„Hoe mooi is toch het Woord van God!"
Zeer geachte broeder in Christus,
Tot mijn spijt kan ik mij niet tot u richten in het Nederlands om daarin mijn grote dankbaarheid uit te drukken voor de toezending van En la Calle Recta (onze Spaanse editie). Ik ben er erg blij mee, want het geeft een helder en eerlijk reformatorisch getuigenis. Heel jammer dat het niet elke maand verschijnt. Dit blad zou in zoveel mogelijk huisgezinnen verspreid moeten worden. De boodschap van het blad zou moeten indringen in de harten van zovelen, die zuchten onder angsten, bijgeloof en afgoderij.
Ik schrijf u vanuit M. Ik heb kontakt met u gekregen door middel van de radio. Naar de mens gesproken was het louter toeval dat ik op zekere dag de uitzending van „Hora de la Reforma" van Monte Carlo beluisterde. Het gesprokene greep mij erg aan en ik schreef dan ook naar Madrid om de tekst daarvan te krijgen.
Zo kwam ik in kontakt met br. Juan T. Sanz. Ik sta nu in briefwisseling met hem. Hij zond mij een complete Bijbel en daar geniet ik nog steeds van. Daar lees ik nu in. De Bijbel is mijn uitgangspunt geworden voor mijn overdenkingen en gebeden. Ik had er geen vermoeden van, hoe prachtig de psalmen zijn en wat een vertroosting zij bevatten. Hoe mooi is toch het Woord van God!
Br. Sanz is vol ijver. Hij heeft een vaste overtuiging en hij staat altijd klaar om hen die hem om geestelijke hulp vragen, te beantwoorden. Hij heeft mij ook uitstekende evangelische en reformatorische lektuur gezonden. Daardoor zijn allerlei punten voor mij veel duidelijker geworden.
Ik heb uw boek gelezen „Se rompieron las cadenas" (— Spaanse vertaling van „Mijn weg naar het licht"). Ik vond het geweldig vanwege de eenvoudig en oprechtheid, waarmee het geschreven is. Wat heeft het u een moeite gekost om te breken met al dat bijgeloof en met het religieuze fanatisme van de r.k. kerk. Het moet een verschrikkelijke ervaring voor u zijn geweest om dat klooster in Brazilië te verlaten. Daar leidde u een zinloos en onvruchtbaar bestaan met het enige doel om door goede werken de zaligheid zeker te stellen. U moet zich wel onuitsprekelijk gelukkig en dankbaar voelen, sinds u het echte Evangelie hebt ontdekt.
Zelf heb ik niet zoveel geleden als u, want ik praktizeerde de godsdienst niet, al voelde ik mij wel een beetje gebonden aan de r.-k. kerk. Toch heb ik heel wat van deze kerk te verduren gehad vanwege haar onverdraagzaamheid, fanatisme, dogma's enz. Er waren heel wat dingen die ik niet begreep, maar men gaf geen werkelijk antwoord op mijn vragen. Daarom nam mijn onzekerheid steeds meer toe. Ik voelde mij geestelijk steeds onrustiger worden.
Ik kende het Evangelie niet zoals dat door de grote reformator, Maarten Luther, weer was herontdekt. Over hem had ik in mijn jeugd alleen maar gehoord, wat ze ook u wel zullen voorgelogen hebben (inderdaad! H. J. H.), dat Luther op zekere avond, staande onder de wijde sterrenhemel met zijn vrouw, zou gezegd hebben: „Die heerlijkheid van de hemel zal niet voor jou en voor mij zijn, omdat wij de katholieke kerk hebben verlaten".
Als ik zo iets hoorde, dan deed mij dat de haren te berge rijzen van verbazing. Dan vroeg ik mij af: Wat heeft die kerel toch bewogen om door zijn zogenaamde reformatie de kerk in tweeën te splijten? „Dat was geldingsdrang, zucht naar macht en een voorwendsel om aldus aan zijn sexuele lusten te kunnen voldoen", zo riepen de r.-k. priesters mij dan toe.
Maar ik kon geen vrede vinden in dat antwoord. Ik kwam tot de overtuiging: daar móét iets anders achter gezeten hebben. Ik ben dat blijven onderzoeken en ik meende het antwoord te hebben gevonden. Luther, Calvijn en de andere reformatoren hebben gevochten tegen het bederf in de r.-k .kerk, het grote Babyion van de Openbaring. Maar verder dan deze ontdekking kwam ik niet. Mijn leven verliep eentonig en triest, totdat ik door middel van de radio de waarheid hoorde.
Zoals ik al zei was ik geen praktizerend rooms-katholiek. En toch was ik bang voor deze kerk, die mij vervloeken zou, wanneer ik mij helemaal van haar zou afkeren. Die kerk beweert immers dat zij heilig is en dat daarom haar vervloeking kracht heeft.
Ja, deze kerk verklaart alles heilig wat zij doet. Zelfs de brandstapels waar de martelaren van de Reformatie hun leven gaven voor het ware Evangelie, waren heilig voor haar.
