DE VERWACHTING VAN ZIJN WEDERKOMST
Elk waarachtig christen leeft uit de verwachting van de wederkomst van Christus, dat kán met anders. Immers hij heeft zijn Heere leren kennen door het geloof. Dat is een waarachtig innerlijk kennen, maar het is nog omsluierd. Je geniet nu reeds intens van die omsluierde gestalte van Christus, van Zijn voor ons getemperde heerlijkheid. Maar graag zou je zien dat die sluiers verwijderd werden, zodat je rechtstreeks zou kunnen schouwen in Zijn heerlijkheid. Maar dat gebeurt pas bij Zijn wederkomst. Daarom is het Maranatha de bede van elke christen.
Maar hoe en wanneer zal die wederkomst plaats hebben? Daarover zijn veel meningen, ook onder oprechte christenen. Zeil heb ik daarover nog geen vaste overtuiging. Het zou een grondige studie vergen en daarvoor heb ik nog steeds geen tijd gehad. Allerlei andere vragen eisten mijn aandacht. Wel heb ik veel moeite met de tradionele kerkelijke opvatting, die beweert dat het duizendjarig rijk reeds gekomen is. Met Augustinus (in De Civitate Dei) beweren zij dat dit rijk vooral een aanvang heeft genomen met keizer Constantijn.
Ik heb daar echter verschillende bezwaren tegen. Leven wij sindsdien in de tijd, dat de satan gebonden is „opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaar zouden geëindigd zijn "(Openb. 20:3)? Nee, dat kan ik beslist niet aannemen. Denkt u maar even aan de geschiedenis. Ik noem slechts een paar voorbeelden:
„De tijd van het laatst der negende eeuw tot het midden der tiende eeuw is misschien de treurigste uit geheel de geschiedenis der kerk en wordt niet ten onrechte de ijzeren, de duistere eeuw (saeculum obscurum) genoemd". Aldus kardinaal de Jong in zijn „Handboek der kerkgeschiedenis", II, p. 92. De Duitse kerkgeschiedenis-schrijvers spreken over „das verrufene zehnte Jahrhundrt" (de beruchte tiende eeuw).
En dan in de tijd van de latere middeleeuwen… was ook toen de satan gebonden? En het zedelijk verval aan het hof van de pausen die zich de plaatsbekleders van Christus noemden, was erger dan ooit. Er zijn toen heel wat wrede en wellustige pausen geweest. En teen de Reformatie kwam en overal de brandstapels rookten en kinderen Gods in de naam van Christus gemarteld en gedood werden… was toen de satan gebonden?
En heeft de satan in al die eeuwen de volken niet meer verleid? Nee, dat wil er bij mij niet in. Wat betekenen dan nog al die rijke beloften van de Bijbel, wanneer we zouden moeten aannemen dat dit de vervulling zou zijn van de belofte dat de satan gebonden is gedurende duizend jaar? Wat een bleke en povere indruk zouden we dan niet moeten krijgen van de vervulling van Gods beloften.
Er staat over dat duizendjarige rijk ook nog: „Zij zullen… met Hem als koningen heersen duizend jaar lang" (vs. 6). Nee, van dat heersen als koningen met Christus is weinig zichtbaar geworden. Ik meen ook niet dat dit de bedoeling van Christus was. Integendeel, de ware gelovigen zullen altijd in de verdrukking möeten leven, ook in de kerken. Kijk maar even terug in de geschiedenis. De hoogmoedigen, de eerzuchtigen en de Strebers hebben de eenvoudigen die in stilheid alles van de Heere verwachtten, steeds in een hoek getrapt. Ze hebben op allerlei wijze zichzelf laten bewieroken in hun kerkelijke machtszetels.
Heeft Christus niet Zelf tot Zijn discipelen gezegd: „In de wereld zult gij verdrukking hebben" (Joh. 16:33). Dat is dus heel wat anders dan „als koningen heersen met Hem". De Heere voegt er aan toe: „Maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen". Dat is echter bedoeld als een bemoediging temidden van de druk en het lijden en de vervolging. Trouwens wanneer je echt als koning met Hem zou heersen, dan heb je geen bemoediging meer nodig. Maar Christus wil hen blijkbaar in het vooruitzicht stellen dat die overwinning van Hem over de wereld ook eenmaal zich ten volle zal openbaren; eenmaal, dat is wanneer Hij wederkomt.
Het lijkt mij ook niet mogelijk dat je dat heersen als koningen met Christus geestelijk zou kunnen verstaan. Immers waarom zou dat dan slechts voor een beperkte tiid zijn. Het geestelijke koningschap van de gekochten van Christus neemt nooit een einde.
Chiliasme
Maar hoe moeten we dat duizendjarig rijk dan wél verstaan? Zoals ik al zei, ik heb daar zelf geen vaste overtuiging over. Natuurlijk wijs ik het chiliasme van de anabaptisten af zoals dat tijdens de Reformatie gepredikt werd en dat eindigde in de katastrofe van Múnster. Maar ik vind het beslist onjuist om iedere gelovige die het duizendjarige rijk letterlijk opvat, te brandmerken met het schimpwoord „chiliast". Zo mogen wij als broeders en zusters niet met elkaar omgaan. Wij moeten naar elkaar luisteren. Dat doe ik nu al jaren. Maar er komen zoveel verschillende meningen op mij af, dat ik maar moeilijk tot een keuze kan komen. Wie heeft gelijk: de Maranathabeweging zoals die sterk door Johannes de Heer naar voren werd gebracht, ds. Leenhouts met zijn visie op Openb. 10, de BritsIsraël-beweging met de bewering dat wij behoren tot de verstrooide tien stammen Israëls, Hall Lindsey? Daar komt nog bij:
Door het oog der profeten
Ik kreeg ter recensie toegezonden: „Door het oog der profeten", door A. Luijben, 370 blz. Prijs ƒ 20,— plus ƒ 5,— voor verzendkosten. Kan besteld worden door overmaking van ƒ 25,— op giro 3955587 van „Stichting Attent" te Soest.
