomt met de lossing van het vervreemde eigendom. Die overeenkomst is zo frappant, en van verzegelde boeken wordt in de Schrift zo veelvuldig gesproken bij zulke transacties, dat deze boekrol op Gods rechterhand ook alleen in verband kan worden gebracht met een vervreemd erfdeel.

Zo gezien is dit gedeelte van de Apokalyps bijzonder onthullend voor de gehele inhoud van deze toekomstprofetie. Het verplaatst ons naar het moment dat Christus als losser optreedt, dat wil zeggen dat Hij uit de handen van de Vader een vervreemd erfdeel onvangt.

Dit lossen is, geheel in de betekenis van de Apokalyps, het openbaar worden van de ver-lossing, het „tevoorschijn komen" van een heil dat tot op dit moment nog verborgen was. Ook hier weer het principe van het openbaar worden (openbaring) van iets dat wel reeds aanwezig was, maar nog niet zichtbaar.

Zo is ook de verlossing in Jezus Christus al lang een feit in Zijn geboorte, leven, dood en opstanding. De verlossing in Christus is gefundeerd in Zijn eerste optreden op aarde, maar de openbaring, het „te voorschijn komen" van deze verlossing ligt nog in de toekomst. Dat de verlossing reeds geopenbaard is in de gemeente doet niets af van dit feit, want de gemeente is nu nog een verborgen organisme in de wereld en haar verlossing is alleen bekend aan hen die tot de gemeente behoren.

De volkomen openbaring van de verlossing is een erfenis die pas bij de lossing door Christus „openbaar" zal worden, (p. 86-87).

Om het vervreemde eigendom weer in bezit te krijgen zal Hij als een leeuw onder de vijanden moeten zijn, want ofschoon Hij met Zijn eigen bloed betaald heeft, zullen de „bezetters" van het eigendom (en dat is onze gehele wereld) zich tot het uiterste verzetten. De wereld zal nu van alle vreemde indringers en wederrechtelijke bewoners gezuiverd moeten worden. De „vorst van deze wereld", de tegenstander of satan, en allen die hem bewust als leider erkennen willen niets weten van de LOSPRIJS, d.i. het OFFERBLOED van Jezus Christus, en zij zullen zich niet aan Hem onderwerpen.

Daarom zien wij straks dat het geleidelijk openen der zegels de geleidelijke inbezitneming van het wederrechtelijk verkregen eigendom inhoudt. De grote gerichten en rampen waarmee deze inbezitneming van de aarde door de HEER gepaard gaat, is niet uitsluitend op te vatten als oordeel en straf, maar ook als gevolg van het feit dat de wederrechtelijke bezitters van deze wereld hun gebied niet prijs willen geven. (p. 90).

Ook Verweij verdedigt in zijn boek de leer van de opname van de gemeente. Hoewe er sterke argumenten voor zijn aan te voeren, heb ik ook mijn aarzelingen. Mijn voornaamste moeilijkheid is dat dan de Heilige Geest de weerhouder zou zijn, waarover Paulus schrijft in 2 Thess. 2. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat Paulus dan de naam van de Heilige Geest niet zou genoemd hebben. Paulus schrijft dat de Thessalonicenzen moeten wachten, totdat die weerhouder zal worden weggedaan, verwijderd worden. Het klinkt in mijn oren wat oneerbiedig, wanneer hij zo over de Heilige Geest zou hebben geschreven.

Ik moet echter erkennen dat meerdere teksten van de Bijbel zich gemakkelijker voegen in een helder systeem, wanneer je uitgaat van deze opname van de gemeente vóór de grote verdrukking en dus voor de algemene opstanding der doden. Maar laat ieder zelf oordelen en desgewenst zich dit boeiende boek aanschaffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De terugkeer van Jezus Christus…naar de Openbaring van Johannes

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's