25 miljoen zonder goede bijbelvertaling
Ja, de 25.000.000 inwoners van de staat Kerala beschikken momenteel wel over de Bijbel in hun eigen taal, het Malayalam, maar er is geen goede Bijbelvertaling. In 1954 kwam de eerste r.-k. vertaling van de hele Bijbel tot stand, maar de r.-k. kerk van Kerala houdt zich strikt aan de voorschriften van Rome. Die Bijbelvertaling is daarom telkens voorzien van voetnoten, die allerlei teksten ombuigen in de richting van de r.-k. leer.
En dan is er ook een protestantse Bijbelvertaling, maar die is praktisch onbruikbaar. U kunt daarover uitvoerig lezen in een verslag dat ik (HJH) schreef voor het bestuur van IRS na mijn bezoek aan India in december 1977 en dat ik hieronder laat volgen.
Vijf en twintig miljoen zonder goede Bijbelvertaling. Ook het Bijbelgenootschap van Kerala was overtuigd dat dit een onhoudbare toestand is. Zij zijn dan ook al jarenlang bezig met een poging om te komen tot een nieuwe en goede Bijbelvertaling in het Malayalam. U leest over hun vorderingen eveneens in mijn verslag.
Vijf en twintig miljoen zonder goede Bijbelvertaling. Dat kan eigenlijk niet. Voor ons is de Bijbel het brood des levens voor elke dag. Daaruit putten we onze vertroosting temidden van allerlei aanvechtingen en dreigende moedeloosheid. Daaruit horen we het woord der vrijspraak van onze schulden tot ons klinken. Dat Woord is onze vreugde, onze vrede, onze kracht. Door dat Woord heen werkt de Heilige Geest in onze harten. En dan kunnen wij er niet in berusten dat 25 miljoen Keralanen in India van de rijkdom van Gods openbaring in de Schrift verstoken zijn.
Voor ons als Stichting In de Rechte Straat is een goede Bijbelvertaling in het Malayalam nog om een andere reden onmisbaar. U hebt meerdere keren in ons blad gelezen over onze dochterstichting in Kerala, de „Catholic Reformation Movement India" (CRMI), en over het evangelisatieblad „Hosanna", dat zij uitgeven en waarin zij het Evangelie zoals dat door de Reformatie weer opnieuw met kracht verkondigd werd, aan rooms-katholieken proberen duidelijk te maken. In dit nummer vindt u een voorbeeld van zulk een poging in een artikel van prof. Pulikunnel dat reeds eerder in Hosanna verscheen. Zie pag. 20.
Maar al die verwijzingen naar de Bijbel, waarmee prof. Pulikunnel in Hosanna zijn uiteenzetting staaft, verliezen een groot deel van hun kracht, wanneer de lezers niet over een goed Bijbelvertaling kunnen beschikken. U kunt begrijpen dat onze dochterstichting een dringend beroep op ons deed: Geef ons toch zo spoedig mogelijk een goede Bijbelvertaling in het Malayalam.
Ons bestuur heeft daarop aan CRMI geschreven: Geef dan eens een schets, een opzet van zulk een Bijbelvertaling en een begroting, hoeveel de vertaling op zichzelf gaat kosten alsmede de kosten van een eerste druk van 25.000 exemplaren. Dat hebben ze gedaan. Het geheel zal ruw geschat op ongeveer ƒ 300.000,— (drie honderdduizend gulden) neerkomen.
Maar omdat het hier over zulk een belangrijk projekt gaat, vond ons bestuur het noodzakelijk dat ik naar India zou gaan om mij persoonlijk goed op de hoogte te stellen, zodat we zeker zouden zijn dat het werkelijk een getrouwe Bijbelvertaling wordt. Dat zal het zeker worden, want ze nemen als grondslag de King James Version van Engeland (te vergelijken met onze Statenvertaling) en bovendien heeft de Trintarian Bible Society zich bereid verklaard hen te helpen met de nodige adviezen, wanneer ze daarom vragen.