Ik had al meteen een zwak voor de schrijver van dit boek, omdat ik hem persoonlijk goed ken en omdat hij een „leek" is, een eenvoudig gemeentelfd en geen geschoold theoloog. Misschien is dat bij mij nog altijd een reaktie tegen de volkomen overheersing van de theologen in de r.-k. kerk, die evenals de schriftgeleerden in de tijd van Christus neerzagen „op de schare die de wet niet kent" (Joh. 7:49).
Br. Luijben is beheerder van een garage. Hij heeft nooit een theologische opleiding gevolgd aan een van onze theologische fakulteiten. Maar zijn boek is een bijzonder knap staaltje van Schrift-studie en van de opbouw van een hypothese over de spoedipp wederkomst van Christus. Ook al zal een lezer het wellicht toch niet met zijn uitkomsten eens zijn, dan zal dit boek hem toch inleiden in vele Schriftgegevens, waar je anders gemakkelijk over heenleest. Die teksten bieden zich dan indringend aan je aan. Je kunt er niet meer langs. Je moet je dan wel afvragen: als de visie van br. Luijben niet juist is, hoe moet ik ze dan uitleggen? En dat zou op zichzelf al een grote winst zijn. Schriftstudie, mits die in ootmoedig gelovig luisteren gebeurt, brengt altijd zegen mee.
Is Rome de hoer?
Wat is dan de visie van br. Luijben. Hij meent dat met de hoer van Openb. 17 bedoeld is: „de Rooms-Katholieke Kerk en de anderen, welke afgeweken zijn van het Woord van God" (p. 74). „De apparatuur waarvan de antichrist zich bedienen zal, staat gereed. Hij zal opereren vanuit de Rooms-Katholieke Kerk, met alle kerken en godsdiensten die hiermee verbonden zijn", (p. 75).
Deze visie op de Rooms-Katholieke Kerk als de macht, waarvan de antichrist zich bedienen zal, werkt Luijben nader uit in hoofdstuk V. „Het is deze kerk die te zetten. En het is weer deze kerk die satan in de eindtijd naar zijn hand zal zetten, door de antichrist" (p. 51), want de antichrist zal zich niet bedienen van een aards rijk in de oude zin des woords, „maar in de plaats daarvan komt een godsdienstige, een religieuze macht" (p. 51). En Luijben meent dat te kunnen bewijzen o.a. met 2 Thess. 2:3-4.
En de antichrist zelf? „Vermeldenswaard is overigens het feit dat de stam van Dan niet wordt genoemd (bij de 144.000 getekenden in Openb. 7:1-8 en 14:1-5, HJH). We zagen reeds eerder dat de stam van Dan, de tussengeschovene, steeds een negatieve rol onder het Joodse volk heeft vervuld. Uit dit geslacht kwam eens Judas IsKarioth voort, de man die Jezus verried. Ook zagen we al eerder dat we met de mogelijkheid rekening moeten houden dat de antichrist in deze stam zijn oorsprong zal hebben. Typerend is dat de plaats van de stam van Dan wordt ingenomen door de stam van Manasse, Jozefs oudste zoon. We zien de parallel met de twaalf discipelen van Jezus; de plaats van Judas werd ook daar door een ander ingenomen" (p. 101).
Die dag er. die ure
Luijben is heel konkreet in zijn aanduidingen. Hij citeert het woord van Christus: „Van die dag en die ure weet niemand", maar meent dat wat de jaren betreft, er wel met enige benadering kan gesproken worden over een tijdfase, waarin Christus wederkomt. Hij heeft het volgende schema:
Het eerste wee (Openb. 9:1-11): vanaf het optreden van Napoleon 1795 tot en met de tweede wereldoorlog, die eindigde in 1945.
Het tweede wee (Openb. 9:13-21 en Matth. 24:7-14): 1945-1988, waarbij hij de laatste jaarweek van Daniël laat aanvangen in 1981.
Het derde wee (Openb. 11:14): 1988-1998, wanneer volgens hem het duizendjarige rijk een aanvang neemt.
Zoals ik al in het begin schreef, heb ik mijzelf nog geen oordeel gevormd over een bepaalde vorm van toekomstverwachting. Ik .heb uit de verschillende opvattingen nog geen keuze kunnen doen. Daarom wil ik deze opvatting van br. Luijben doorgeven, zonder er mij voor of tegen uit te spreken. Dat is overigens ook steeds het beleid geweest van ons blad. In punten die door oprechte christenen onderwerp van diskussie zijn, houdt IRS zich afzijdig. Wij hebben veel vertrouwen in het reformatorische beginsel van de mondigheid van elk kerklid. Een ieder die er meer van wil weten, schaffe zich dit boek aan en vorme zichzelf een oordeel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
