In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

WAT IS GELOVEN ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT IS GELOVEN ?

15 minuten leestijd

Wanneer wij aandachtig de Bijbel lezen, ontdekken we dat het geloof tegelijk heel eenvoudig én heel ingewikkeld is.

Het is uitsluitend een gave van de levende God (Ef. 2 : 8) die Zichzelf openbaart, die afdaalt binnen de begrenzing van de mens, hem verbrijzeld, verbaasd en verheugd achterlaat.

We zouden het geloof kunnen noemen een bepaalde verhouding tussen de mens en God. Het geloof bevindt zich in de mens, het is de mens die gelooft, maar het heeft tot voorwerp en fundament God Zelf. Omdat het geloof deze verhouding is tussen twee personen, is het iets dynamisch, het is geladen met kracht. Je kunt het geloof niet in je handen nemen en het bij wijze van spreken op zak steken. Nog veel minder is het iets doods, iets uit een grijs en grauw verleden.

Het echte, het levende geloof is die verhouding van de mens tot God door middel van Christus. Niets buiten God kan dus het voorwerp van het geloof zijn. Al het andere is slechts middel om tot God te naderen zoals de Bijbel, de prediking en de katechese.

Er zijn er die de Bijbel of de prediking tot voorwerp van hun geloof maken. Zij verwarren echter het middel met het doel. De Bijbel en de prediking zijn niet God, maar instrumenten die God gebruikt, opdat wij daardoor in kontakt met Hem zouden kunnen komen. "De letter doodt, maar de Geest maakt levend" (2 Kor. 3 : 6).

De Joden kenden de Bijbel van buiten en gehoorzaamden aan de hogepriesters, maar juist daardoor hebben ze Christus laten kruisigen, Christus die de volmaakte openbaring was en is van de Vader. Het geloof heeft dus uitsluitend God tot voorwerp en tot grond.

Wie is God? Wie is de mens?

Als dan het geloof een bepaalde verhouding is tussen de mens en God, dan moeten we eerst nagaan wie God is en wie de mens is.

De mens wordt in de Bijbel beschreven als een schepsel van God, dat door eigen schuld gevallen is. God wordt ons in de Bijbel getoond als het enige heil voor de mens (Ef. 2 : 3; ps. 62 : 2, 7; Hand. 4 : 12). Daarom kan het geloof niets anders zijn dan de verhouding tussen de gevallen en verloren mens tot zijn enige Zaligmaker.

En omdat het geloof slechts is wat het is, uit de kracht van God die er de oorzaak en de grond van is, zullen we eerst moeten spreken over het voorwerp van het geloof, dus over God. Als we eerst over de mens zouden gaan praten en dan pas over God, zouden we gevaar lopen om te vervallen tot subjektivisme. Maar als we alleen maar zouden stilstaan bij het voorwerp van het geloof en voorbij zouden gaan aan de gelovende mens zelf, dan zouden we gemakkelijk vervallen tot een objektivisme, tot een dode theologie, die evenmin in overeenstemming zou zijn met het Evangelie.

Als we zeggen dat de Bijbel niet God Zelf is, en als we het geloof beschrijven als een verhouding van de mens tot God, dan wil dat niet zeggen dat we het geloof gelijk stellen met de natuurlijke Godskennis, met de religie. Paulus zegt dat met heel duidelijke woorden: "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods (Rom. 10 : 17). De god van de natuurlijke religie is een god zonder gelaat, de projektie van het religieuze gevoel. Het is niet de persoonlijke God, de God van Jezus Christus.

Het geloof ontspringt aan bet Woord

De Schrift is dus het Woord van God, de regel voor ons geloof. Wij geloven dat de Bijbel de regel is van elke waarheid en dat de Bijbel alles bevat wat nodig is voor de dienst van God en voor onze zaligheid.

Maar de Schrift is niet een wetboek dat we bekijken moeten met de ogen van de schrift geleerde en van de mannen van de wet. De Schrift kun je dus nooit losmaken van de prediking van het heil, de boodschap van de zaligheid voor de konkrete mens.

Het geloof ontstaat door de prediking: "… het heeft Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven" (1 Kor. 1 : 21). Het ontstaat dus door de prediking van Christus (Rom. 10 : 17). Het is dus duidelijk dat het geloof nooit zijn oorsprong vindt in de mens, maar vrucht is van de prediking van het levende Woord. Een geloof dat niet zijn oorsprong heeft uit het Woord, is geen echt geloof en alleen maar wat religiositeit, godsdienstigheid. Om ons het geloof te geven heeft God ons het Woord geschonken, heeft Hij de bediening van de prediking ingesteld en van de Sakramenten. En door middel daarvan wordt ons de Heilige Geest geschonken die in ons het geloof voortbrengt. Het geloof is het werk van de Heilige Geest (Joh. 5 : 32, 39).

