IS REVOLUTIE OOK EVOLUTIE ?
U zult begrijpen dat onze Spaanse editie niet gelijk is aan onze Nederlandse editie. Veel artikelen uit onze IRS worden daarin wel overgenomen, maar lang niet alle, omdat in onze IRS er allerei zaken besproken worden die op de Nederlandse situatie betrekking hebben. Zo hebben wij in En la Calle Recta een artikel gepubliceerd van de bekerde schrijver A. Janse, met de titel: „Revolutie is geen evolutie". Wij ontvingen daarop een reaktie van een lezeres in Portugal die we graag hieronder laten volgen.
Geachte Broeder Hegger
Ik ben geschokt door enkele uitlatingen in het artikel van A. Janse. Het spijt me, maar ik kan niet aan de indruk ontkomen, dat het vraagstuk van de revolutie in dat artikel zeer oppervlakkig werd behandeld.
Het gaat hier niet om een academische kwestie, een theoretische vraag. Het is een probleem van leven en dood voor velen in onze landen van de derde wereld. Versta me goed: de revolutie is voor mij op geen enkele wijze een ideaal, integendeel. Maar wanneer de regeringen in onze dagen gebruik maken van struktureel geweld tegenover de armsten in sommige delen van de wereld, dan vergaat mij de lust om met zoveel stelligheid mij te keren tegen hen die alleen maar in de revoutie een oplossing zien. Ik kan niet met zoveel gemak als A. Janse dat doet, er bij deze onderdrukten op aandringen om hun juk te dragen. Het kan niet over mijn lippen komen om tegen hen te zeggen: Heb geduld, wacht maar.
Ik heb het goed. Maar wat weet ik af van iemand die geen brood en geen werk heeft en die geen enkel recht kan doen gelden? Ik kan slechts gissen naar wat zo iemand voelt.
En ben ik dan een christin, waarnneer ik zeg: „Probeer het uit te houden. Alles sal reg kom?" Waarom vraag ik van de anderen een geduld dat ik zelf misschien niet bezit? Ik zeg niet dat ik een revolutie moet beginnen. Maar ik vind het wel erg dat anderen moeten lijden vanwege onze zonden en ongerechtigheden, vanwege de onrechtvaardigheid die in de aard van onze geïndustrialiseerde wereld ligt opgesloten. Daarom kan ik niet gaan zoeken naar de schuld, wanneer anderen tot een revolutie overgaan. Ik geloof dat het beter is om onze tijd te besteden in het zoeken van een oplossing, hoe we deze wereld beter kunnen inrichten, zodat er minder honger wordt geleden en minder onrecht wordt begaan. En dat betekent voor ons wellicht dat we het peil van onze welvaart moeten laten zakken. Bovendien meen ik dat de verlossing die Christus bracht, en de Reformatie die het Evangelie van de verlossing door genade alleen opnieuw verkondigde, een grote revolutie, een geweldige omwenteling hebben betekend. En God gebruikt alles voor Zijn doeleinden zowel revolutie als evolutie, zowel omwenteling als ontwikkeling.
Ik moet er nog aan toevoegen dat wat A. Janse aan het slot van zijn artikel schreef over de oorlog van het calvinisme, nu niet bepaald in het voordeel is van de stelling die hij verdedigde. Het lijkt erop dat we de revoluties die we zelf ontketend hebben in de geschiedenis, altijd meer gerechtvaardigd vinden dan de revoluties van anderen. Van menselijk standpunt uit bezien is dat volkomen begrijpelijk. Maar laten we dit jnenselijke van ons dan niet proberen te verdedigen met het Woord van God.
Ik hoop dat u mij begrijpt. Ik wil eerlijk zijn. Ik weet dat u dat ook wil. En het is daarom dat ik mij vol vertrouwen tot u, br. Hegger, wend. Mijn gebeden zijn met u.
Gascais (Portugal) Seija Molina
ONS ANTWOORD:
Zelden heb ik het vraagstuk van de revolutie als mogelijke oplossing voor het strukturele geweld op zulk een heldere, bewogen, kernachtige manier getekend gezien. Seija schrijft vanuit een diepe bewogenheid. Zij heeft zelf enkele jaren in Chili gewoond en weet dus waar de ontwikkelingslanden mee worstelen.
