In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Enkele opvattingen van Calvijn over 't geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele opvattingen van Calvijn over 't geloof

4 minuten leestijd

In het maartnummer schreef de ex-priester F. Rodriguez het artikel "wat is geloven" en in dit nummer schrijft de ex-priester F. Maggiotto over "geloof volgens de Bijbel". Het moet ons niet verwonderen, dat deze beide ex-priesters daarover schrijven. Eerstgenoemde werkt in Spanje en de tweede in Italië. Twee landen met een overwegen r.-k. bevolking. Bovendien zijn in deze landen nogal wat "protestanten" werkzaam, waarvan men zich wel moet afvragen of zij wel spreken overeenkomstig het geloof "dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd" (Jud. 3).

Het lijkt erop, dat zulke ex-priesters dezelfde tegenstanders ontmoeten als Calvijn in zijn dagen. Dat waren in Genève de voorstanders van de r.-k. leer en de Libertijnen. Of zoals Luther, die zijn getuigenis moest richten tegen de r.-k. leer, maar niet minder tegen de opvattingen van Erasmus.

In het kader van de artikelen van genoemde ex-priesters willen we thans ook Calvijn t.a.v. enkele aspekten van het geloof aan het woord laten.

Voor Calvijn is het geloof "een vaste en zekere kennis van Gods welwillendheid jegens ons, die gegrond is op de waarheid van Gods genadige belofte in Christus, door de Heilige Geest aan ons verstand geopenbaard en in ons hart verzegeld (Inst. III.II.7).

Het Woord zo zegt Calvijn "is de spiegel waarin God wordt aanschouwd" en waardoor we weten "niet alleen dat er een God is, maar waardoor wij ook inzien hoe God jegens ons is". Geloofskennis is daarom ook kennis van Gods wil, gefundeerd in een vaste overtuiging van Gods waarheid. „Neem het Woord weg, er zal geen geloof overblijven" zo zegt Calvijn.

Het geloof heeft tot taak de waarheid Gods te onderschrijven. Toch spreekt God vaak op een wijze die het geloof schokt. Daarom zoekt het geloof in het Woord datgene waarop het kan rusten en steunen. En, zo zegt dan Calvijn, "wanneer we geleerd hebben dat de zaligheid voor ons bij de Heere is weggelegd en dit aan ons wordt bevestigd, wanneer de Heere verklaart, dat die zaligheid voor Hem een voorwerp van Zijn zorg en naarstigheid is" dan vindt het hart rust. "Wat dus voor ons nodig is, is de belofte der genade. En op de genade alleen, door God geopenbaard in Christus, kan een mens steunen. Het zou niet genoeg voor ons zijn te weten, dat God waarachtig is, wanneer Hij ons niet goedertieren tot Zich trok en aan de andere kant zouden wij Zijn barmhartigheid niet kunnen omhelzen, indien Hij haar niet door Zijn Woord aanbood", zo schrijft Calvijn. Omdat Calvijn het woord „kennis" gebruikt — wat voor hem overigens een zaak van het verstand èn het hart is — schijnt het ten onrechte voor velen toe dat Calvijn nogal intellectualistisch is.

Echter voor Calvijn is "iemand geen gelovige, die niet door vreze Gods of gevoel van vroomheid wordt aangeraakt".

Er zijn er, zegt hij dan "die de overtuiging, die ontbloot is van de vreze Gods ook de naam van geloof waardig keuren. Maar dat is geheel in strijd met de aard van het geloof. Het geloof is niet een instemming met wat uit de Schrift wordt gehaald. Zulke dwalingen komen, omdat niet naar de oorsprong van het geloof is gevraagd. Want dan geldt de vraag: Ontvang ik het geloof door eigen kracht of door de Heilige Geest? Daarom zo zegt Calvijn: de instemming met al wat God heeft gesproken is „meer een zaak van het hart, dan van de hersenen, meer een zaak van de gezindheid, dan van het verstand".

Het geloof is wel kennis bij Calvijn en met name kennis van Christus. Maar zo zegt hij: „Christus kan niet gekend worden dan met de heiligmaking van Zijn Geest. Daarom mag het geloof op generlei wijze van de vrome gezindheid worden losgemaakt".

Nog veel zou er zijn aan te halen bijv. over het vertrouwen, waarover Calvijn ook uitvoerig schrijft. Dit aspekt is in ons blad al meerdere malen naar voren gebracht.

Ik meende het bovenstaande nog eens naar voren te moeten brengen omdat Calvijn — vaak anders dan door velen wordt gedacht — zo de nadruk legt op de vreze Gods of vrome gezindheid als onafscheidelijk begrepen in het oprechte geloof.

Wat is dan de vreze Gods? zo zal iemand vragen. Dan antwoord ik: Het is vervuld zijn met diep ontzag voor en met liefde tot de eeuwige God en Heere. Dit te beoefenen in 't geloof is goed, om niet te zeggen onmisbaar voor een protestant en voor een rooms-katholiek. Daar ontspringt de blijdschap en vreugde in. God door Christus en wordt voleindigd "de heiligmaking in de vreze Gods (2 Kor. 7 : 11) tot eeuwige heerlijkmaking".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Enkele opvattingen van Calvijn over 't geloof

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's