WAT DENKT U VAN LOURDES?
(vervolg)
BEPROEFT DE GEESTEN
Mademoiselle L. Shigo schrijft aldus:
Wij, die naar de raad van de Apostel Johannes (1 Joh. 4:1) „de geesten willen beproeven, om te weten of zij uit God zijn", wij verklaren met heel veel nadruk :
Mademoiselle Shiggo L. schrijft aldus :
OMDAT WIT IN DE TAAL EN IN DE DOELSTELLINGEN VAN DE VERSCHIJNINGEN NIET DE TAAL EN DE DOELSTELLINGEN VAN GOD TERUGVINDEN, zoals de profeten en de Apostelen ons die hebben doen kennen in de Heilige Schrift,
OMDAT DE GEEST VAN AL DIE BOODSCHAPPEN VAN LOURDES TOTAAL VREEMD IS AAN DE GEEST VAN HET EVANGELIE,
DAAROM VERWERPEN WIJ LOURDES !
In het licht van het Evangelie, van Gods Woord, beoordeelt deze schrijfster dan de verschillende verschijningen, wonderen, boodschappen en de devoties te Lourdes en op andere plaatsen.
Zij merkt daarbij zes punten op, welke wij in verkorte vorm hier willen weergeven, omdat zij zo duidelijk ook Lourdes confronteren met Gods Woord.
1e. DE VERSCHIJNINGEN GEVEN BEVELEN, WELKE RECHTSTREEKS IN STRITD ZIJN MET DE GEBODEN VAN GOD, MET HET ONDERRICHT VAN JEZUS EN MET DE APOSTOLISCHE PRAKTIJK.
Enige voorbeelden ter bevestiging van deze zware beschuldiging:
— Het tweede van Gods geboden (zie Exodus Hst. 20) verbiedt het maken van beelden of afbeeldingen om daar dan een eredienst aan te geven.
De verschijning van Fatima verlangde dit echter uitdrukkelijk (de verschijning van Lourdes impliciet, door het vorderen van een kapel, haar ter ere). Te Fatima werd erbij gezegd, dat dit beeld in processie rondgedragen moest worden temidden van veel eerbetoon.
Dit simpele feit alleen al zou volstaan om aan te tonen, dat deze verschijning niet van goddelijke oorsprong is. Als ze wel reëel is, dan is ze DUS van demonische oorsprong.
De verschijning in de Rue du Bac vroeg eveneens een afbeelding van haar te laten slaan in een medaille. Maria wordt daarop voorgesteld op een godslasterlijke wijze, want zij wordt afgebeeld op de manier, waarop God wordt aangeduid in Habakuk 3 vers 4. Deze medaille bezit dan nog een „beschermende" funktie (wonderdadige medaille!), zodat het in zich niet meer is dan een amulette.
— God verbood niet alleen het vervaardigen van beelden, maar gebood ook, dat men alleen aan Hem de aanbiddingsacte zou brengen.
De verschijning van Lourdes vorderde van Bernadette deze aanbiddingsacte. In geknielde houding is Bernadette dan ook steeds afgebeeld.
De BEDOELING OM NIET TE AANBIDDEN doch alleen te vereren doet hier niets aan af.
De primitieve Kerk heeft hen, die uit angst voor de beulen, uitwendige eer hadden bewezen aan de afgoden, als apostaten gebrandmerkt, ook al hadden zij niet de bedoeling van aanbidden gehad.
Welk een verschil van houding bij de „Dame" van Lourdes en de Engel uit de Apocalips, toen Johannes zich voor hem wilde neerbuigen en die het hem tot tweemaal toe verbood, zeggende: „Doe dat niet! Ik ben een mededienstknecht van U; aanbid GOD!"
Heel de Schrift proclameert, dat er maar één eredienst is: aan God alleen!
Het onderscheid, dat de theologen maken tussen cultus latriae, duliae en hyperduliae, verandert daar niets aan. Het lijkt ons daarom wijzer alleen maar voor God neer te knielen.
— Jezus sprak tot de Samaritaanse vrouw, dat de aanbidding van God niet meer aan een plaats gebonden is. (Joh. 4).
De verschijning van Lourdes zegt daarentegen: „Ik wil, dat men in processie HIERNAAR TOE komt".
Hebben wij niet alle reden om ongerust te zijn over de oorsprong van zulk een gebod?
2e. DE VERSCHITNINGEN SPOREN AAN TOT HEIDENSE GODSDIENSTIGE GEBRUIKEN.
Heel in het bijzonder denken wij hier aan het bidden van de rozenkrans. Deze manier van bidden is even heidens als haar oorsprong. Het is een getelde herhaling van gebeden, welke TOT EEN SCHEPSEL GERICHT zijn en niet tot God.
De belachelijke verhouding van het aantal Onze Vaders t.o.v. de Wees Gegroetjes is een belediging voor onze Heer Jezus Christus.
Te Fatima verklaarde de „Dame" aan Francisco, dat hij niet naar de hemel zou gaan als hij niet veel rozenhoedjes zou bidden.