Vaak heb ik mij dat schouwspel voor de geest gehaald en dan vervulde het mij met afschuw, wanneer ik zag hoe de lichamen van deze kinderen van God verteerd werden door de vlammen, terwijl de bisschoppen, de priesters en de andere hoogwaardigheidsbekleders er met plezier naar stonden of zaten te kijken… En dat alles gebeurde met volle instemming van de paus, de zogenaamde plaatsbekleder van Christus op aarde. Ik kon dat niet met elkaar rijmen, maar ik wilde er geen praktische konklusies aan verbinden, want ik was bang voor de kerk en ik verborg mijn kop in het zand, zoals de struisvogels dat doen.
Nog een andere vraag die mij bezig hield en verontrustte. Deze r.-k. kerk die opriep tot armoede, die de soberheid en het strenge leven van het klooster aanbeval als de beste manier om de hemel te bereiken, zij was zelf onmetelijk rijk.
Als ik dat heel voorzichtig naar voren bracht, kreeg ik ten antwoord: „Maak u niet te veel zorgen. Heb geduld. God zal Zijn kerk zuiveren, wanneer Hij daarvoor het tijdstip gekomen acht. Voed uw geest met nuttige en wijze lektuur en pluis de dingen niet zoveel uit. Die rijkdommen zijn offers van de gelovigen aan de heiligen die zij vereren".
Maar ik redeneerde bij mezelf: Waarom zouden die heiligen die nu immers zalig zijn in de Godsaanschouwing, rijkdommen ophopen? Denken ze daar ooit gebruik van te maken? Maar waar dan en wanneer? Wat hebben zij aan die koude en stomme afbeeldingen van hen? Wat kunnen ze doen met dat goud en al dat kostbare gesteente?
Men had echter ook hier een antwoord op: „De kerk bewaart al die juwelen. Ze bewaart ze en verliest nooit uit het oog dat ze geschonken zijn vanuit godvruchtige motieven". Maar desondanks bemerkte ik dat ik entreegeld moest betalen, toen ik de schatten van de kathedraal van Cordoba wilde zien.
Al deze overdenkingen deden mij pijn en lieten een verschrikkelijke leegte in mij achter.
Die koude en lange ceremoniën zeiden mij niets. Ik bespeurde er geen enkele evangelische warmte in. Ik zag hoe de kerkgangers elkaar met verachting en achterdocht beloerden. Dat gebrek aan onderlinge liefde, die lege en belachelijke devotiepraktijken, dat alles was oorzaak dat ik mij voor altijd van de r.-k. kerk afkeerde.
En zo zwierf ik rond zonder geloof, zonder hoop, zonder God.
… Totdat ik naar de radio luisterde en het licht helder in mij begon te branden. En hier ben ik dan, broeder Hegger, om te vragen of u mij wilt gedenken in uw gebeden bij de enige en waarachtige God door de tussenkomst van onze enige Middelaar, Jezus Christus. Ik leg me toe op de studie en ik bid veel, opdat de Heere alle binding aan welke dwaling dan ook moge wegnemen. Ik denk echter dat deze reiniging nog wel enige tijd zal vergen.
Moge de Heere u, uw vrouw en kinderen alsmede alle echte gelovigen van Nederland zegenen. Moge de gemeente van Christus die staat op de rots van het éne Evangelie, groeien in deze onzekere dagen, waarin wij leven.
Met hartelijke broedergroeten:
Melilla (Spaanse stad in Noord Afrika)
Wij hebben hem geantwoord:
Zeer Geachte Broeder in Christus,
Met grote ontroering heb ik uw brief gelezen en ik heb de Heere gedankt om de macht van Zijn Woord.
Dat Woord heeft u bereikt daar ver weg op een eenzame plaats in Afrika en dat Woord heeft het licht in u ontstoken en u een nieuwe, een eeuwige hoop geschonken. U hebt het leven van Christus ontvangen. U hebt Hem gezien, die de afstraling is van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen (Hebr. 1:3). En wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien, zo zei Christus tegen Philippus (Joh. 14:9). Wat een wonder is dat, wanneer je aldus in vrede en vreugde gemeenschap mag hebben met de eeuwige God, die je genadig ' n Christus je zonden vergeeft.
Het ontroerde mij ook dat u daar ver weg mijn boek hebt gelezen dat ik nu al 20 jaar geleden geschreven heb en dat u er een zegen van hebt ondervonden. Ik voelde mij met u verbonden, toen u dat schreef, zoals ook u zich met mij verbonden zult geweten hebben bij het lezen van mijn weg naar het licht.
Ik vond uw brief zeer vertroostend, ook voor de Nederlandse lezers van ons blad. Zo ontstaat er rondom u een gemeenschap van gelovigen in Nederland die u gedenken in hun gebeden.
Volgende week moet ik naar Spanje en hoop dan br. Sanz te ontmoeten. Het zal fijn zijn om via hem meer van u te horen. Intussen met hartelijke broedergroeten: H. J.Hegger
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