Hieronder volgt dan mijn Verslag Bezoek India in verband met de Bijbelvertaling :
Inleiding
De eerste volledige Bijbelvertaling is tot stand gekomen in 1841 :: ds. Benjamin Bailey, een Engelsman. Duitse zendelingen ondernamen in het noorden van Kerala een nieuwe Bijbelvertaling die klaar kwam in 1859. De stuwende kracht bij die Bijbelvertaling was ds. H. Gundert. In 1910 kwam een nieuwe Bijbelvertaling tot stand die vooral een synthese was van de twee voorafgaande vertalingen van Bailey en van Gundert. Deze Bijbelvertaling wordt nog steeds gebruikt.
Daar deze Bijbelvertalingen voornamelijk tot stand zijn gekomen door buitenlandse zendelingen voor wie het Malaylam niet de moedertaal was, is het vanzelfsprekend dat deze vertaling gebrekkig moest zijn. Bovendien heeft het Malayalam sinds 1910 een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Allerlei woorden zijn intussen verouderd en onbegrijpelijk. Slechts één frappant voorbeeld: De bede van het „Onze Vader" :
„And lead us not in temptation" is in het Malayalam vertaald: „En leid ons niet naar de tentamens". Toen dan ook een hindoe-professor voor het eerst deze tekst van het Onze Vader hoorde, was zijn reactie: „Nu kan ik althans van de christenstudenten begrijpen waarom ze zo'n vrees hebben voor de tentamina".
Contact met het Bijbelgenootschap in Kerala.
De contacten van ons vertaalcomité met het Bijbelgenooschap van Kerala zijn heel hartelijk. Bij de besprekingen waren telkens aanwezig rev. Thomas Matthew, de secretaris en direkteur van het Bijbelgenootschap van Kerala, alsmede dr. M. J. Joseph professor Nieuw Testament van het Mar Thoma Theological Semenary in Kottayam, die eveneens lid is van het Bijbelgenootschap van Kerala.
Ook het Bijbelgenootschap van Kerala is bezig met een Bijbelvertaling. Ze zijn daarmee begonnen in 1960, maar die eerste poging is op een mislukking uitgelopen. In 1969 zijn ze opnieuw begonnen. Ze hopen over 10 jaar klaar te zijn met het Nieuwe Testament, maar, zo vertelden zij mij, het kan ook best nog wel 15 jaar duren. Daarna hopen ze dan ook door te gaan met de vertaling van het Oude Testament, maar er is geen kijk op hoeveel jaren dat nog in beslag kan nemen.
De reden waarom hun Bijbelvertaling zo langzaam vordert, is dat die telkens door de kerken moet worden goedgekeurd. En kerkelijke molens malen nu eenmaal langzaam. Zij nemen tot grondslag een vertaling vanuit de Engelse „Good news" vertaling, waarbij ze echter ook gebruik maken van de Revised Version. Daarna toetsen ze deze vertalingen aan het Grieks.
Ik vroeg dr. Joseph waarom ze niet begonnen met een vertaling vanuit het Grieks, om daarna eventueel de „Good news" vertaling en de Revised Version erbij te nemen. Hij antwoordde: „We hebben veel te weinig mensen die het Grieks be heersen en die weinigen, waaronder ik ook behoor, hebben daarvoor niet voldoende tijd".
Deze leden van het Bijbelgenootschap waren dan ook erg blij met de vertaling die door ons comité beoogd wordt. Ons comité hangt niet af van de kerken en kan dus veel vlotter werken. Zij hopen in twee, hoogstens drie jaar, klaar te komen met de vertaling van de hele Bijbel. Zulk een vertaling zal dan wel niet volmaakt zijn, maar in elk geval heel wat beter dan de bestaande vertaling, die heel moeilijk verstaanbaar is voor protestantse kerkmensen en in elk geval volkomen ontoegankelijk is voor roomskatholieken en voor hindoes. Het is onverantwoord dat een taalgemeenschap die bestaat uit 25 miljoen mensen, niet beschikt over een behoorlijke Bijbelvertaling, terwijl de Bijbelvertaling waaraan gewerkt wordt door het Bijbelgenootschap pas na 10 a 15 jaar klaar hoopt te komen met de vertaling van het Nieuwe Testament en totaal geen uitzichten heeft op de tijd wanneer de hele Bijbelvertaling klaar komt.