Wet en Evangelie: inhoud van het geloof

"Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heere; en onszelf dat wij uw dienaars zijn om Jezus' wil. Want God die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene die in onze harten geschenen heeft om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus Jezus" (2 Kor. 4 : 5-6).

Velen zeggen: Het Evangelie is wonderbaar, het Evangelie maakt zalig, het Evangelie is leven; weinigen echter zeggen wat het Evangelie is. Wij zijn van oordeel dat op zijn minst onvoldoende is, als je niet de inhoud ervan nader beschrijft. Omdat het geloof zijn fundament heeft in het Woord en aldus de levende verhouding tot God tot stand kan brengen, is het nodig te weten niet alleen wat geloven in het algemeen is, maar ook wat de inhoud is van het geloof.

Wat is dan de inhoud van het geloof? Die inhoud is de wet en het Evangelie. De wet die van ons de werken eist en de volmaaktheid, op straf van de veroordeling door God en de eeuwige verwijdering van Hem; het Evangelie biedt aan ons, die volkomen onder de druk staan van de zonde en de dood, om niet de verzoening aan uit kracht van Christus die volkomen de eeuwige rechtvaardigmaking voor ons betaald heeft (Hebr. 10 : 10). De wet is oorzaak van Gods toorn, beschuldigt onze gewetens en verschrikt ons; het Evangelie laat ons zien dat de zaligmaking alleen in Christus te vinden is, omdat Hij volmaakt de wet heeft volbracht voor ons (Rom. 7 en 8).

Vrucht het Kruis hier en nu

"Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel: het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden" (2 Kor. 5 : 17).

Het Evangelie is dus het fundament van ons geloof en heeft tot inhoud de persoon en het werk van Christus als Degene die de liefde van God openbaar heeft gemaakt en ze hier en nu tegenwoordig stelt door de Heilige Geest.

Dat betekent niet een ontkenning van de historische Christus, die eens en voor al gestorven en opgestaan is uit de doden voor ons en Die nu zit aan de rechterhand des Vaders, maar het wil zeggen dat het werk van Christus niet kan worden losgemaakt van Zijn Persoon die in de prediking van het Evangelie en in de bediening van de Sakramenten Zichzelf tegenwoordig stelt en Zichzelf mededeelt door de Heilige Geest. Op deze manier bereikt het werk van Christus dat Hij eens voor altijd in Palestina heeft volbracht, zijn vrucht hier en nu in de prediking van het Evangelie en in de bediening van de Sakramenten.

Het werk van Christus is onze rechtvaardigmaking

Dat betekent niet dat God Zich niet meer zou bekommeren om Zijn heilige wet en dat het kwade God niet meer zou beledigen; integendeel, dat betekent dat de zonde God zozeer beledigt, dat de eniggeboren Zoon van God moest sterven om aan Zijn heiligheid te voldoen. Welk een afschuw moeten wij dan niet hebben van de zonde, nu blijkt dat Gods rechtvaardigheid daar zozeer door geschonden wordt dat Hijzelf in Zijn Zoon vlees moest worden en aan het kruis moest sterven voor die zonde.

Aan enkele predikanten heb ik de vraag gesteld: Op grond waarvan zijn wij gerechtvaardigd voor God ? Door middel van een leven van volmaakte gehoorzaamheid aan de wet of door het geloof dat wij in Christus hebben ?

Zij antwoordden, bijna verontwaardigd: door het geloof in Christus Jezus. Ik kreeg echter de indruk dat zij de inhoud van het Woord Gods niet hadden verstaan.

Want wij zijn niet gerechtvaardigd en behouden, doordat God uit goeiigheid een oog, of misschien beide ogen, heeft dichtgedaan om zo onze zonde niet meer te zien. Wij zijn uitsluitend gerechtvaardigd, omdat Christus voor ons de wet volmaakt heeft volbracht. Het fundament van, de grond voor onze rechtvaardigmaking is dus inderdaad een leven van volmaakte gehoorzaamheid aan de wet, maar dat is dan een leven dat niet wij hebben geleid, maar dat Christus heeft geleid.

Vlucht voor de God van de gerechtigheid naar de God van de liefde

Het geloof is dan ook het aangrijpen, het omhelzen van de God van het Evangelie, die rechtvaardig maakt op grond van de gehoorzaamheid van Christus. De zondaar die weet dat hij volkomen terecht door God is veroordeeld, vlucht van de rechtvaardige God weg. Hij breekt zich niet meer het hoofd om toch nog langs de weg van een nieuw gerechtelijk onderzoek door God te worden vrijgesproken. Hij weet dat er in hem geen gerechtigheid te vinden is. Daarom vlucht hij naar de liefde van God die geen grenzen kent en die Hij geopenbaard heeft in Jezus Christus die betaald heeft voor de zondaar die daar niet toe in staat was.

