In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Het grondpatroon van de reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het grondpatroon van de reformatie

6 minuten leestijd

Het tweede thema was: „Door God verkoren"

U begrijpt wel, dat waar de Reformatie zó over de mens spreekt — zo diep en zo laag van toon — het geen wonder is dat deze verlorenen maar één roem overhouden, namelijk de soevereine heilswil van God. Dit alweer in tegenstelling tot Rome. Rome stelt namelijk dat God de verzwakte wil van de mens een handje helpt. Dan doen we het samen, dat is: in coöperatie tussen God en mij. Maar dat kan niet!

H. J. Iwand, een groot kenner van de Reformatie, zegt: „De herontdekking van de predestinatie (dus van de verkiezende God!) behoort tot de oerelementen van de reformatorische heilszekerheid". Let erop, dat dit tot de oerelementen van de heilszekerheid behoort, want we hebben het niet over een mohammedaans fatalisme, of over een objektieve, beschouwelijke systeemzucht, waarin we alles rond willen hebben en herleiden tot een evenwicht tussen verkiezing en verwerping. Nee, dat „Soli Deo Gloria", (dat alleen God de eer) behoort tot de heilszekerheid. En u moet niet denken dat u dat minder bij Luther vindt dan bij Calvijn. Ze worden nogal eens een keer wat populariserend tegenover elkaar gezet. Bij Luther zou het dan gaan om: „Hoe krijg ik een genadig God" en bij Calvijn om: „de eer van God". Hoe langer u in de reformatoren zelf studeert, des te meer komt u er achter, dat men het zo simpel niet kan stellen. Hoogstens zijn het accentueringen; maar alle twee zijn ze gegrepen door de eer van God! Hij alleen moet het doen, Hij zal het doen en Hij wil het doen.

Tegenover Erasmus' boek „De vrije wil" heeft Luther geschreven „Van de knechtelijke wil": over de gebonden, slaafse, onvrije wil. Daar spreekt hij, frappant is dat, precies zoals later Calvijn over de predestinatie zal spreken. Ze spreken er echter over als troost, als heilsgrond, dus niet beschouwelijk voorwerpelijk om de gemeente ermee dood te slaan, maar om heilsgrond onder de voeten van verlorenen te leggen! Luther zegt ergens dit: „De predestinatie is niet zo ondoorgrondelijk als denkt, maar zij is uiterst zoet voor de verkorenen, ze is uiterst zoet voor degenen die door de Geest naar het Woord luisteren, maar ze is bitter en hard voor de wijsheid van het vlees". Voor de wijsheid van mijn vlees is het hard als God zegt: „Ik zal", maar in mijn verlorenheid is er geen heerlijker boodschap dan dat God het alleen zal doen.

Wel, in de Reformatie is predestinatie bijna een ander woord voor genade. We noemen het ook dikwijls met een soort tautologie: „vrije genade". Genade is altijd vrij! „Vrije genade" is ongehouden, onverdiende genade, die van één kant komt. „Liefde kan niet van één kant komen", zeggen de mensen dan! Ja, maar behalve in de kerk, daar komt ze van één kant (en vervolgens ook van twee, maar eerst van één kant: „We hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad").

Zie, dat is het hart van de predestinatie, dat het niet is van degene die wil, en dat het niet is van degene die loopt, maar dat het is van de ontfermende God. U zegt wellicht: „Dat vind ik zo'n zwaar en moeilijk te verteren woord" Dat is niet waar, vrienden, dat is niet waar! Weet u voor wie dat een zware en bittere pil is? Voor mensen, die denken dat ze zo goed willen en zo goed lopen! Als u nu echter moet zeggen op grond van het Woord van God: „O God, ik wil niet meer en ik loop niet meer", is het dan geen opbeurend Evangelie, dat God zegt: „Nu is het niet desgenen die wil (komt dat goed uit!) en nu is het niet van degene die loopt (komt dat niet wonderlijk van pas, als je geen voeten meer hebt om te lopen?); dat je dan mag horen: nu is het van de ontfermende God. Nee, niet om de vastheid van het geloof op losse schroeven te zetten, staat dit geschreven, maar juist om het geloof vast te schroeven!

Het gaat in de Reformatie nooit om de wilsbeschikking van de mens: „Ik wil, en daarom word ik zalig". Neen, het gaat om de wilsbeschikking van God, Zijn verbondswil. Dat is de bron van het heil. God gaf Zijn Zoon voor mensen, die slechts mens zijn. Dringt dat tot u door? Is dat ooit tot u doorgedrongen, waardig en volstrekt aan bod.

Mag ik weer twee spitsen naar deze tijd geven?

1. Het betekent naar buiten gericht dit. U weet wel dat vandaag God zo lichtvaardig vermenselijkt wordt; dat God, de Eeuwige God, verhistoriseerd wordt, in dit tijdelijke vlak getrokken wordt; dat God vandaag wordt neergehaald tot het platte vlak van deze geschiedenis en van deze aarde en dat de mens dan een partner heet, en God een „partner-god". Maar dat is in feite ontheiliging van die Naam Gods, dat is lastering van die eeuwige, soevereine God! En dan zijn we wel zeer ververwijderd van de reformatorische eerbied voor de Majesteit Gods.

2. De binnenwaartse spits is deze: Het is óók ontheiliging van de Naam om onze prediking en ons hele geloofspatroon te laten rusten op een soort fatalistische verkiezingsleer in plaats van op de Christus der schriften en Zijn beloften. Dat „Ik zal" van God is de grondslag en het centrum van waaruit alles gestalte krijgt. Wij moeten in de prediking maar niet speculeren op de gewilligheid van de mens. En we moeten zeker ook de mensen niet vastsnoeren op legio kenmerken. Als ik nu elke keer maar weer onder de prediking, moet gaan staan om te zien of ik al aan de maat ben. Hoedan wel? We hebben het welbehagen Gods dicht bij de beloften Gods te houden. Calvijn schrijft: „Raad Gods heet de verkondiging van het Evangelie, opdat niemand eraan twijfele dat zij uit Gods binnenste hart gevloeid is, en de gelovigen telkens wanneer zij het Evangelie vernemen, daarvan verzekerd zijn dat het geheime, eertijds verborgen raadsbesluit bekend gemaakt wordt, dat God tot onze verlossing voor de grondlegging der wereld heeft ontworpen". Waar de beloften van kosteloze, vrije genade klinken, daar wordt Gods verkiezing ontvouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Het grondpatroon van de reformatie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's