In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Methode of leven?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Methode of leven?

5 minuten leestijd

„…

Er was in Caesarea iemand, genaamd Cornelius, een hoofdman van de zogenaamde Italiaanse afdeling, een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad.

Je zou kunnen zeggen: een model voor de godsdienstige zedeleraren. Hij kreeg het voorrecht dat een engel hem verscheen, die hem meedeelde dat zijn gebed en zijn aalmoezen aan God niet ongemerkt voorbij waren gegaan. De zedeleraren zouden zeer voldaan zijn, wanneer hun leerlingen aldus vereerd zouden worden met een goddelijke boodschapper. Ze zouden er trots op zijn dat hun methode blijkbaar zo perfekt werkte, dat de resultaten waren doorgedrongen tot voor Gods troon.

Maar, edelachtbare heren zedemeesters, u hebt het tóch mis. Deze vrome man Cornelius had één werk nodig. Welk werk was dat?

„Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft" (Joh. 6:29).

De zedemeesters storten zich verwoed op hun wetten, hun oefeningen van vroomheid, hun beproefde methoden om daarmee hun leer en hun stelsel te rechtvaardigen. Maar laten ze hun energie toch niet aldus nodeloos verbruiken. Het heeft geen zin om op deze manier hun wetenschap te bewijzen, want de Heere zei: „Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader die Mij gezonden heeft, hem trekke" (Joh. 6:44).

Heren zedeleraren, u bent te intelligent en te godsdienstig. U zoudt heel uw leven willen uitzien naar een boodschap van een engel, maar u zoudt nooit op de gedachte komen om een eenvoudige visser, een zekere Simon, te gaan opzoeken die woorden tot hen spreken zal, waardoor zij, én hun leerlingen, zalig zouden kunnen worden.

Dat is Cornelius overkomen. Wat zou hij nog meer kunnen verwachten, toen de Heere hem een engel gezonden had? Die engel sprak niet de woorden des levens. Hij wees slechts de persoon aan, die het zou doen:

Simon Petrus, die de heerlijkheid des Heeren had gezien en drie tenten wilde bouwen om daarin te wonen; die dacht dat hij zo sterk was in het geloof, maar de Heere drie keer verloochende; die drie keer erkende dat de Heere de kenner is van de harten, de kenner van de liefde die wij voor Hem hebben; de man die drie keer te horen kreeg dat het God is die reinigt en niet de mens met zijn methoden en oefeningen van de zedeleer: „Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken (moogt gij niet voor profaan, onheilig houden)" (Hand. 10:15).

Deze apostel heeft de woorden, waardoor Cornelius kan zalig worden (Hand. 11:14). Bij die woorden speelt de Heilige Geest de aktieve en beslissende rol zonder daarbij de menselijke aktiviteit uit te schakelen: Petrus werd gezonden om die woorden des levens te spreken. Petrus zelf erkent dat ook: „En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, gelijk op ons in het begin" (Hand. 11:15). Het heilswerk van God is niet afhankelijk van methodes van een zedeleer en evenmin van konkrete strukturen. Er is geen andere methode, dan de liefde die uit het geloof voortkomt, en geen andere 'struktuur' dan de vrijheid, die gevoed en geleid wordt door de Heilige Geest.

Wanneer Paulus op de weg naar Damascus aan de Heere vraagt: „Wat wilt Gij dat ik doen zal?", dan geeft Hij niet Zelf Zijn boodschap aan Paulus, maar wijst iemand aan, die hem verder zal helpen: „Sta op en ga in de stad en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet" (Hand. 9:6). Het is een discipel, Ananias, die hem het woord van de zaligheid brengt: „Sta op en laat u dopen en uw zonden afwassen, aanroepende de Naam des Heeren" (Hand. 22:16).

Paulus ontdekt dan dat deze leerling zich vereenzelvigt met de Meester, die hem gezonden had en niet met een zedeleer, zoals de farizeeën dat gewoon waren. Paulus was er volkomen naast, toen hij meende dat hij „een weg", een bepaalde ethische methode, een ketterse leer der zaligheid, bestreed. Hij had Jezus vervolgd, die voortleeft in Zijn leerlingen.

Christus is waarachtig en getrouw, wanneer Hij zegt: „Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Degene die Mij gezonden heeft" (Luk. 10:16).

In het onderbewustzijn van elke godsdienstige mens is er de zedemeester, die zijn eigen methoden uitdenkt om te kunnen naderen tot de troon van de genade. Maar laten we onszelf niet misleiden. De woorden des levens vinden we slechts in de Heilige Schrift en die worden ons bediend, aangereikt door de getrouwe getuigen, die de Heere ons zendt. Wij moeten naar hen horen, willen wij de Heere Zelf horen; en als wij hen verwerpen, verwerpen wij Christus en Zijn Vader.

Christus vereenzelvigt Zich niet met een bepaalde methode, maar Hij vereenzelvigt Zich met het leven dat Hij schenkt: „Ik ben de weg, de waarheid en het leven". En Zijn Geest legt in ons getuigenis af van dat eeuwige leven in ons. Hij is getrouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Methode of leven?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's