Wat is struktureel geweld?
Misschien is het voor sommige lezers goed eerst duidelijk te maken wat bedoeld wordt met struktureel geweld. Dat is onrecht dat aan mensen wordt aangedaan door de bepaalde struktuur van een land b.v. door belastingwetten die de rijken ongemoeid laten, maar de armen zulke zware lasten opleggen dat zij daardoor honger moeten lijden. Dat strukturele geweld kan zich ook genesteld hebben in de wereldstruktuur, in de kapitalistische overheersing, waardoor de arme landen alleen nog maar armer en de rijke landen steeds rijker worden. Dit strukturele geweld staat tegenover het opzettelijke geweld b.v. bij een roofoverval, wanneer iemand bedreigd wordt: „Je geld of je leven!" Bij het strukturele geweld worden mensen van hun bezittingen beroofd door de onrechtvaardige wetten van het land of door de struktuur van onze huidige samenleving.
Als je van nabij kennis hebt gemaakt met de verschrikkelijke gevolgen van het strukturele geweld, dan grijpt dat je minstens evenzeer aan als wanneer je dezelfde gevolgen ziet van het opzettelijke geweld. Wanneer je ziet hoe kinderen uithongeren en wegteren, omdat hun vader geen bestaansmogelijkheid heeft vanwege onrechtvaardige wetten, dan is dat even hartverscheurend als wanneer dat het gevolg zou zijn van een roofoverval, waarbij vader alle geld en goed kwijt raakte. Het lijden van de kinderen is in beide gevallen hetzelfde.
Het Woord ons enig houvast
Maar wat moeten we nu antwoorden op de vragen die Seija ons stelde? Laat ik eerst zeggen dat ik een antwoord tracht te geven, niet vanuit een kil superiori teitsgevoel, niet vanuit een dogmatische zekerheid. Ik geef die antwoorden met een bloedend hart, een hart dat evenals dat van Seija lijdt onder al dat verschrikkelijke. Ik geef ook het antwoord in het besef van mijn eigen zondigheid. Maar ondanks mijn eigen zondigheid weet ik dat er toch zekerheid te vinden is, niet in mijzelf, niet in mijn eigen intellektuele kracht of menselijke wijsheid, maar in het Woord van God.
Dat Woord van God is mijn enige houvast. Als ik dat niet had, bleef ik nergens meer. Dan zou ik alleen maar overgeleverd zijn aan mijn eigen menselijke, dus verdorven, denken.
Nu zal Seija meteen antwoorden: „Maar, br. Hegger bent u dan niet bang dat u die Bijbel gaat interpreteren vanuit uw eigen, zondige achtergrond? Bestaat nud het grote gevaar dat wij die in de welvaart leven, zoeken naar teksten die de status quo, de voor ons prettige toestand waarin wij leven, verdedigen?" Dan is mijn antwoord:
Alleen luisterend naar zichzelf
Inderdaad, beste Seija, dat gevaar is levensgroot. Daar waarschuwt de Bijbel zelf ons voortdurend voor. Ik kan mij volledig vinden in wat Jeremia zegt: „Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het, wie kan het kennen?" (Jer. 17:9).
Als wij daar meer van doordrongen waren, dan zouden wij, reformatorische christenen, veel meer één zijn. Ook ik huiver soms van het gemak, waarmee sommige christenen hun standpuntjes vanuit de Bijbel verdedigen. Dat is loutere zondige zelfverzekerdheid en niet een zekerheid die uit het Woord Gods voortkomt. Zulke mensen luisteren ook niet echt naar wat anderen eveneens vanuit dat Woord naar voren brengen. Dan zoeken ze alleen maar koortsachtig naar andere teksten die hun gelijk moeten verdedigen. In wezen luisteren zulke „christenen" ook niet echt naar het Woord Gods, maar slechts naar zichzelf.
O dat arglistige hart!
Wij hebben hier in Nederland binnen het calvinisme gelukkig nog een stroming, die heel duidelijk deze zondigheid van het menselijk hart, dit totale bederf van onze natuur sinds de zondeval, prediken. U zult begrijpen dat ik daar van harte ja op zeg.