Hoe werkt ons comité aan de Bijbelvertaling ?
Van verschillende kanten hoorde ik de bewondering uitspreken voor het feit dat professor Pulikunnel er in geslaagd was zulke bekwame mensen te winnen voor deze Bijbelvertaling.
Hieronder volgt dan een beschrijving hoe deze Bijbelvehtaling tot stand komt.
Hoe ontstond de behoefte aan een nieuwe Bijbelvertaling ? In vroeger tijden was het lezen van de Bijbel voor rooms-katholieke leken in Kerala verboden. Later werd het aarzelend toegestaan, maar dan moest men toch steeds verlof hebben van de priesters. Enkele zelfbewuste ontwikkelde rooms-katholieken in Kerala wierpen zich op de studie van de Bijbel en kwamen tot de ontdekking dat er op meerdere punten een groot verschil is tussen de leer van de roomskathóiieke kerk en de leer van de Bijbel. Maar wanneer zij hun gedachten wilden uitdragen, dan stonden ze voor het machtsblok van de rooms-katholieke kerk. Als ze hun stem openlijk wilden laten klinken, dan zouden ze met de mogelijkheid rekening moeten houden dat de kerkelijke ban hen zou wachten, alsook vervolging en uitsluiting uit het sociale leven. Dit laatste is een machtig wapen in de handen van welke godsdienst ook in India vanwege het sterke kastenstelsel.
Sinds het tweede Vaticaanse Concilie is daar echter meer beweging gekomen onder allerlei rooms-katholieken. Het bleven echter hier en daar verspreide protesten en getuigenissen. Het eerste georganiseerde verzet vanuit de Bijbel tegen de leer van de rooms-katholieke kerk ontstond in 1973 toen de Catholic Reformation Movement India (C.R.M.I.) werd opgericht als dochterstichting van de stichting „In de Rechte Straat" in Nederland. Deze C.R.M.I. heeft als grondslag de Heilige Schrift Gods onfeilbaar Woord, de enige norm voor leer en leven, waarin verkondigd wordt dat Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens, de enige en volkomen Zaligmaker is voor hen die in Hem geloven. Het doel van deze C.R.M.I. is de reformatiebeweging binnen de rooms-katholieke kerk te bevorderen door het Evangelie bekend te maken aan de rooms-katholieken. zoals dat herontdekt werd door de Reformatie van de zestiende eeuw. Eén van de belangrijkste middelen daartoe was de publicatie van een maandblad, getiteld „Hosanna". In „Hosanna" wordt voortdurend gewezen op het volstrekte gezag van de Heilige Schrift, een gezag waaraan ook de kerk onderworpen is. Allerlei gebeurtenissen in het kerkelijke sociale leven van Kerala werden in „Hosanna" belicht vanuit de Bijbel.
Als gevolg daarvan begonnen de rooms-katholieke lezers van „Hosanna" steeds meer belangtelling te tonen in het leven van de Bijbel. Ze begonnen de Bijbel steeds meer te zien als een echte norm waaraan alles moet onderworpen worden, ook het leven van de rooms-katholieke kerk, maar ze leerden ook de Bijbel te zien als de bron van levend water, als het dagelijkse brood voor de zielen. Maar daarom werd de behoefte gevoeld om voor dit steeds groeiend aantal lezers van „Hosanna" een goede Bijbelvertaling te hebben.
De huidige Bijbelvertaling in het Malayalam
Zoals reeds werd opgemerkt, bestaat er momenteel geen goede Bijbelvertaling in het Malayalam. Behalve dat verschillende woorden in het huidige Malayalam een heel andere betekenis hebben dan het Malayalam van de vorige eeuw en zeker ook dan het Malayalam van 1910, toen een herziening van de Bijbelvertalingen van de vorige eeuw tot stand werd gebracht, is dit Malayalam zo houterig en zo moeilijk leesbaar dat het niet aantrekkelijk is voor rooms-katholieken en evenmin voor de hindoes. Deze Bijbelvertaling is bovendien in heel kleine letters gedrukt en ook het lettertype zelf is sinds 1910 aanmerkelijk veranderd. U weet dat het Malayalam een eigen script heeft en ook deze schrijfwijze heeft verandering ondergaan, enigszins te vergelijken met ons vroegere gothische schrift en onze huidige letters in het Nederlands.
