In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Goden die niet kunnen zien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Goden die niet kunnen zien

5 minuten leestijd

Op deze toren moet het beeld worden opgericht, dat u op pag. 31 ziet en dat voorstelt Christus, wijzend op Zijn hart. Volgens een openbaring aan Margaretha Maria Alacoque (1647-1690) zou Jezus via haar deze belofte gegeven hebben, die later als „de grote belofte" bekend werd : leder die gedurende de negen eerste vrijdagen van de maand te biecht en te communie is gegaan ter ere van het H. Hart van Jezus, zal zeker zalig worden. Dit beeld wordt opgericht in Palai (India). Lees het vlammende artikel dat prof. Pulikunnel hierover schreef in ons Indiase blad „Hosanna".

Het beeld dat uit graniet gehouwen is en dat op de daarvoor gebouwde toren zal worden geplaatst, is een duidelijk symbool van het kille en levenloze rooms-katholieke geloof van het op stoffelijk gebied welvarende Palai.

De kosten die aan de bouw van deze toren van Babel al besteed zijn, worden geraamd op een miljoen rupies (ongeveer ƒ 300.000,—). Terwijl de duizenden rupies het bisschoppelijk paleis van Palai binnenstroomden om weer te verdwijnen in de zakken van de torenbouwers en de beeldhouwers, sliepen de daklozen onder de brug van de Palai-rivier en leidden hun leven vol ontbering en ellende. En intussen verkommerde menige zieke, die vanwege zijn armoede geen plaats kon krijgen in het ziekenhuis.

Maar Zijne Execellentie, de Bisschop, weet immers nauwelijks iets af van het lijden van de medemensen en daarom kon hij met een gerust (?) geweten zijn beeld laten houwen en zijn toren laten bouwen tot meerdere eer en glorie van zijn bisdom en zo van hemzelf. Inderdaad, wat ze hebben laten maken, is een Christus van steen. Iets anders zouden deze mensen ook niet kunnen. Ze hebben immers geen menselijk medegevoel. Ze hebben geen oog voor het leed van de mensen die vlakbij hen leven. Daarom zijn hun harten koud en kunnen ze alleen maar stenen beelden van Christus laten maken. Maar ze zijn niet in staat de levende Christus te verkondigen.

En bekijk dat offerblok eens dat voor dat beeld geplaatst is. Een stenen beeld wordt gebruikt om de mensen te bewegen hun geld afhandig te maken. Wat zou overigens ook de r.-k. kerk zijn zonder offerblokken?

Luister naar wat de profeet Jesaja zei over de beelden: „Een gedeelte (van het hout) verbranden zij; op een ander deel braden zij het vlees, waarmee zij hun honger stillen; zij verwarmen zich eraan en zeggen: Ha, lekker warm dat vuur. En van de rest maken zij dan een god, een beeld dat zij aanbidden. Zij knielen ervoor neer en smeken: „Red ons, want gij zijt onze god".

„Wie zich verlaat op zo'n brandbaar stuk hout wordt misleid door een bedrogen geest. Hij vindt geen redding en vraagt zich niet eens af: houd ik geen leugen in mijn hand?" (Jes. 44:16-17, 20 RKV).

)„Mozes ging weer naar Jahweh en sprak: Dit volk heeft zwaar tegen U gezondigd door een god van goud te maken" (Ex. 32:31 RKV).

En in het boek „Wijsheid" dat door de r.-k. kerk als behorend tot de Schrift wordt beschouwd, staat te lezen: „Want U kennen is volkomen gerechtigheid en weten van Uw macht is de wortel der onsterfelijkheid. Wij immers zijn niet misleid door een bedrieglijk bedenksel van mensen, noch door het nutteloze werk van schilders, een beeld met bonte kleuren besmeurd, dat door zijn aanblik de begeerte van de dwaas opwekt: hij verlangt naar de onbezielde gestalte van een levenloos beeld. Zowel degenen die ze maken als degenen die ernaar verlangen en ze vereren, zijn aanhangers van het kwade" ("Wijshei'd 15:3-6).

De Bijbel en de beeldenverering

Een jaar eerder had prof. Pulikunnel in Hosanna een artikel gepubliceerd onder bovenstaande titel, dat we eveneens voor u vertalen.

De r.-k. priesters zijn geroepen om de boodschap van Christus zuiver door te geven, maar ze geven daar een volkomen vertekend beeld van. Ze propageren godsdienstige praktijken die in strijd zijn met wat de Bijbel leert. Een daarvan is de beeldenverering. Talloze beelden van heiligen vullen de r.-k. kerken. Men beweert dat die beelden zelf niet vereerd worden, maar feit is dat Christus heel wat minder aandacht krijgt dan deze beelden.

De Heere veroordeelt de beeldenverering heel duidelijk in de Bijbel. Lees maar Ex. 20:4-6; Deut. 4:16-19; 1 Kor. 10:14; Gal. 5:19-21; Openb. 21:8. Maar het werd niemand toegestaan deze Schriftgedeelten als protest tegen de beeldenverering naar voren te brengen. Zo werd het arme, onwetende volk uitgebuit ten voordele van een kerk die zich kapitalen verzamelt.

In de r.-k. kerk is de godsdienst verworden tot een winstgevend handeltje. Daarop is van toepassing 2 Petr. 2:1-3 en 2 Thess. 2:3-4. Jezus heeft echter de wisselaars in de tempel en heel dat religieuze zaakje van de priesterkaste scherp gehekeld.

In de herderlijke brief van kardinaal Parecattil (van India) geeft deze toe dat de beeldenverering overgenomen is van de heidense gewoonten. Maar dat is ook het geval met de bewieroking, het gebruik van kaarsen, van gewijde voorwerpen en plaatsen, van priestergewaden, van de pompeuze aankleding van de kerken enz.

Zijn Christus en de apostelen dan dwaas geweest dat zij het geloof wilden verbreiden zonder gebruik te maken van al die uiterlijkheden? Maar het zijn juist de priesters met hun pronkerige en protserige liturgische kleding die de mensen, de goedgelovige massa, voor de gek houden. De zgn. enige ware kerk van Christus is alleen maar een machtig bouwwerk voor de oppervlakkige toeschouwer. Wie scherper toeziet, bemerkt dat deze kerk op zand is gebouwd en niet op de rots van de Schriftuurlijke leer.

Joseph Pulikunnel

ONS NASCHRIFT:

We hebben bewondering voor deze moedige taal van br. Pulikunnel in een staat van India, waar de r.-k. kerk nog steeds een geweldige religieuze en wereldse macht betekent. Gedenkt het werk van hem en de zijnen in uw gebeden en in uw offers. Begrijpt u nu van hoe groot belang het voor hen is, dat ze kunnen beschikken over een goede Bijbelvertaling?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Goden die niet kunnen zien

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's