In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De wet ….ZONDER CHRISTUS DOODT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wet ….ZONDER CHRISTUS DOODT

3 minuten leestijd

Daarom is preken zulk een zware verantwoordelijkheid. Daarom schrik is er soms voor terug om het Woord Gods ten volle te brengen. Want het is een zwaard, vlijmscherp. Het ontleedt alles in ons en legt alles open en bloot (Hebr. 4:12-13).

Die wet ontmaskert ons en rukt de blinddoek van onze ogen. Die wet laat ons zien, hoe we in alles de neiging hebben onszelf te zoeken, ook in onze vroomheid. Ik zie die neiging duidelijk in mezelf en dat is al een grote genade. Maar ik zie die neiging ook in anderen en ik merk dat zij zich daar soms niet van bewust zijn. Ik zie hoe ze glunderen over hun Bijbelkennis, over hun mooie bidden, over hun doop met de Heilige Geest, over hun gaven des Geestes, over hun orthodoxie, over hun diepe zondebesef, over de duisternissen waar ze door heen zijn gegaan. En moet ik ze daar nu op wijzen, misschien niet persoonlijk in een herderlijk gesprek, maar dan toch wel in de prediking?

Ik kan daar niet langs: het móét! Ik mag de wet Gods niet verzachten om de luisteraars niet te veel pijn te doen. Maar het is verschrikkelijk.

Stel je voor dat iemand voor het eerst van zijn leven door mijn preken (of schrijven) zichzelf ziet in zijn naakte egoïsme. Voor het eerst ontdekt hij zijn eigen ik achter al zijn vroomheid. Hij doorschouwt zichzelf in zijn vechten voor eigen gelijk, in zijn hardheid tegenover anderen die het niet met hem eens kunnen zijn, in zijn pronken met zijn zogenaamde bekeringsgeschiedenis, zijn eigen ijveren voor de juiste rechtzinnige leer.

Is dat voor zo iemand niet om door de grond te zakken, vooral als die ontdekking pas komt op hoge leeftijd? Is dat niet om daaraan kapot te gaan en er wanhopig onder te worden? Krijg je dan niet een grenzeloze afschuw van jezelf? Kun je dan nog wel met jezelf leven? Inderdaad, de wet buiten Christus doodt!

Maar de wet mét Christus reinigt!

Daarom mogen we de wet ook nooit brengen zonder Christus. Dat zou liefdeloos zijn. Daar zou de Heere ons voor ter verantwoording kunnen roepen. Hij heeft immers gezegd: „Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet (vlaspit) zal Hij niet uitblussen" (Mat. 12:20).

Wanneer een mens zo ontdekt wordt aan zichzelf, moet hij tegelijk te horen krijgen: Voor die zondigheid van u, voor dat verschrikkelijke op uzelf gerichte leven, voor die aanbidding van het eigen ik is Christus nu juist gestorven. Hij is de Heiland die de verbrokenen van hart heelt. Hij doet dat door hen Zijn Geest te geven die door het Woord der belofte heen verzekert van de vergeving van dit zondige leven. Hij doet u met Zich opstaan uit de dood tot het nieuwe leven.

Dan blijft de wet op ons inwerken, maar het is geen dodende werking meer. Dan wordt de wet een instrument in de handen van Christus om de gemeente te heiligen, haar reinigende door het waterbad van het woord, opdat zij zou worden een gemeente „die geen vlek of rimpel heeft of iets dergelijks, maar dat zij zou zijn heilig en onberispelijk" (Ef. 5:25-27).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De wet ….ZONDER CHRISTUS DOODT

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978

In de Rechte Straat | 32 Pagina's