De zondaar die in de dood van Christus ziet hoe groot zijn schuld is en dat de rechtvaardigheid van de barmhartige God niet aan de zonde voorbij gaat, weigert om nog langer in hemzelf te zoeken naar een spoor van gerechtigheid, maar geeft zich geheel en al over aan de gerechtigheid die Christus voor hem heeft verworven. Christus heeft inderdaad het oordeel ondergaan dat terecht over onze zonde was uitgesproken en zo is hij tot rechtvaardigheid geworden voor de zondige mens.

Rechtvaardig door de rechtvaardigheid van een Ander

Op het eerste gezicht lijkt dat absurd. Hoe kan iemand die nog steeds een zondaar is, toch terecht als rechtvaardige beschouwd worden. Het wonderbare en verrassende antwoord op die vraag luidt: die rechtvaardigheid waardoor de zondaar als rechtvaardige beschouwd wordt, heeft niets met hemzelf te maken, maar is een rechtvaardigheid die zich ergens buiten hem bevindt nl. in Jezus Christus. De rechtvaardigheid van de zondaar is dus niet een eigen rechtvaardigheid, maar de rechtvaardigheid van iemand anders nl. van Christus. Zijn rechtvaardigmaking is dus enkel genade, omdat ze nl. geschiedt op grond van wat een ander nl. Christus gedaan heeft.

Dat wil het "sola gratia = alleen door genade" zeggen. Dat betekent ook het "sola fide = alleen door geloof": de mens kan alleen maar de rechtvaardigheid van buiten af ontvangen en die rechtvaardigheid wordt nooit zijn eigen rechtvaardigheid. Hij bezit die rechtvaardigheid slechts als rechtvaardigheid van een ander nl. van Christus. Hij blijft dus altijd zondaar, omdat de rechtvaardigheid waardoor hij gerechtvaardigd wordt, altijd de rechtvaardigheid van Christus blijft. En toch kan hij tegelijkertijd als een rechtvaardige beschouwd worden, omdat hij bekleed is met de gerechtigheid van Christus.

Wet-Evangelie = werk-geloof

De wet eist het werk, het Evangelie eist het geloof dat wil zeggen de bereidheid om te ontvangen, om bekleed te worden met de gerechtigheid van Christus. Daardoor wordt het geloof niet een werk van de mens op grond waarvan hij wordt gerechtvaardigd. Het geloof is alleen maar een verhouding, een relatie die ontstaat en leeft uit en door de genade van God alleen.

De levende kennis van het Evangelie is niets anders dan de kennis van Christus. En wat is het kennen van Christus anders dan het kennen van Zijn verdiensten, van de beloften die Hij doet verkondigen in de wereld door Zichzelf mede te delen in de prediking van Zijn Woord, dat hier en nu daadkrachtig wordt gemaakt door de Heilige Geest? Deze verdiensten van Christus kennen en erkennen, leven uit Zijn beloften betekent het echte geloven in Christus. Dat is het geloof dat zalig maakt.

Geloof is verbondenheid met God

Zeker, het geloof is een werk van God, maar de Heere schakelt daarbij de mens geheel en al in.

God geeft Zijn wet om de mens zalig te maken en tot heerlijkheid te voeren, maar omdat de mens tegenover de majesteit van de wet zich verloren voelt, vervult God die wet in Zijn Zoon die met Zijn dood de schuld betaalt die de mens door zijn zonde had opgelopen, opdat hij vrede moge hebben met God (Rom. 5).

Verlicht door de gerechtigheid en de liefde die uitstraalt van de Gekruisigde, staat de mens die nog steeds zondaar is en dat ook blijft, op en gaat naar de Vader, die hem onweerstaanbaar in en door Christus heeft geroepen en hem reeds van eeuwigheid wacht met open armen.

Dat is de daad van het geloof, die daad waardoor God de levende God wordt voor de gelovige, die God van Wie wij alles mogen verwachten, die onze veilige toevlucht is elk ogenblik en onder alle omstandigheden.

Dat houdt in: geloven in Hem met zijn gehele hart en met geheel zijn ziel en met geheel zijn verstand ofwel: met eenzelfde existentiële intensiteit alle vertrouwen stellen in Hem. Het zaligmakende geloof is niets anders dan het vertrouwen in de barmhartige belofte.

Maar dat vertrouwen is niet een vertrouwen in het vertrouwen, zoals ook het geloof niet is een geloven in je eigen geloof, maar het geloven in het Evangelie van Christus, dwz. het geloven in de historische beloften van de historische Christus.

Vertrouwen moet een reële grond hebben

Het is dus nodig dat men het Evangelie kent, wil men het kunnen omhelzen. Het vertrouwen ontstaat pas in de mens, nadat hij de reële, de historische gronden heeft leren kennen, waarop hij zijn vertrouwen kan bouwen.