Om deze nieuwe vertaling zoveel mogelijk toegankelijk te maken zowel voor roomskatholieken als voor de hindoes, is er een roomskatholieke priester, (die overigens innerlijk zeer sterk in de richting van de reformatie denkt) en een hindoe-professor aangetrokken als raadgevers bij verschillende woorden die in de verschillende religies een andere betekenis hebben. Vooral ook het feit dat een hindoe-professor zich bereid heeft verklaard om hierbij te helpen, is van grote waarde. U weet immers dat voor verreweg het grootste gedeelte de inwoners van India behoren tot de hindoe-religie.
En dit hindoeïsme heeft de Indische talen zeer sterk doortrokken. India is een zeer intens religieus land. Het is niet geseculariseerd zoals onze westerse landen. Vanuit het oogpunt van zending is het daarom erg belangrijk dat de boodschap van de Bijbel zo wordt vertaald dat ook de hindoes vanuit hun eigen religieuze taal de eigenlijke bedoeling van de Bijbel kunnen begrijpen. Een enkel voorbeeld: in de huidige vertaling wordt het woord Heilige Geest meerdere keren zo weergegeven, dat dit bij een hindoe (en overigens ook de andere inwoners van Kerala) overkomt niet als de Heilige Geest, maar als de Heilige Ziel.
Overigens zitten wij hier in Nederland ook met eenzelfde moeilijkheid, ook al is die veel en veel minder groot. De reeds aangehaalde bede van het Onze Vader: „Leid ons niet in verzoeking" wordt door de rooms-katholieken vertaald: „Lijd ons niet in bekoring". De term „verzoeking" is voor rooms-kathoiieken heel vreemd. In preken wordt bij hen altijd de term gebruikt „bekoring".
Waaruit heeft de vertaling plaats?
Men neemt als basis de Engelse King James Version, terwijl daarna deze vertaling wordt gecontroleerd vanuit het Grieks en wat het Oude Testament betreft, vanuit het Hebreeuws. Dat de King James vertaling niet zonder meer als uitgangspunt kan genomen worden, blijkt o.a. ook uit het feit dat de King James vertaling het woord „opzieners" een enkele keer inderdaad vertaalt met „opziener" (overheers) n.1. in Hand. 20:28, maar op andere plaatsen vertaalt met „bishop". Ik neem aan dat alle leden van bestuur het niet eens kunnen zijn met deze vertaling „bisschop". Onze Statenvertaling is wat dat betreft veel beter.
Ook de engelenzang boven Bethlehem wordt in de King James vertaling zwak weergegeven met „Good will toward men", terwijl dat in de Statenvertaling veel beter en mooier wordt weergegeven: „In de mensen een welbehagen". (Zoals u wellicht weet is deze vertaling van de SV opnieuw bevestigd door de ontdekking van de Qumran-grotten).
In elk geval is het voor ons onmogelijk om het woord „opziener" te laten vertalen met „bisschop", want dan zullen de rooms-kaholieken in Kerala meteen aan onze dochterstichting daar vragen: Maar waarom hebben jullie dan geen bisschoppen in jullie kerk?"
Hoe komt de vertaling tot stand?
1. Er is een eerste commissie van redactie. Deze redactie wijst de vertalers aan. Dat zijn er zo'n 20. Vervolgens wordt deze vertaling door een lid van de commissie van redactie bestudeerd. Vervolgens wordt deze tekst in handen gegeven van een expert in de Malayalamtaal. Op grond daarvan wordt een tweede tekst van vertaling tot stand gebracht. Deze^ nieuwe tekst wordt voorgedragen aan alle leden van de redactie van toezicht. De opmerkingen die dan gemaakt worden, worden opnieuw verwerkt in een derde voorstel van tekst. Deze derde tekst wordt dan voorgesteld aan :
2. de definitieve commissie van redactie. Deze definitieve commissie van redactie bestaat in elk geval uit de voorzitter en de secretaris van C.R.L.S. n.1. professor Pulikunnel en de heer Augustine, prof. George Thomas en prof. John C. Jacob, eveneens bestuursleden van C.R.L.S., verder ds. Hegger van de stichting „In de Rechte Straat" en eventueel nog andere leden. Wanneer er nog twijfels over de vertaling van een bepaalde tekst bestaan, dan kan ook nog advies gevraagd worden aan Schriftgetrouwe Nederlandse professoren in de exegese van Oude en Nieuwe Testament. Als deze definitieve commissie van redaktie de tekst van de vertaling uiteindelijk heeft vastgesteld, pas dan wordt groen licht gegeven voor het laten drukken.