WIE kan zulk een caricatuur van het gebed uitgevonden hebben, WIE ANDERS dan DE tegenstander van God: satan zelf?
JEZUS zei: „Als gij bidt, gebruikt dan geen stortvloed van woorden, zoals de heidenen dit doen; want ze menen, dat ze om hun vele woorden worden verhoord." (Matth. 6:7).
Maar de „Dames" te Lourdes, Fatima en in andere plaatsen hebben heel andere opvattingen van het gebed dan Jezus Christus.
3e. DE VERSCHIJNINGEN BRENGEN NIEUWE HEILSMIDDELEN AAN.
Onder de vele andere voorbeelden noemen we slechts die van het scapulier van de Berg Carmel.
„Degene, die dit scapulier zal dragen op het moment van zijn dood, kan er zeker van zijn, dat hij behouden is." DOOR dat scapulier, wel te verstaan! Aldus heeft de „Maagd" aan Simon Stock verklaard.
Tegenover zulk een nieuw evangelie stellen wij de waarschuwing van de Apostel: (Gal. 1:8).
„Maar ook al zouden wij of een engel uit de hemel u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!"
Het ENIGE heilsmiddel, dat God aan de mensen heeft gegeven is het GELOOF IN JEZUS CHRISTUS en in HEM ALLEEN, gelijk de apostel Petrus ons zegt: „en de behoudenis is in NIEMAND ANDERS, want er is ook onder de hemel geen andere naam den mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden." (Hand. 4:12).
4e. DE VERSCHIJNINGEN LEIDEN TOT BIJGELOOF.
Bijgeloof in PLAATSEN (pelgrimstochten enz.)
Bijgeloof in VOORWERPEN (medailles, scapulieren enz.)
Bijgeloof in PRAKTIJKEN (kaarsen, novenen, Lourdes-water enz.)
De „dame" geeft Bernadette dan nog een lesje in het verdienen van aflaten, door de grot waar zij was verschenen. Van dat ogenblik af hebben de kaarsenfabrieken goed zaken gedaan!
De „dame" geeft Bernadette dan nog een lesje in het verdienen van aflaten, door haar te zeggen, dat ze haar eigen rozenkrans moet gebruiken, omdat zij anders de aflaten zou verliezen. Voor hen, die menen, dat het roomse bijgeloof in de aflaten een afgedane zaak is, waartegen Luther gefulmineerd heeft, maar waar wij nu niet meer op terug moeten komen: Paus Pius XII heeft onlangs een gebed voor politici opgesteld en heeft toen meteen het tarief ervoor vastgesteld: „een gedeeltelijke aflaat van drie jaar".
5e. DE ZELFVERHEERLIJKING VAN DE VERSCHIJNING IS EEN VAN DE MEEST VREEMDE ASPECTEN ERVAN.
De verschijning van Lourdes is geenszins een prediking van JEZUS CHRISTUS! Het is een prediking van Maria van HAARZELF. DUS is het Maria NIET, doch de plaatsvervangende geest, satan!
Het is merkwaardig de analogie vast te stellen tussen het gedrag van deze „Maagd", die naar eerbewijzen en naar heerschappij dorst en die eist, dat men HAAR ter ere heiligdommen bouwt en de démon van de mythologische godin Juno, die beval voor haar een tempel te bouwen.
ONMOGELIJK is het voor ons onze zuster Maria, de Moeder van Jezus, te herkennen in al die „Maagden", veeleisend en verwaand als ze zijn.
6e. DE VERBORGEN DOELSTELLING VAN AL DEZE VERSCHIJNINGEN IS :
Steeds meer een vergoddelijkt schepsel in de plaats te stellen voor onze Heer Jezus Christus in het gebed en in het vertrouwen, in de godsdienstigheid van het volk.
Sprekend over Jezus zeide Johannes de Doper: (Joh. 3:30) „Hij moet groter, maar ik moet kleiner worden".
De taal van die onechte „maagden", die hun eigen voortreffelijkheid verkondigen, die goddelijke eer voor zich opeisen en die er niet voor terug schrikken om zich bij gelegenheid op gelijke voet te stellen met de Schepper, hun taal komt hierop neer : „IK moet groter worden, maar Hij moet kleiner worden."
Toen Paus Pius XII in 1942, om te gehoorzamen aan de „Dame" van Fatima, heel het menselijk geslacht liet toewijden aan het „Onbevlekte Hart van Maria", heeft hij officieel een schepsel voor Jezus in de plaats gesteld.
Ten overstaan van zulk een verschrikkelijk verraad, dat ook voor vele roomskatholieken onaanvaardbaar was, kunnen wij niet even onverschillig blijven als men van ons zou willen.
GEEN ONGEVOELIGHEID
Neen, het is geen ongevoeligheid jegens de rooms-katholieken dat wij zo over Lourdes spreken.
Weliswaar weten wij heel goed, dat vrome rooms-katholieken gekwetst zullen zijn wanneer zij horen, dat de protestanten de feiten van Lourdes aan de duivel toeschrijven.