Ondanks onze zonde en onze begrenzing, ondanks het feit dat wij constateren dat wij terecht veroordeeld en verloren zijn, keren wij onze blik af van de rechtvaardige God om ons te werpen in de armen van de Vader van Jezus Christus. Ofschoon we ons bewust zijn van onze zonde en van de verdoemenis die we verdiend hebben, rusten we geheel en als in Christus en in Zijn gerechtigheid dwz. in de vergeving der zonden die Hij voor ons verworven heeft. Geloof betekent dus niet een ervaring of een zien. Het betekent juist tegen alle ervaring in en tegen wat ik voor ogen zie, mij werpen in Zijn armen, terwijl ik daarbij uitsluitend vertrouw op Zijn belofte in Jezus Christus.

De mens die zijn vertrouwen stelt alleen in de verdiensten van Christus, is tegelijk degene aan wie de wet van God elk vals vertrouwen in zichzelf ontnomen heeft. En als hij in zichzelf kijkt, dan ontdekt hij daarin alleen maar zonde, de zonde die hij haat en waarover hij zich verootmoedigt en zijn spijt uitdrukt.

De vergeving der zonde neemt bij de mens niet de neiging naar de zonde weg. De blik op het kruis vertelt de mens hoe zwaar zijn zonden zijn en brengt hem in een voortdurende staat van verbrokenheid en kleinheid, terwijl het vertrouwen in de belofte van de verdiensten van Christus hem moedig doet verder leven, vervuld van een blijde dankbaarheid. Ofschoon Christus eens en voor goed gestorven is en ons eens en voorgoed heeft zalig gemaakt, toch wordt deze zaligmaking gerealiseerd in een heel leven van verootmoediging en van steeds weer herhaalde vergeving der zonden.

In harmonie met de wet

Het geloof is het geloof van hen, die behouden zijn (Ef. 2 : 4 e.v.), die behouden worden (1 Kor. 1:18) om behouden te worden aan het einde der tijden (Rom. 8 : 24). De gelovige is dus tegelijkertijd steeds een zondaar en steeds een rechtvaardige, in zoverre hij ieder moment berouw heeft over zijn zonden en tegelijkertijd zich bekleedt met de gerechtigheid van Christus. Deze levenshouding van het geloof die de zondaar ertoe brengt om te vluchten in de barmhartigheid van God en om daar bescherming te zoeken tegen de heilige en rechtvaardige wet die hem veroordeelt, doet de mens niet leven in strijd met de wet en evenmin stelt zij hem onder de wet, maar schept in hem een vredige harmonie met de wet.

Wanneer de zondaar naar het kruis van Christus vlucht, dan ziet hij in de Gekruisigde de gerechtigheid Gods en de verschrikking van de zonde (Christus moest sterven om zijn schuld te betalen) en tevens Zijn barmhartigheid (Christus betaalt de schuld met Zijn dood). Daarom zal zijn geloof tegelijkertijd leven in de rechtvaardige vreze en in de liefde Gods. Vreze tegenover Zijn heiligheid die tegenover de zonde zich openbaart in Zijn toorn, en het leven in de liefde Gods die hem brengt tot algeheel vertrouwen in de belofte.

Geloof zonder u/erken is dood (Jak. 2 : 26)

Berouw (pentimento — verootmoediging, verbrokenheid, schuldbesef), vreze en liefde zijn de componenten, de bestanddelen, van onze nieuwe levensoriëntatie (Joh. 3:3; Titus 3:5). Met de gave van het geloof ontvangen we echter ook een nieuw hart (Ez. 36 : 26), een nieuwe levenshouding zodat het geloof nooit met lege handen komt, maar vruchten in ons voortbrengt, vruchten van waarachtige bekering; dat zijn de goede werken. Het zijn dus niet de goede werken die als vrucht het geloof hebben, maar de goede werken zijn vrucht van het geloof. Vanuit de dankbaarheid om de verlossing brengt het geloof de goede werken voort.

De goede werken die de mens verricht, komen dus voort uit de dankbaarheid voor zoveel ondervonden barmhartige liefde van God; ze zijn dus heel innig met de liefde van God verbonden en ontvangen van daaruit het leven. Het levende geloof kan zich dus niet hechten aan een leven van ongerechtigheid en van doelloosheid en leegloperij, want de noodzaak om goede werken te doen, spruit niet voort uit een gebod buiten ons die geloven, maar uit een innerlijke noodzaak, die haar bron heeft in de oneindige heiligheid en liefde van God.

De Heere verbreekt de geest en het hart van de natuurlijke mens dat van steen was, en Hij opent het om er berouw, vreze en liefde in te laten binnenstromen. Op grond daarvan gaat de mens eerst het Koninkrijk Gods zoeken en zijn gerechtigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

WAT IS GELOVEN ?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's