Hieronder volgen de leden van de commissie van redactie met hier en daar enkele gegevens omtrent hen.
1. Dr K. M. George, voorzitter van de redactie-commissie, 63 jaar oud, kandidaat in het Malayalam, dr. in de filosofie.
Hij is lid van de kerk van St. Thomas (over de verschillende niet roomskatholieke kerken in Kerala heb ik geschreven in mijn boek „India land van tranen"). Hij was professor en tevens hoofd van de sectie „Malayalam-letterkuncle" in het Madras Christian College. Hij was adjunct-secretaris van de All India Litarary Academy (een officieel lichaam dat tot doel heeft de bevordering, van de letterkundige activiteiten in de verschillende talen in India, met het hoofdbureau in New Delhi). Hij was tevens de eindredakteur van de Malayalam encyclopedie Hij was eveneens eindredacteur van de encyclopedie van de Indiase letterkunde, daartoe aangesteld door de centrale regering van New Delhi. Hij bezocht de Verenigde Staten, Engeland, Europa en verschillende andere landen. Hij heeft heel wat boeken geschreven in het Engels en het Mayalam. Hij is volkomen thuis in het Engels, het Malayalam en het Sanskriet.
2. Shri. Clieinmaiiam Chacko M. A. Hij behoort tot de Jacobitische christenen. Momenteel is hij directeur van de publiciteit van de universiteit van Kerala. Hij is zeer bekwaam in het Mayalam en het Engels.
3. Prof. Joseph Pulikunnel. (Verbindingsman). Voorzitter van C.R.L.S.
4. Mr C. A. Augustine. (secretaris en penningmeester). Eveneens secretaris en penningmeester van C.R.L.S.
Verder zijn er nog de volgende raadgevende leden :
1. Mr. N. V. Krishnawarriar M. A., M. Litt. Hindoe. Hij was de eerste direkteur van het taaiinstituut van de staat Kerala. Hij beheerst volkomen het Engels, Malaylam, het Sanskriet en het Tamil. Momenteel is hij de eindredecteur van een literair weekblad. Hij heeft vele boeken geschreven. Hij is bekend om zijn kennis van het Sanskriet.
2. Prof. Mathew Ulakamthara M.A. Hij is professor in het Malayalam aan het Sacred Heart College in Etnakulam, Thevara. Hij is een contesterend roomskatholiek en hij publiceert ook soms bijdragen in „Hosanna". Hij heeft ook heel wat boeken gepubliceerd.
3. Prof. George Thomas M. A. Professor aan het St. Michael's College. Hij is rooms-katholiek van geboorte, maar in zijn geloofsbelijdenis is hij hervormd. Hij helpt momenteel ook bij de uitgave van „Hosanna".
4. Rev. Dr. Mathew Vellanikan. Professor in de exegese aan het St. Thomas Seminary van Vadavathoor, Kottayam. Hier staat de godsdienst net niet bij, maar ik vermoed dat hij lid is van de Marthoma kerk.
5. Rev. Dr. K. A George. Orthodox Theological Seminary in Kottayam. Hij is lid van de Orthodoxe kerk (dus niet rooms-katholiek).
6. Rev. P. T. Thomas B.D. Christavasramam, Manganam. Verde dr. M. J. Joseph, prof. van het Nieuwe Testament in net Marthoma Theoogical Seminary, Kottayam. Hij is dus een niet rooms-katholiek. Hij is lid van het Bijbelgenootschap vr.n Kerala.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