Maar laten zij dan toch ook vernemen WAAROM wij dat doen! Wij doen dat steunend op Gods Woord, met de Bijbel in de hand, de Bijbel, die zo slecht gekend is in de katholieke wereld. Jezus verweet de Farizeën en schriftgeleerden: „Gij dwaalt, omdat gij de schriften niet kent."
Wij verwerpen Lourdes, omdat het in strijd is met VELE dingen, die de Schrift ons zegt, gelijk wij hebben aangetoond.
Dit te moeten horen over Lourdes is hard voor vele rooms-katholieken, omdat de pausen en de clerus zulk een atmosfeer geschapen hebben rondom Lourdes. Lourdes is typisch rooms-katholiek. DAAROM is Lourdes zo DIERBAAR voor vele roomskatholieken. Wij weten dat en beseffen dat.
Maar juist omdat Lourdes een typisch beeld is van het rooms-katholicisme, zoals het IS, juist daarom is het voor ons een heilige PLICHT dit LOURDES te verwerpen, opdat de ogen open zullen gaan en men DOOR LOURDES zal gaan inzien wat het rooms-katholicisme IS en waartoe het leidt.
Niet om te kwetsen, maar uit liefde voor de WAARHEID, Christus Jezus Zelve, en uit liefde tot de misleide zielen MOETEN wij de dwaling aantonen en er op wijzen, dat de gezonde vroomheid der Apostelen geconcentreerd was op HEM, die God aan het menselijk geslacht heeft voorgesteld als DE ENIGE HEER, DE ENIGE HEILAND en de „ENIGE MIDDELAAR TUSSEN GOD EN DE MENSEN". (1 Tim. 2:5).
Mochten allen toch begrijpen en ervaren en ervan gaan leven, „dat wij IN HEM de volheid ontvangen hebben". (Col. 2:10).
LAAT U NIET MISLEIDEN.
Wij herhalen nogmaals, dat men het rooms-katholicisme niet alleen speculatief en theologisch moet bezien, maar existentieel: zoals het IS, zoals het geleerd EN beleefd wordt.
De bisschop van Lourdes heeft onlangs in een open brief zich tegen de handel in devotie-artikelen gekeerd in de honderdjarige bedevaartplaats. Heel terecht heeft men daarop geantwoord, dat de rooms-katholieke kerk zelf verantwoordelijk is voor de misstanden, die zij veroordeelt. Wanneer het in Lourdes wemelt van kooplieden, komt dat dan niet, omdat de r.k.kerk de praktijk van afbeeldingen, souvenirs en reliquieën toelaat? Dat zij, door deze te zegenen, een vrome gehechtheid aan deze voorwerpen bevordert, die soms lijkt op verering? Hier is de chirurg nodig, die het mes erin zet. Wij hebben een illuster voorbeeld: Jezus, die de handelaren uit de tempel verdreef. Theoretisch kan men de onbijbelse mistoestanden veroordelen; gelijkertijd worden zij praktisch bevorderd, aangemoedigd en in de hand gewerkt.
Theoretisch heet het: door Maria tot Jezus. Theoretisch zegt Rome ook ja op de leer: Jezus, de Middelaar, Jezus, de Heer en onze Heiland. Theoretisch wordt Maria niet aanbeden, wordt haar geen goddelijke eigenschap toegeschreven, wordt erkend, dat Maria schepsel is gelijk wij allen. Praktisch wordt er echter gebeden door de kerk: smekende ALMACHT (Maria kan alles door haar gebed; God kan alleen maar ja zeggen als Maria iets vraagt; Maria kan alles wat God doet) Moeder van de goddelijke genade, Oorzaak van onze blijdschap, Deur des hemels, Morgenster.
Theoretisch zegt Rome ook ja op alles, wat de Bijbel van Jezus zegt, doch praktisch wordt Maria aangeroepen in termen, die de Bijbel aan God en aan Jezus geeft.
In Lourdes leren wij echter niet zozeer de LEER als wel de PRAKTIJK van het roomse leven kennen. De praktijk, die meestal bij Maria blijft staan en zelden tot Jezus komt; de praktijk, die groot onrecht aandoet aan Jezus, zoals de Schrift Hem ons toont. In Lourdes ziet men de vruchten van het roomse onderricht. Daaraan leren wij de boom kennen: ROME! Door Lourdes leren wij de geest kennen, waardoor Rome beheerst wordt: de plaatsvervangende geest, satan, de bedrieger van den beginne. LAAT U NIET MISLEIDEN.
ONZE VERONTSCHULDIGING
In de maand november was bij onze drukker een machine uitgevallen. Daardoor heb ik niet meer de gelegenheid gehad de drukproef na te kijken, omdat ik 25 november naar Spanje moest. Zeer tot onze spijt zijn er daardoor storende fouten ingeslopen in het artikel: „Wat denkt u van Lourdes?"
Daardoor is een zin over Osborn en Branham op blz. 19, die ik had willen schrappen (W. M. A. Kuin schreef dat in 1958), blijven staan. Bovendien zijn er boven aan op pag. 20 zinnen weggevallen, zodat die bladzijde niet meer te rijmen is met het voorafgaande. Onze oprechte verontschuldiging hiervoor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