En toch krijg ik meerdere keren de indruk dat men ook in deze kringen soms niet voldoende doordrongen is van de echte zondigheid van ons. Ook in deze kringen staat men soms tegenover elkaar en bestrijdt elkaar bitter, ook als het over tradities en opvattingen gaat die ver afstaan van de kern van het Evangelie. Dat verbaast mij dan en dan zou ik hen willen vragen: „U die zozeer de zondigheid van de mens verkondigt, ziet u dan niet de arglistigheid van uw eigen hart die u ertoe brengt om te gloriëren over eigen diep inzicht in aard en omvang van de zondigheid van de mens? Merkt u niet dat u eigenlijk voornamelijk zo spreekt om daarmee de gunst van de achterban te kunnen bewaren of vermeerderen?"
Ik denk dus, beste Seija, dat er wat dat betreft, tussen u en mij geen verschil van opvatting bestaat. En toch…
Het drijfzand van de menselijke gevoelens
Mag ik het verschil dat er misschien tóch tussen u en mij bestaat, heel kort weergeven? Volgens mij gaat u, zonder dat u het zelf bemerkt, uit van de mens. U laat uw hart spreken en dat waardeer ik zeer. Daarin kan ik volledig met u meegaan. Maar ik durf niet te steunen op menselijke gevoelens, hoe warm en weldadig die ook aandoen. Als ik daar op zou rusten, zou ik het gevoel hebben weg te zinken in drijfzand. Menselijke gevoelens zijn bovendien aan schommelingen onderhevig. Dat is in ons persoonlijke leven zo, maar dat is ook het geval in de maatschappij. Vandaag is iets „in"; iedereen loopt er warm voor; en over twintig, dertig jaar is men dat al weer vergeten en gelden andere dingen als heel belangrijk.
Ik wil niet overgeleverd zijn aan mijn eigen (zondige) gevoelens, maar evenmin aan de gevoelens van de massa, van de mens van de straat. En dat hoeft ook niet. De Heere heeft ons de vastheid gegeven in Zijn Woord. Daar mogen we op bouwen. Ik weet — ik heb dat al gezegd — dat ik het gevaar loop de Bijbel te interpreteren overeenkomstig de wensen van mijn arglistig hart. Maar dat moet mij ertoe brengen om mij des te afhankelijker te voelen van dat Woord. In de Bijbel staat bovendien de belofte dat dit Woord niet alleen onze uiterlijke norm wil zijn, maar ons ook innerlijk wil reinigen van onze zelfzucht. Christus Zelf wil Zijn gemeente reinigen in het waterbad van het Woord (Ef. 5:26).
De Bergrede een sfeer van revolvers en granaten?
En in dat Woord lees ik dan de Bergrede. En iedere keer, wanneer ik naar die woorden van Jezus luister, is het of er een reiniging door mij heentrekt. Er komt dan zulk een zuivere wind op mij af, de adem van de Heilige Geest, vooral wanneer ik de zaligsprekingen als grondwet van die bergrede zie glinsteren. En dat is een heel andere sfeer dan de sfeêr van de revolutie, van revolvers en handgranaten, van onschuldige gijzelaars die worden doodgeschoten zoals zo vaak door zulke bevrijdingsbewegingen gebeurt.
Dan denk ik aan Petrus die in de hof van Gethsémané Jezus wilde bevrijden van het strukturele geweld dat op Hem afkwam. Hij sloeg er met het zwaard op los. En dan zegt Jezus tegen hem dat hij het zwaard weer in de schede moet steken, „want allen die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan" (Matth. 26:52). Van de andere kant schrijft Paulus over de toenmalige overheid (en wat een struktureel geweld oefenden de Romeinse keizers en hun gewestelijke beambten niet uit!) „Zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor degene die kwaad doet" (Rom. 13:4).
Gemeente en wereldlijke overheid
Hoe zijn deze twee uitspraken van de Bijbel te verenigen? Ik dacht op deze manier. Christus is Koning van de wereld. Maar Hij gaat dat koningschap pas uitwendig uitoefenen, wanneer Hij wederkomt ten oordeel. Tot zolang heeft Hij de uiterlijke heerschappij over deze wereld overgedragen aan de wereldlijke overheid. Deze overheid heeft tot taak de uiterlijke vrede zo goed mogelijk te bevorderen en op te komen voor de welvaart en de vrijheid van de burgers.
Maar daarnaast heeft Christus Zijn gemeente, die nu reeds de innerlijke vrede en gerechtigheid van het komende Koninkrijk Gods moet uitbeelden. Christus Zelf zal straks ook het Koninkrijk van de uiterlijke vrede en gerechtigheid verwezen lijken, wanneer Hij de nieuwe hemel op de nieuwe aarde doet neerdalen.
Maar de verwezenlijking van die uiterlijke vrede en gerechtigheid nu reeds is niet de taak van Zijn gemeente. Dat is de taak van de wereldlijke overheid. En die overheid kan dat maar zeer gedeeltelijk doen vanwege de zondigheid die in alle mensen woont en vanwege het feit dat de duivel nog steeds de vorst van deze wereld is.
De gemeente van Christus mag zich dus nooit in de uiterlijke politiek mengen. Dan overschrijdt ze de grenzen van de taak die Christus haar heeft toebedeeld.
Dienares door het zwaard of door het Woord
Wel moet zij het egoïsme striemen met het gebod Gods, het egoïsme in ons persoonlijk leven en het egoïsme dat zich is gaan vastzetten in het maatschappelijke leven. Het is de taak van de christen-politici om dat te vertalen in politieke termen, maar dat is niet de taak van de gemeente van Christus als zodanig. Zij moet ootmoedig op de achtergrond blijven; zij moet dienstmaagd des Heeren zijn, allereerst voor de eigen gemeenteleden en via de gemeenteleden voor de gehele wereld, doordat zij er naar streeft om ook het openbare leven te brengen onder het beslag van het Woord Gods. Maar nogmaals de gemeente moet daarbij geen politieke middelen gebruiken zoals de Wereldraad van Kerken dat doet door het doen van uitspraken op heel konkreet politiek terrein en door op te roepen tot boycotakties tegen een bepaald land.
Om het kort te zeggen: De wereldlijke overheid is Gods dienares door het zwaard; de gemeente is dienares van Christus door het Woord. De wereldlijke overheid is geroepen om de mensen door vrees voor de straf toch nog zoveel mogelijk tot een redelijk met elkaar samen leven te brengen; de gemeente is geroepen om het Woord te bedienen, opdat de hoorders daardoor tot bekering komen en wedergeboren worden door de Heilige Geest, zodat zij uit innerlijke aandrang, zonder vrees voor straf, elkander liefhebben en zo nu reeds de kern van het Jcomende Rijk, waar Christus ook uiterlijk Koning zal zijn, uitbeelden namelijk de innerlijke vrede en gerechtigheid, de wonderbare harmonie die er dan zal heersen onder de burgers van dat Rijk, wanneer zij die innerlijk dat Koningschap van Christus niet hebben willen aanvaarden, voor goed zijn buitengesloten (Openb. 22:15).
Het geweldloze zwaard van het Woord
Maar om nu terug te komen tot de praktische vraag van Seija: revolutie is altijd ongeoorloofd, omdat wij niet eigenmachtig naar het zwaard mogen grijpen om een wettige overheid te verdrijven, hoezeer die ook zich kan schuldig maken aan struktureel geweld. Hoezeer wij ook begrip kunnen opbrengen voor hen die naar de wanhoopsdaad van de revolutie grijpen, toch zullen we dat op grond van de Schrift moeten blijven veroordelen.
Aan de gemeente als geheel en aan de afzonderlijke christenen staat een geweldloos zwaard ter beschikking. Dat is het tweesnijdend zwaard van het Woord (Hebr. 4:12-13). Laat de gemeente uit haar midden uitzuiveren elke vorm van zelfzucht. Laat ze de wereld jaloers maken door haar onderlinge liefde. De heerlijkheid van het Woord moet vanuit de gemeente stralen over hen die Christus nog niet kennen. Zó en niet anders moet zij als een zuurdesem omvormend trachten in te werken, ook op het maatschappelijke en politieke leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
